Supersnelrecht werkt prima, laten we het vooral behouden

Voor eenvoudige zaken is supersnelrecht beter dan een tijdrovende reguliere afhandeling van een zaak, aldus Elianne van Rens en Yolande Wijnnobel.

Er wordt de laatste tijd volop gediscussieerd over het effect en de waarde van supersnelrecht, naar aanleiding van de supersnelrechtzittingen na Oud en Nieuw. Dirk van Leeuwen bepleit het afschaffen van deze zittingen (Opinie, 15 januari). Ze zouden slechts symbolische waarde hebben. Deze conclusie delen wij niet.

Bij de Haagse rechtbank wordt sinds 2005 supersnelrecht toegepast. Inmiddels worden er tussen de dertig en veertig strafzaken per week afgedaan in een supersnelrechtzitting. Het gaat hierbij om eenvoudige feiten, waarvoor geen onderzoek meer nodig is. De verdediging stemt in met deze snelle afdoening. De verdachte staat dan binnen drie dagen na zijn aanhouding voor de rechter.

Behalve deze wekelijkse zittingen past de rechtbank Den Haag ook supersnelrecht toe bij grootschalige evenementen en landelijke feestdagen, zoals Oud en Nieuw, Koninginnedag en het Haagse muziekfeest KoninginneNach, dat voorafgaat aan deze nationale feestdag. Het grote voordeel van het supersnelrecht is dat de verdachte en het eventuele slachtoffer meteen weten waar ze aan toe zijn en dat een eventuele gevangenisstraf direct wordt uitgezeten.

De supersnelrechtzitting biedt genoeg tijd voor een zorgvuldige behandeling van het feit, de verdachte en eventuele schade van het slachtoffer. Het komt niet vaak voor dat een zaak op zitting moet worden aangehouden, omdat er nog iets moet gebeuren. Zaken waarbij de verdachte meer tijd nodig heeft om zijn verdediging voor te bereiden, of waarbij de positie van het slachtoffer in het gedrang dreigt te raken, worden niet afgedaan via het supersnelrecht.

In ongeveer drie supersnelrechtzaken per week wordt hoger beroep ingesteld, in vrijwel alle gevallen door de verdachte. Het hoger beroep dat in drie van vier Oud en Nieuw supersnelrechtzaken door het Openbaar Ministerie is ingesteld, is een uitzondering. De ervaring leert dat er bij gewone politierechterzittingen veel vaker hoger beroep wordt ingesteld. Supersnelrecht is dus effectief.

De afgelopen tijd is ten onrechte het beeld ontstaan dat supersnelrecht niet werkt, omdat de politierechter op 2 januari lagere straffen heeft opgelegd dan het OM heeft geëist. Van Leeuwen stelt in zijn artikel terecht dat de rechter bepaalt welke straf er wordt opgelegd en dat OM-beleid hierbij niet leidend is.

Supersnelrecht werkt, dat is onze ervaring. Het recht van betrokkenen wordt niet beperkt, integendeel. Er is sprake van een zorgvuldige, effectieve en snelle behandeling van alle strafzaken die zich ervoor lenen. Het zou erg jammer zijn als alle tumult over de supersnelrechtzittingen op 2 en 3 januari leidt tot afschaffing van deze succesvolle rechtsgang.

Elianne van Rens en Yolande Wijnnobel zijn persrechters bij de rechtbank Den Haag.