Vanochtend wil ik praten over de toekomst van Europa,

David Cameron bepleitte in zijn rede een EU nieuwe stijl. Enkele sleutelfragmenten:

Wij hebben het karakter van een eilandstaat – onafhankelijk, vastberaden, hartstochtelijk gehecht aan onze soevereiniteit. We kunnen dit Britse bewustzijn evenmin veranderen als we het Kanaal droog kunnen leggen. En door dit bewustzijn treden we de Europese Unie tegemoet met een gemoedstoestand die eerder praktisch dan emotioneel is. Voor ons is de Europese Unie een middel tot een doel – welvaart, stabiliteit, het anker van vrijheid en democratie in en buiten Europa – geen doel op zichzelf. Wij stellen voortduren de vraag: Hoe? Waarom? Met welk doel?

[...] Dan zullen sommigen misschien vragen: waarom zouden we fundamentele vragen over de toekomst van Europa stellen net nu Europa zich al midden in een diepe crisis bevindt? [...] Maar het is van wezenlijk belang voor Europa – en voor Groot-Brittannië – dat we dat wel doen, want we staan op het ogenblik voor drie grote beproevingen.

Ten eerste leiden de problemen in de eurozone tot een fundamentele verandering in Europa. Ten tweede bevindt de Europese concurrentiekracht zich in een crisis, nu overal ter wereld andere landen ons voorbijstreven. En ten derde is er een kloof tussen de EU en haar burgers, die de afgelopen jaren sterk is gegroeid. En die tekenend is voor een gebrek aan democratische verantwoording en instemming dat – inderdaad – met name scherp in Groot-Brittannië wordt gevoeld.

Als we deze beproevingen onbesproken laten, bestaat het gevaar dat Europa zal mislukken en dat het Britse volk steeds dichter naar de uitgang schuift. Ik wil niet dat dit gebeurt. Ik wil dat de Europese Unie een succes wordt. En ik wil een relatie tussen Groot-Brittannië en de EU die ons erbinnen houdt. [...] Het grootste gevaar voor de Europese Unie komt niet van hen die verandering willen maar van hen die nieuwe ideeën afwijzen als ketterij. In zijn lange geschiedenis heeft Europa ervaring met ketters die later een punt bleken te hebben. [...] Meer van hetzelfde zal de toekomst van de eurozone op de lange termijn niet veiligstellen. Meer van hetzelfde zal niet betekenen dat de Europese Unie de nieuwe economische bolwerken bijhoudt” [...]

Laat mij mijn visie voor een nieuwe Europese Unie ontvouwen die geschikt is voor de 21ste eeuw. Die is gestoeld op vijf principes. Ten eerste: concurrentiekracht. In het hart moet, net als nu, de interne markt liggen. [...] Als de interne markt incompleet blijft, in diensten, op energieterrein, en digitaal – precies die sectoren die de motor vormen van de moderne economie – dan is het succes maar de helft van wat het kan zijn. [...] Dat betekent een slankere, minder bureaucratische unie die haar lidstaten helpt te concurreren. Kunnen we in een mondiale economische wedstrijd écht het enorme aantal dure, onbelangrijke Europese instellingen rechtvaardigen?

Ten tweede principe moet zijn: flexibiliteit. We hebben een structuur nodig die de diversiteit van zijn leden weerspiegelt: noord, zuid, oost, west, groot, klein, oud en nieuw. Sommigen denken na over steeds hechtere integratie. Anderen, waaronder Groot-Brittannië, zouden dat doel nooit omarmen. We moeten niet zuchten onder een one size fits all-benadering die inhoudt dat alle landen hetzelfde niveau van integratie willen. Feitelijk is dat niet zo, en we moeten niet doen alsof. [...]. We zijn een familie van democratische naties, allemaal lid van de Europese unie, die als wezenlijk fundament de interne markt hebben in plaats van de munt. [...]

Tegen hen die zeggen dat wij geen visie voor Europa hebben zeg ik: die hebben we wel. Ik geloof in een flexibele unie van vrije lidstaten die verdragen en instituties delen en samen het ideaal van samenwerking nastreven. Deze visie van flexibiliteit en samenwerking is niet hetzelfde als die van hen die een steeds hechtere politieke unie willen vormen – maar bezit net zoveel waarde. [...]

Mijn derde principe: macht moet kunnen terugvloeien naar de lidstaten, niet alleen van ze af [...] Dus laat ons dit moment gebruiken, zoals de Nederlandse premier recentelijk heeft gesuggereerd, om diepgaand te onderzoeken wat de EU als geheel moet doen, en moet ophouden te doen. [...]

Landen zijn verschillend. Ze maken uiteenlopende keuzes. We kunnen niet alles harmoniseren. Het is bijvoorbeeld noch rechtvaardig noch noodzakelijk om vol te houden dat de eenheid van de interne markt, of volledig lidmaatschap van de Europese Unie, vereist dat de arbeidstijden van Britse doktoren in ziekenhuizen in Brussel worden bepaald, ongeacht de visie van Britse parlementariërs en professionals.[...]

