Zonder afstand of normbesef

Marteling in het kader van de strijd tegen de terreur bracht de VS in opspraak , en maakt Zero Dark Thirty tot een omstreden Oscarkandidaat.

Stationed in a covert base overseas, Jessica Chastain (center) plays a member of the elite team of spies and military operatives (Christopher Stanley, LEFT and Alex Corbet Burcher, RIGHT) who secretly devoted themselves to finding Osama Bin Laden in Columbia Pictures' electrifying new thriller directed by Kathryn Bigelow, ZERO DARK THIRTY.

artelen is niets nieuws in de bioscoop. In menige in de Middeleeuwen of de zestiende eeuw spelende film wordt door marteling een bekentenis afgedwongen. Meestal bedient een gespierde man met een hoofdkap een luid krakend houten wiel waardoor de ledematen van de ongelukkige verdachte langzaam uit elkaar worden getrokken. Luid geschreeuw van pijn complementeert het tafereel, vaak gesitueerd in een slecht verlichte kelder met suggestieve galm.

Martelen was, tot nu toe, in films voorbehouden aan misdadigers of dictaturen, óf een teken van primitieve achterlijkheid in de pre-moderne samenleving. Want in onze tijd werden immers recht en billijkheid geacht gezegevierd te hebben. In beschaafde, democratische landen heeft het respect voor de menselijke waardigheid het gewonnen van de menselijke neiging de tegenstander met álle middelen klein te krijgen.

Helaas, niet langer. De martelscènes in Zero Dark Thirty hebben veel gemeen met films over het verleden: dezelfde kerker-achtige ruimte, de zwaar gespierde beul die zich over de humane implicaties van zijn handelen geen zorgen maakt, het hulpeloze geschreeuw. Niet die filmbeelden op zich zijn nieuw of schokkend, maar dat deze scènes een actuele werkelijkheid pretenderen weer te geven, waarin het krakende wiel is vervangen door een natte, de adem berovende lap, het zogenaamde waterboarding.

De makers van Zero Dark Thirty – scenarioschrijver Mark Boal en regisseur Kathryn Bigelow – hebben zich terdege laten voorlichten. Ze hebben gesproken met (ex-)CIA-agenten die betrokken zijn geweest bij het verhoren van Al-Qaeda-gevangenen, en zelfs met hun baas, CIA-onderdirecteur Michael Morell. Weinig films hebben zo’n hoge waarheidspretentie als deze speelfilm over de jacht op Bin Laden en diens liquidatie. En over het waarheidsgehalte gaat de discussie bij Zero Dark Thirty dan ook eigenlijk niet. Evenmin als over het nut van martelen trouwens: het beslissende spoor naar Bin Laden duikt op uit een vergeten dossier in iemands onderste bureaulade, al speelt informatie die met ‘verzwaarde verhoormethoden’ is verkregen daarbij op de achtergrond mee.

De meeste kritiek heeft betrekking op de kritiekloze manier waarop de martelingen in de film worden gepresenteerd, zonder een spoor van wroeging bij de martelaars, of zelfs maar één rechtvaardige die kritische kanttekeningen plaatst. „Het afbeelden van iets betekent nog niet dat je het ook goedkeurt”, heeft regisseur Bigelow zich verdedigd. Scenarioschrijver Boal vergelijkt de film met een rorschachtest: je ziet in de beelden de betekenis die je wilt zien.

Een argwanende commissie uit de Amerikaanse Senaat, sommige leden van de Academy die Zero Dark Thirty bij de Oscars willen boycotten en flink wat Amerikaanse filmcritici vinden die verdediging te dun. Zij hadden in een speelfilm een ethischer benaderingswijze verwacht. Het is een debat vol verwarring, in een democratisch land waar marteling alom ethisch wordt afgekeurd, maar deze methode toch stelselmatig wordt toegepast in de zogeheten War on Terror.

