We wilden die Britten er zelf graag bij

Vandaag spreekt David Cameron over de Britse toekomst in de EU. Ooit wilde Nederland de Britten er graag bij hebben. Nu zijn we meer fan van Duitsland.

British Prime Minister David Cameron speaks during a press conference at the EU Headquarters on December 14, 2012 in Brussels, on the last day of a two-day European Union leaders summit. EU leaders put a crisis-hit year behind them at the last summit of 2012 Friday, trumpeting hard-fought deals on Greece and banks but seemed to row back on reforms to fix the euro's shortcomings. AFP PHOTO / JOHN THYS AFP

amsterdam. Twee Europa’s strijden deze week om de eer. In Londen zal premier David Cameron vandaag een Brits Europa bepleiten: een los samenwerkingsverband rondom een vrije markt. Tegelijk wordt deze week in Berlijn het Frans-Duitse Europa gevierd. Dat is het Europa van de politieke integratie die tot stand kwam door de verzoening tussen Frankrijk en Duitsland, zoals dat staat in het Elysée-verdrag dat nu vijftig jaar oud is. Het verdrag geldt als een belangrijke bouwsteen voor verdergaande Europese samenwerking.

„Twee modellen botsen”, zegt Mathieu Segers, historicus in Utrecht van wie in maart een boek over Nederland en de Europese integratie verschijnt. „Een continentaal model en een Brits model, van een vrijhandelszone.”

Nu Cameron dreigt de Europese Unie te verlaten als die geen macht teruggeeft aan Londen zit Nederland in een „spagaat”, zegt Segers.

Want Nederland zit in het hart van de eurozone, een Frans-Duitse schepping. Maar Nederland is ook een handelsland, dat sterk op de Angelsaksische wereld is gericht. Nederland wil een ‘Brixit’ afwenden. En Cameron weet dit: hij wilde zijn toespraak aanvankelijk in Amsterdam houden.

De spagaat was al in de jaren vijftig en zestig aanwezig, zegt Segers. Nederland deed alléén mee aan de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (1951) en de Europese Economische Gemeenschap (1957) met Duitsland, Frankrijk, Italië en de Benelux „op voorwaarde dat later ook de Britten mochten meedoen”.

Het Elysée-verdrag uit 1963, dat de Frans-Duitse politieke afstemming regelt, werd in Nederland als een „schok” ervaren, zegt Segers. „Europa bleek volledig continentaal. Een week eerder nog had de Franse president De Gaulle een veto uitgesproken tegen Britse toetreding.”

Waarom wilde Nederland de Britten zo graag bij Europa?

„Om het overwicht van Frankrijk en Duitsland te neutraliseren. De Duitsers wantrouwden we om historische redenen. De Fransen vooral omdat ze de Amerikaanse invloed wilden terugdringen, terwijl Nederland zich juist ríchtte op de VS. En Nederland was ook sceptisch over Franse ideeën over fondsen en solidariteit in Europa. Nederland was juist geporteerd van marktwerking, net als de Duitsers én de Britten.”

Wat kon Nederland doen?

„Brits lidmaatschap was de alfa en omega van de Nederlandse politiek. Soms zeiden de Britten zelfs: lobby niet te opzichtig, want dan rijd je ons alleen maar in de wielen. Toen De Gaulle was afgetreden, in 1969, stond het Nederlandse voorzitterschap helemaal in het teken van de Britten.”

Uiteindelijk werd het Verenigd Koninkrijk in 1973 lid van de Europese Economische Gemeenschap. Den Haag werkte nauw samen met Londen, onder meer bij het uitbouwen van de interne markt in de jaren tachtig. Soms bleken de belangen ineens te botsen, zoals bij de landbouwpolitiek. Maar de belangen begonnen voor het eerst „scherp uiteen te lopen” bij de oprichting van de Europese muntunie, zegt Segers.

„Nederland ging mee met Duitsland. De gulden was aan de D-mark gekoppeld, onze economie was en is sterk aan de Duitse verbonden. Toen Nederland moest kiezen voor het Duitse of het Britse Europa, koos het voor het Duitse. Zeker sinds het Elysée-verdrag betekent dit automatisch ook: het Frans-Duitse Europa.”

Wat is dan nu het Nederlands belang bij Brits lidmaatschap?

„Voor de Nederlandse economie is het van het grootste belang dat de interne markt als geheel intact blijft en nog beter gaat functioneren. Die kans is het grootst als Groot-Brittannië erbij blijft, als sterke kracht achter die markt.”

Wat moet Nederland nu doen om een ‘Brixit’ te voorkomen?

„Nederland moet de Britse kritiek op de EU vertalen naar constructieve ideeën over de rol die niet-eurolanden in de interne markt kunnen spelen. Een interessant idee dat nu weer opkomt is de inbedding van die markt in een trans-Atlantische vrijhandelszone. Aantrekkelijk voor de Britten én voor de Nederlanders.”

Moet Nederland de Britse kritiek op de EU niet deels overnemen?

„Nee. Nederland zit in de kopgroep: de eurozone. Het terughalen van bevoegdheden is voor Nederland helemaal niet aan de orde. We hebben de afgelopen tijd juist bevoegdheden afgestaan om de euro te stabiliseren. Dat moet de regering duidelijk maken aan de Britten, maar ook aan de eigen publieke opinie.” 

    • Mark Beunderman