Mijn vierde principe is democratische rekenschap: we moeten een grotere, meer betekenisvolle rol geven aan nationale parlementen. Er bestaat naar mijn overtuiging niet één Europese demos. Nationale parlementen zijn en blijven de enige bron van democratische legitimiteit in de EU. [...]

Mijn vijfde principe is redelijkheid: elke nieuwe regeling die wordt ingevoerd voor de eurozone moet werken voor hen die binnen én buiten de eurozone liggen. Dat is bijzonder van belang voor Groot-Brittannië. Onze deelname aan de interne markt, en ons vermogen om de regels daarvan te helpen vormgeven, is de voornaamste reden van ons lidmaatschap van de EU. [...]

De mensen vinden dat de EU op weg is naar een niveau van politieke integratie waarbij Groot-Brittannië zich allerminst op zijn gemak voelt. Zij zien het evenwicht tussen de lidstaten en de EU door verdrag na verdrag veranderen. En stellen vast dat ze daar nooit iets over te zeggen hebben gehad. Er zijn hun referenda beloofd – maar niet gegeven. Ze zien wat er met de euro is gebeurd. En ze stellen vast dat tal van onze politieke en zakelijke leiders destijds ook op een Britse toetreding hebben aangedrongen. En ze hebben weinig spijtbetuigingen gehoord. En ze zien de stappen die de eurozone neemt en vragen zich af wat een verdere integratie van de eurozone zal betekenen voor een land dat zich niet bij de euro aan zal sluiten. [...]

Het gevolg is dat het democratische draagvlak voor de EU in Groot-Brittannië nu flinterdun is geworden. Sommige mensen zeggen dat het onverantwoordelijk is hierop te wijzen, en dat dit onzekerheid creëert voor het bedrijfsleven en een vraagteken plaatst bij de Britse plek in de Europese Unie. Maar dat vraagteken is er nu ook al, en het zal niet verdwijnen door het te negeren of te ontkennen. In feite zou dan precies het tegenovergestelde gebeuren. Zij die weigeren te overwegen het Britse volk te raadplegen, zouden in mijn optiek ons uiteindelijke vertrek uit de EU waarschijnlijker maken. Het eenvoudigweg aan het Britse volk vragen om Europese afspraken te blijven aanvaarden waarover het weinig te zeggen heeft gehad, zal er zeker toe leiden dat wanneer de vraag tenslotte aan dat volk zal worden voorgelegd – wat op enig moment zal moeten gebeuren – het veel waarschijnlijker is dat de EU zal worden afgewezen.

Dat is de reden dat ik vóór een referendum ben. Ik geloof dat we deze kwestie met open vizier tegemoet moeten treden – door er vorm aan te geven en leiding te geven aan het debat. We kunnen niet simpelweg hopen dat een netelig probleem vanzelf zal verdwijnen. Sommigen betogen dat de oplossing daarom het onmiddellijk organiseren van een zwart-witreferendum is: in de EU blijven of niet. Ik begrijp de wens om nu meteen een keuze te kunnen maken. Maar ik denk dat het nemen van een beslissing op dit moment niet de aangewezen route is, noch voor Groot-Brittannië, noch voor Europa als geheel. [...] Nu de EU in beweging is en we niet weten wat de toekomst in petto heeft en wat voort soort EU er uit deze crisis tevoorschijn zal komen, is dit niet het juiste moment om zo’n enorm belangrijk besluit te nemen over de toekomst van ons land. Het is verkeerd om de mensen te vragen of we moeten vertrekken of blijven, voordat we de kans hebben gekregen de verhoudingen recht te zetten.[...]

Een echte keuze is: tussen vertrekken of deel uitmaken van een nieuwe regeling, waarin Groot-Brittannië de regels van de interne markt vormt en respecteert, maar is beschermd door eerlijke waarborgen, en vrij is van de overbodige regulering die het Europese concurrentievermogen schaadt. [...]

Ik geloof dat we dit het best kunnen doen door middel van een nieuw verdrag [...]. Het heeft mijn sterke voorkeur om deze veranderingen voor de hele EU in te voeren, niet alleen voor Groot-Brittannië. Maar als er geen animo is voor een nieuw verdrag voor ons allen, dan zou Groot-Brittannië er natuurlijk klaar voor moeten zijn om met onze Europese partners de veranderingen te bespreken die we nodig hebben. En als we over dit nieuwe verdrag hebben onderhandeld, geven we het Britse volk een referendum met een heel simpele keuze voor erin of eruit. In de EU blijven onder de nieuwe voorwaarden; of er helemaal uitstappen.

We zouden zeer zorgvuldig moeten nadenken voordat we die positie opgeven. Als we de Europese Unie zouden verlaten, zou het een enkele reis zijn, geen retourtje. [...]Aan het eind van dat debat zult u, het Britse volk, beslissen.

    • David Cameron