Zero Dark Thirty staat niet alleen in het tonen van deze verwarring. In het tweede seizoen van de Amerikaanse tv-serie Homeland – die in Nederland later dit jaar wordt uitgezonden – steekt een CIA-agent plotseling een mes door de hand van sergeant Brody, van wie de kijker weet dat hij door islamisten als terrorist is gerekruteerd. De serie laat in het midden of het hier een impulsief exces betreft, of een op het CIA-hoofdkwartier geaccepteerde verhoormethode. Zelfs het slachtoffer protesteert niet echt. CIA-agent Carrie, die verliefd is op Brody, verbindt de wond liefdevol maar onthoudt zich van commentaar.

Homeland drijft op verwarring en dubbelzinnigheid: alle personages zijn in potentie zowel terrorist als slachtoffer, speurders naar het kwaad en tegelijkertijd mogelijk handlanger. Dat is natuurlijk vooral handig om in de serie steeds nieuwe, onverwachte plotwendingen mogelijk te maken. Anders dan Zero Dark Thirty heeft Homeland geen tot weinig waarheidspretentie – in het tweede seizoen lijken de makers zich nog minder te bekommeren over de waarschijnlijkheid van sommige scènes dan in het eerste.

Toch is de morele normloosheid in Homeland dezelfde als in Zero Dark Thirty. In de permanente crisissituatie die de War on Terror voor de scenarioschrijvers is, komt niemand toe aan een afstandelijke afweging van recht en slecht, van wat op grond van bijvoorbeeld humanitair oorlogsrecht geoorloofd is, en wat niet. Het is net alsof elke handeling een geval van noodweer is, die zich eigenlijk niet leent voor evaluatie of oordeel.

Zero Dark Thirty omzeilt in dit verband met een grote boog een minstens even klemmende vraag: was het doodschieten van Bin Laden door een Amerikaans commando, zodra ze hem in zijn schuilplaats in het oog hadden, vooropgezet? Hadden de militairen opdracht te verhinderen dat Bin Laden krijgsgevangen zou worden gemaakt, zodat er geen proces nodig was, met kans op een publicitair voordelige martelaarsrol voor Bin Laden? Alles wijst in die richting. Tenslotte liquideren de VS ook regelmatig mindere goden van de Al-Qaeda-hiërarchie met onbemande drones in Pakistan of Afghanistan, zonder enige vorm van proces. In Zero Dark Thirty lijkt het alsof Bin Laden in een onoverzichtelijke schietpartij wordt gedood door zenuwachtige Amerikaanse soldaten. Maar of dat doodschieten ook de dienstopdracht was: daarover geen woord.

Oorlogsfilms gaan meestal over oorlogen die al voorbij zijn, korter of langer. Het conflict uit Zero Dark Thirty is nog bezig of zal nog wel een tijdje doorgaan – alleen dat al maakt de film uniek. De gelijktijdigheid versterkt de suggestie dat je niet naar een fictief verhaal, maar naar een documentair verslag kijkt. Logisch, denk je dan, dat de fog of war – de hitte van de strijd waarin voor de combattanten veel menselijke, maatschappelijke en juridische normen vloeibaar worden – zo duidelijk aanwezig is, en zich uit in verwarring en normloosheid. De gebruikelijke oorlogsfilm, met zijn duidelijk afgebakende schurken en helden, zijn heldendaden en oorlogsmisdaden, die komt na afloop wel, als duidelijk is wie er gewonnen heeft.

Of niet? Zou het kunnen zijn dat Zero Dark Thirty ons adequaat laat zien dat wat er in de twintigste eeuw is opgebouwd aan internationale rechtsregels omtrent oorlogsvoering, omgang met krijgsgevangenen, een conventie tegen martelen en zo nog wat meer beschaving, aan het begin van de 21ste eeuw zijn betekenis heeft verloren en niemand meer echt interesseert? Zo ja, dan is Zero Dark Thirty niet minder een baanbrekend meesterwerk, maar kan het geen kwaad de makers nog eens nader aan de tand te voelen.