Cameron heeft eurosceptici even tot zwijgen gebracht

De Tories zijn enthousiast over de toespraak van Cameron. Maar zijn liberale coalitiepartner voelt niets voor ‘verlammende’ onderhandelingen over Europa.

Dat was hem dan: de langverwachte toespraak die David Cameron over de Britse toekomst in de Europese Unie zou houden. Aangekondigd in de zomer. Niet gehouden in september, omdat anders het partijcongres van de Conservatieven gedomineerd zou worden door Europa. Twee keer uitgesteld omdat de premier en zijn politieke adviseurs het niet eens werden over de boodschap. En met geheimzinnigheid over datum en locatie. Maar, had Cameron journalisten voor de Kerst verzekerd: „Dit is een tantra-manier van beleid maken: het wordt beter als het uiteindelijk komt.”

Werd het wachten beloond? Rechtvaardigde de tamtam de boodschap?

Veel van wat Cameron gisteren zei, had hij al eens gezegd. In oktober sprak hij bijvoorbeeld over „een nieuwe overeenkomst met de EU”, en „goedkeuring” daarvoor van de kiezer. Dat klinkt minder stellig en fel dan de belofte voor een referendum die hij gisteren deed, maar komt op hetzelfde neer.

Veel van wat Cameron zei over het terughalen van bevoegdheden was al uitgelekt, net als zijn waarschuwing dat de EU zal mislukken als er niet wordt hervormd. Bekend is de Britse voorliefde voor de interne markt. Journalisten, kabinetsleden en enkele kritische Conservatieven hadden bovendien vorige week donderdag, de dag voordat de toespraak in Amsterdam zou worden gehouden, al passages van de speech ingezien.

Maar zijn achterban, en dan met name de eurofobische rechtervleugel van zijn partij, reageerde toch enthousiast. De premier werd enkele uren na de toespraak met gejuich in het Lagerhuis ontvangen. Conservatief Crispin Blunt noemde hem „de redder” van zowel het Verenigd Koninkrijk als Europa. Euroscepticus Douglas Carswell twitterde dat er veel was „om over te juichen”, Mark Prichard noemde de premier „de 82ste Tory-rebel”, een verwijzing naar de 81 Lagerhuisleden die vorig jaar tevergeefs hadden gepleit voor een referendum. Dat zij dat onmiddellijk wilden, en de premier dat nog steeds afslaat, leek vergeten.

Wat Cameron dus in elk geval heeft bereikt, is eenheid binnen de Conservatieve partij. Maar zijn andere doel, de Europese partners ervan verzekeren dat het Verenigd Koninkrijk het beste voor heeft met de EU, lijkt minder geslaagd. Vanuit verschillende hoofdsteden klonk gisteren kritiek op de manier waarmee Cameron zijn collega’s dwingt tot hervorming omdat anders de Britten de EU zullen verlaten. In reactie daarop zei Downing Street tegen het politieke tijdschrift The Spectator dat „het niet onze taak is om ons te veel zorgen te maken over wat ministers van Buitenlandse Zaken zeggen”.

Wel een probleem voor Cameron zijn de Liberaal-Democraten, met wie hij tot 2015 een coalitie vormt. Vicepremier Nick Clegg verzet zich tegen onderhandelen over een nieuwe relatie met de EU of over het terughalen van bevoegdheden.

Hij maakte gisteren duidelijk andere prioriteiten te hebben: „Onze grootste uitdaging is dat we een broze economie hebben die tijd nodig heeft om zich te herstellen. Dat wordt moeilijker als we jaren van verlammende onzekerheid tegemoet gaan door slecht geformuleerde, eindeloze heronderhandelingen over de Britse status binnen de EU.” Maar het is „helemaal aan de premier als leider van de Conservatieven om wat hij wil vast te leggen in het Conservatieve verkiezingsprogramma”.

Ook Labour waarschuwde voor „jaren van onzekerheid en instabiliteit”. Oppositieleider Ed Miliband sloot een in/uit-referendum gisteren uit. Al werd dat enkele uren later door schaduwminister van Buitenlandse Zaken Douglas Alexander genuanceerd als „Labour sluit een referendum nu uit, maar zegt nooit nooit”.

Waar Cameron vooral voor zal moeten oppassen, is dat de Conservatieven nu als enige partij tot 2015 doordrammen over de EU. Hij meent dat de „desillusie” van de Britten nog nooit zo groot was als nu. Maar uit peilingen blijkt dat 48 procent ontevreden is, tegen 65 procent in de jaren tachtig. Het percentage voorstanders van lidmaatschap is de afgelopen twee weken juist gegroeid.

En slechts een klein percentage kiezers noemt EU-hervormingen een prioriteit, de Britten zijn meer geïnteresseerd in oplossingen voor de economie. Vrijdag zal Cameron daar een antwoord op moeten geven. Dan komt het Office of National Statistics met de jongste groeicijfers. De kans is groot dat het Verenigd Koninkrijk voor het derde achtereenvolgende kwartaal in recessie is.

    • Titia Ketelaar