Disco uit de tropen

Afrikaanse en Caribische muziek is niet meer voor geitenwollensokken, maar voor de dansvloer. Dj’s en producers speuren de tropen af naar vergeten parels, het uitgaanspubliek danst op eeuwenoude ritmes.

Colombiaanse cumbia, opgenomen in de jaren vijftig, loopt naadloos over in psychedelische seventiesfunk uit Benin. Er klinken complexe ritmes en stuwende blazers, ingespeeld door muzikanten die James Brown wilden zijn maar in Afrika woonden. Op de dansvloer staan twintigers en dertigers, het is vrijdagnacht in Amsterdam. Het dj-podium is versierd met maskers en trommels. Hier worden platen gedraaid uit verre landen en voorbije decennia, maar van nostalgie is geen sprake. Het Vintage Voodoo feest vindt plaats in Canvas 7, een hip café in het voormalige Volkskrant-gebouw aan de Wibautstraat.

„Ik ben eigenlijk een wolf in schaapskleren”, bekent Frederik Petzoldt, alias DJ Socrates. „We worden vaak gevraagd voor feestjes van mensen die zeggen dat ze van funk en soul houden. Prima, denken we dan, maar dan gooien we er wel flink wat afrobeat doorheen.” In zijn tas zitten platen van Soundway, Strut en Analog Africa. Labels opgezet door dj’s die de afgelopen tien jaar Afrika en Latijns-Amerika afstruinden om de meest funky opnames van de vergetelheid te redden.

De platen zien eruit als cadeautjes, prachtig vormgegeven. Wie aangestoken door de nummers op zoek gaat naar meer informatie, vindt achtergronden over de eeuwenoude ritmes en paginalange interviews met muzikanten.

De labels hebben voor een kleine revolutie gezorgd. Het documenteren en verzamelen van niet-westerse muziek is niet langer het domein van studieuze etnomusicologen. Ze presenteren de nummers zoals die ooit bedoeld waren, als onweerstaanbare dansmuziek. Alleen de doelgroep is nieuw: westers, jong en modieus.

Diezelfde nacht, verderop in de stad, draaien Antal Heitlager en Kees Heus in het MC Theater obscure Braziliaanse platen. Samen bestieren ze Kindred Spirits, een sublabel van het Amsterdamse Rush Hour Records dat in 1997 begon als een winkel in elektronische muziek. Dance-dj’s vormen nog steeds een belangrijk deel van de clientèle, maar het muziekaanbod is door de reislustige werknemers enorm verbreed. Het eigen label bracht onder meer Malinese muziek uit, een Surinaamse discoplaat en het Nederlandse afrobeatcollectief Jungle By Night. Heitlagers persoonlijke interesse ligt in Brazilië. „Daar is nog zoveel te ontdekken. Elk denkbaar genre heeft een eigen Braziliaanse variant.” Hij reist er twee of drie keer per jaar heen op muziekjacht.

Sambarock

Begin 2013 komen twee nieuwe platen uit, een compilatie van lokale sambarock en een heruitgave van een plaat van bossanovamuzikant Orlandivo uit 1977. „Tot mijn verbazing was hij in eigen land helemaal niet zo bekend. Hij was verrast en vereerd dat we het wilden uitgeven. We maakten de gebruikelijke deal van fifty-fifty in de opbrengst.”

Hoewel zijn winkel vol ligt met niet-westerse muziek, vermijdt Heitlager de term ‘wereldmuziek’. „Wij komen uit de clubcultuur, dan benader je muziek op een andere manier. Onze selectie is vaak een crossover van een lokale sound en westerse muziek zoals disco of funk. Je zoekt naar iets wat aansluit bij je eigen smaak, waarvan je weet dat ook anderen het tof zullen vinden. We proberen het op een club-manier te presenteren, visueel aantrekkelijk.”

De eerste keer dat Heitlager een dergelijke aanpak zag, was bij het album Ghana Soundz, uitgebracht in 2002 door het Engelse Soundway. „Ik kende de afrobeat van Fela Kuti, maar dit ging nog een stapje verder. Opeens gingen dj’s deze onbekende Ghanese funk kopen. De marketing van de plaat was ook echt gericht op danspubliek.”

Miles Cleret, de oprichter van Soundway, zegt dat er geen strak plan achter zat. Hij was een paar jaar eerder op vakantie in Ghana. „Ik had nog drie dagen over. Dan doe ik wat ik altijd doe, ik ga op platenjacht’’, vertelt hij via Skype uit Londen. „Ik kwam in contact met dj’s die de ene na de andere prachtplaat speelden, waarvan ik wist dat bijna niemand in Europa dat kende. Ik ben zelf altijd dj geweest en dan heb je de neiging om anderen jouw ontdekkingen te laten horen. Ik ben het label begonnen omdat niemand anders het deed.”

