Verbondenheid

Het gerinkel van mijn telefoon maakt dat ik ’s ochtends wakker schrik. Eerst probeer ik in dromenland te blijven (iets met een loterij winnen), en het lukt me bijna, maar het getingeltangel duurt net iets te lang. Ik grijp met mijn rechterhand naar mijn telefoon, ogen nog dicht; ik ben te laat. Als ik half slapend overeind kom om te kijken welk gesprek ik heb gemist, moet ik even met mijn ogen knipperen. Een halve tel lang herken ik mijn omgeving niet. Dan klaart het in mijn hoofd op en dringt het tot me door dat het dakraam boven mijn hoofd verduisterd wordt door een dikke sneeuwdeken. Toen ik ’s nachts naar bed was gegaan, kon ik nog een paar sterren zien.

„Dat is hard gegaan”, mompel ik, waarna ik mijn voicemail afluister. Ik heb nog zeker een uurtje voordat mijn wekker klinkt en daarom trakteer ik mezelf op mijn favoriete onderdeel van te vroeg wakker worden: ik plof achterover, begraaf mijn hoofd in mijn kussen en sluit mijn ogen. Ik ben laat thuisgekomen uit Utrecht; er hebben de hele dag (die van de drukste spits ooit) minder treinen gereden. ’s Nachts heb ik met twee collega’s op Utrecht CS gestaan waar de ene na de andere trein uitviel.

Terwijl ik mezelf feliciteer met mijn mazzel (de hele week hoef ik namelijk geen gebruik te maken van het spoorwegennetwerk) en probeer te bedenken waar ik mijn winterlaarzen heb opgeborgen, dommel ik weer in slaap.

Gedurende die daaropvolgende week meen ik iets te voelen wanneer ik in de tram sta, over straat loop, een gesprek in de foyer van het theater heb. Ik voel een connectie met iedereen die de sneeuw en de vrieskou trotseert. We knikken naar elkaar wanneer we het over jachtsneeuw hebben, we geven in koor af op de NS en de Fyra. Het winterweer verbindt ons. En in die aan elkaar gelijmde witte wereld lepelen we liters hete erwtensoep naar binnen, worden er vrolijk sneeuwballen gegooid en sneeuwpoppen gebouwd. Ik word op een van die besneeuwde dagen vreemd genoeg nostalgisch bij de aanblik van geparkeerde auto’s die verbazingwekkend veel weg hebben van tekenfilmschaapjes. Ik glimlach zomaar naar wildvreemde mensen die me op bevroren straten voorbij glibberen.

Alsof die witte taferelen me doen denken aan een lang vervlogen tijd waarin je je niet zo druk hoefde te maken. En dan te bedenken dat straks alweer de lente aanbreekt!

    • Sadettin Kirmiziyüz