Durven hervormen, dat is de mantra

Een grotere tegenstelling dan tussen Mario Monti en Steve Kuhn is nauwelijks denkbaar. De Italiaanse premier werd gisteren als een held onthaald op het World Economic Forum in Davos. Hij mag een onopvallende verschijning zijn, zonder een greintje charisma, die ook nog eens bijna murmelend een zaal vol grote namen uit de politiek en het bedrijfsleven toesprak. Maar de bewondering voor de 69-jarige Italiaan was bijna voelbaar.

Deze man had Italië toch maar van de rand van de afgrond gered en daarmee Europa behoed voor hele grote problemen. In de amper vijftien maanden van zijn premierschap voerde hij in Italië hervormingen door waar maar weinigen op hadden durven te hopen.

En hervormen, dat is de mantra hier in Davos. Niet alleen in de eurozone moeten landen hun economieën hervormen. Als Rusland echt buitenlandse investeringen wil aantrekken, moet het een fatsoenlijke rechtsstaat worden, kreeg president Medvedev te horen. Als China technologisch voorop wil lopen, dan moet het intellectueel eigendom beschermen.

Politici moeten ingrijpende hervormingen durven doorvoeren, en Monti had laten zien dat het kan. Moedig, noemde IMF-directeur Lagarde hem gisteren. Zonder Monti en die andere Mario, ECB-president Draghi, was de relatieve rust op de financiële markten vast niet teruggekeerd.

Maar niet iedereen in Davos is blij met die rust. Neem Steve Kuhn. Je pikt de flamboyante Amerikaan er zo tussen uit, met zijn ronde kale hoofd, olijke ogen en ook qua postuur nogal Lambiek-achtige verschijning. Hij is een hele grote jongen in de wereld van de hedgefondsen, de verpersoonlijking van die grillige sector waar Europa het soms moeilijk mee heeft.

Op het Amerikaanse Bloomberg-tv deed Kuhn van van Pine River Capital vorig jaar mee aan het programma Titans at the Table, waarin vier spelers uit de financiële wereld tijdens een diner in het restaurant van het Museum of Modern Art discussieerden over de crisis en het grote geld. Kuhn had het hoogste woord. De crisis had het voordeel, betoogde hij vrolijk, dat heel wat concurrenten het loodje hadden gelegd. Het leidde tot een artikel in The New York Times met de kop: ‘Leve de schuldencrisis en geef de foie gras eens door’.

Kuhn is dit jaar voor het eerst in Davos, vertelt hij. En ja, het is ook hem opgevallen dat iedereen hier zo tevreden is dat de eurocrisis niet heeft doorgezet. „De centrale bankiers hebben gewonnen”, erkent hij, maar hij voegt er lachend aan toe: „Voorlopig althans.”

Als de ECB zich niet garant had gesteld voor de obligaties uit de Europese probleemlanden had Kuhn meer aantrekkelijke deals kunnen sluiten. Nu is de rente in die landen weer relatief laag, maar voor hoe lang? Kuhn klaagt niet hoor, dat ligt niet in zijn aard. En hij doet op de Amerikaanse markt trouwens al weer goede zaken met afgewaardeerde hypotheken.

Dit is de tweede aflevering van Theater Davos, vanaf het World Economic Forum.

    • Juurd Eijsvoogel