In de jaren daarna volgden meer verzamelplaten uit West-Afrikaanse landen, maar ook uit Panama en Colombia. Dansbaarheid is niet altijd het enige selectiecriterium. Een nummer kan ook exemplarisch zijn voor een periode in het betreffende land. „Maar ik probeer niet te ouwemannerig te zijn. Ik zoek altijd nummers die ook voor een ongeoefend oor goed klinken, die landsgrenzen overschrijden. De opname moet perfect zijn. Soms zoek ik jarenlang naar een goed exemplaar.”

Obscure muziek is vaak te vinden in obscure oorden. Een typische muziekzoektocht in de tropen verloopt via platenzaken, dj’s, muzikanten, taxichauffeurs en eindigt in een achterbuurt. Maar volgens Cleret wordt het avontuur te veel geromantiseerd. „Je komt inderdaad op gekke plekken, maar uiteindelijk zoek je gewoon mensen met wie je plaatjes gaat draaien. Of het nou in Londen, Lagos of Port-au-Prince is, mensen vinden het leuk dat je hun interesse deelt.”

Voor de achtergrondinformatie en de rechten van de nummers is het noodzakelijk om producers en muzikanten op te sporen. Cleret: „Met het album Nigeria Special ben ik vijf jaar bezig geweest. Het wordt steeds moeilijker om goede platen te vinden. Als je het gaat omrekenen is het een uurloon van 5 cent per uur. Ik probeer er niet te veel over na te denken.”

Hoewel de platen alom bejubeld worden, is ook Soundway niet immuun voor de dalende trend in de muziekindustrie. Cleret kondigt dan ook aan dat er de komende jaren minder verzamelplaten zullen komen en meer eigen producties. Zo kwam onlangs het album Ondatropica uit, waarop oude cumbia-muzikanten die eerder figureerden op compilaties van het label, nu weer spelen, samen met jonge hiphoppers, danceproducers en ska-groepen.

Ook Heitlager ziet uiteraard de dalende trend, maar hij is optimistisch over de kleine genres. „Binnen onze eigen niche vermaken we ons prima en kunnen we ervan leven. Ons aandeel van de taart is groter geworden al is de taart zelf kleiner geworden. Verder is het een fantastische tijd voor de consument. Er wordt naar meer muziek geluisterd dan ooit daarvoor. Door internet is de smaak van luisteraars dieper en specifieker geworden, iedereen zoekt zijn eigen subgenre. Wie nu nog geld uitgeeft aan muziek neemt geen genoegen met rommel..”

Nieuwe lp’s

In de Utrechtse wereldmuziekwinkel Xango, tevens distributielabel van onder meer Soundway, zien ze ander publiek in de zaak sinds er op de toonbank twee bakken met nieuwe lp’s staan. Mede-eigenaar Annika Brandenburg pakt er een paar traditionele compilaties bij. „Labels als Putumayo en Rough Guide geven meestal een dwarsdoorsnede van een land. Op een ‘Beginner’s guide to Nigeria’ zul je altijd Fela Kuti vinden. Labels als Soundway en Analog Africa richten zich juist op wat bijzonder is in een land. Zo raakt een nieuw publiek geïnteresseerd. Dat gaat verder dan aapjes kijken, mensen krijgen er muziekgeschiedenis bij geleverd.”

Maar ook de kwaliteitslabels zijn niet vies van commercieel denken en hypes. De afgelopen jaren kwamen er van Orchestre Poly-Rythmo uit Benin platen uit op Soundway, Analog Africa en Strut. De originele platen van de band die de vodun-ritmes van Benin mixt met funk en soukous (Congolees-Belgische dansmuziek) zijn enorm in prijs gestegen. De band was vooral actief in de jaren zeventig, maar toerde vorig jaar door Europa op de golven van de nieuwe populariteit.

Na Benin is het legertje muziekschatgravers nu in Colombia neergestreken. De ene verzamelplaat na de andere verschijnt met vergeten parels waarop de link tussen Afrika en kuststeden aan de Caribische Zee te horen is.

Heitlager wil er niet nobeler over doen dan het is. De dj’s die zelf een label oprichtten zijn liefhebbers, maar ook zakenlieden die platen moeten verkopen. En dat is deels marketing. „Als je afgaat op die compilaties zou je denken dat er in Afrika in de jaren zeventig alleen maar vette funk werd gemaakt, terwijl het in werkelijkheid natuurlijk maar een fragment is. Het is de westerse variant van de lokale muziek. Al die muziek van de vergetelheid redden, dat gaat niet lukken: dat is in geen honderd levens te doen. Maar soms klinkt iets zo vet, dan denk je, waarom kent niemand dit? Dat bewaar je en je gaat weer op zoek naar het volgende.”

DJ Socrates, ofwel Frederik Petzoldt, kent de hypes ook. Een paar jaar geleden draaide hij nog regelmatig balkanbeats, het genre dat begin deze eeuw de wereld veroverde. „Cumbia is daar een beetje voor in de plaats gekomen. Het sluit aan op reggae en ska.” Voor het publiek van het Vintage Voodoo feest maakt het niet uit. Dat schudt wat er te schudden valt als de veertig jaar oude bassen van het nummer Schallcarri door de speakers komen. Tot voor kort nog nooit te horen buiten Colombia, nu hier op de dansvloer.

    • Leendert van der Valk