‘Deze sport trekt stoere jongens’

De vechtsportwereld is volkomen versnipperd. Niemand houdt zicht op de lessen die kinderen krijgen. ‘De overheid moet de regie nemen.’

Coaches verzorgen een kickbokser op een vechtsportgala in Amsterdam. Foto Hollandse Hoogte

De wereld van de full contact vechtsporten (zoals kickboksen) is volkomen versnipperd en onderling verdeeld. Daardoor is onvoldoende toezicht op de kwaliteit van de leraren en de lichamelijke veiligheid van de (jonge) sporters. Het lukt vechtsportorganisaties niet criminelen buiten de deur te houden. Dat heeft weer allerlei incidenten tot gevolg. Het slechte imago van de vechtsport blijft daardoor bestaan.

Universitair docent sociale wetenschappen Marianne Dortants en hoogleraar sportontwikkeling Maarten van Bottenburg van de Universiteit Utrecht onderzochten in samenwerking met de gemeente Amsterdam hoe de problemen in de vechtsport het beste kunnen worden aangepakt. Het rapport Aanzien en overleven in een sport vol passie is vanmiddag gepresenteerd.

Wat moet er gebeuren?

Dortants: „Er zijn twintig of dertig vechtsportbonden. Het feit dat wij niet konden nagaan hoeveel het er precies zijn, zegt genoeg. Als iemand het niet eens is met het beleid van een bond, begint hij gewoon een nieuwe. Met weer eigen gala’s en kampioenschappen. Vechters hebben vaak een heel stapeltje bondboekjes, bij elk gevecht hebben ze een ander boekje nodig. Onderling is er veel concurrentie. Er zijn ruzies en vetes. Het is een sport voor ego’s. Geen enkele bond is sterk genoeg om de hele sector dwingend regels op te leggen.

„De nationale overheid moet de regie nemen. Het ministerie van Volksgezondheid zou een vechtsportcommissie moeten instellen die regels kan opstellen voor de gehele vechtsportbranche.”

Veel gemeenten subsidiëren vechtsportlessen voor kinderen, met name in achterstandswijken. De lessen zouden een positief effect hebben. Is dat terecht?

„Dat is terecht. Het beoefenen van een vechtsport kan een maatschappelijke waarde hebben. Verschillende onderzoeken bevestigen dat. Veel kinderen vinden vechtsport leuk en gaan sporten terwijl ze dat anders niet zouden doen. Angstige en onzekere kinderen kunnen meer zelfvertrouwen krijgen. Agressieve kinderen kunnen hun agressie beter leren reguleren. Maar dan moeten de kinderen wel een goede training krijgen om de basisprincipes van de vechtsport – zelfbeheersing en discipline – aan te leren.”

Kinderen krijgen lang niet altijd goed les, zegt u. Waaraan ligt dat?

„Er zijn onvoldoende pedagogisch en didactisch onderlegde vechtsportdocenten. Dat is verklaarbaar, want er is een grote vraag naar vechtsportlessen. Dan wordt al snel een volwassene die goed kan vechten voor een groep kinderen gezet. Maar die is niet per se een goede leraar. Er is geen verplichting om als docent een opleiding te volgen. Er is geen kwaliteitscontrole.”

De vechtsport is niet veilig genoeg is, zegt u. Wat gaat er mis?

„Er zijn geen goede afspraken en regels om de lichamelijke veiligheid van jonge vechtsporters te garanderen. Elke sportschool heeft eigen regels. Tijdens de wedstrijden lopen vechters de grootste risico’s. Maar er is geen algemene regel vanaf welke leeftijd een vechter de ring in mag. Het ontbreekt ook aan een adequaat systeem van registratie en verplichte controles om de gezondheid van jonge vechtsporters goed in de gaten te houden. In de ring, maar ook in de meeste scholen.”

Criminelen wasten geld wit via de vechtsportgala’s, zei onder meer de Amsterdamse burgemeester Van der Laan. Kwam u dat ook tegen?

„Het is een sport met een stoer imago, dat trekt stoere jongens. Vooral in het verleden werden kickboksers graag ingezet als bodyguard en portier. Vechtsport heeft een aantrekkingskracht op mensen die zich in het grijze circuit bewegen. Dat betekent dat er goed zicht moet zijn op de geldstromen in de vechtsport. En die is er niet. De vechtsportbranche is niet in staat om zelf vervlechting met criminele circuits en geweldsincidenten te voorkomen.”