Superieure 'faction' over jacht op Bin Laden

Zero Dark Thirty. Regie: Kathryn Bigelow. Met: Jessica Chastain. In: 36 bioscopen.*****

Volgens de Britse historicus A.J.P. Taylor was het totaal onjuist dat, zoals vaak wordt aangenomen, na een grote historische gebeurtenis eerst de kruitdampen moeten neerdalen en pas na lange tijd serieuze geschiedschrijving kan plaatsvinden. Meteen na de grote gebeurtenis verschijnt vaak goed en belangrijk werk. Dan volgt een tussenfase die veel minder vruchtbaar is. En dan kan er weer goed werk komen, als de archieven eenmaal opengaan.

Zero Dark Thirty, de schitterende film over de klopjacht op Osama bin Laden van regisseur Kathryn Bigelow en scenarioschrijver Mark Boal, valt in de eerste categorie: razendsnelle én razendknappe geschiedschrijving. Bigelow en Boal werkten al aan een film over Bin Laden, gefocust op gebeurtenissen in december 2001 toen de Amerikanen hem dicht waren genaderd in het Afghaanse grottencomplex Tora Bora. Maar toen kwam het bericht dat Bin Laden was gevonden en gedood in Abbottabad, Pakistan, anderhalf jaar geleden. Ze begonnen opnieuw. Boal, die onder meer als oorlogscorrespondent werkte in Irak, maakte zijn eigen reconstructie, deels op basis van vertrouwelijke gesprekken met medewerkers van de CIA. Boal zwijgt over zijn bronnen, maar onder hen bevond zich vermoedelijk ook de CIA-agente die de hoofdrol heeft gekregen in de film (Maya). Ze wordt gespeeld door Jessica Chastain. De vrouw was gestationeerd in Pakistan en speelde een cruciale rol in het onderzoek. In de film is ze een moreel ambigue figuur die bereid is ver – te ver – te gaan voor haar doelen.

Bigelow omschrijft haar werkwijze als „bijna journalistiek”. Dat is inderdaad wat Zero Dark Thirty zo uitzonderlijk maakt. De film werkt als spionagethriller, die in de laatste drie kwartier overgaat in een superieure actiethriller – als de daadwerkelijke operatie tegen Bin Laden in Pakistan nagenoeg in ‘real time’ centraal staat – uitstekend. Maar de film is meer dan dat omdat de makers zo’n nauwgezette poging hebben gedaan om de geschiedenis te reconstrueren. Dit type ‘faction’ is tot nu toe het meest vruchtbare genre gebleken in films rond de gebeurtenissen van 11 september; denk ook aan United 93 van Paul Greengrass.

Om er film van te kunnen maken, vindt enige vertekening plaats. Dat is haast onvermijdelijk. Ervaringen van verschillende CIA-agenten zijn soms samengevoegd tot één personage. Maar de voornaamste vertekening is dat de film zich concentreert op een handvol personages, waar de jacht op Bin Laden in werkelijkheid een bureaucratie van duizenden ambtenaren aan het werk hield, veelal achter computers. Voor een schets van de context is een non-fictieboek als The Finish van onderzoeksjournalist Mark Bowden beter. Maar film is dan weer beter in het oproepen van de sfeer, de druk en de hele leefwereld waarin de CIA-agenten opereerden. Tenminste, als de film is gemaakt met het analytisch vermogen van Boal en Bigelow.

Haar koele, registrerende blik heeft Bigelow in de problemen gebracht. Zero Dark Thirty begint met lange en gruwelijke martelscènes, waarbij een verdachte harde klappen krijgt en wordt blootgesteld aan waterboarding (bijna-verdrinking). De film zegt niet wat de kijker ervan moet vinden, de afstotelijke beelden moeten voor zichzelf spreken. Sommige commentatoren zien in de scènes niettemin een pleidooi voor marteling, omdat de man in kwestie uiteindelijk – weliswaar niet tijdens de marteling – waardevolle informatie loslaat, die een rol speelt in het onderzoek naar een vertrouweling van Bin Laden die mogelijk als zijn koerier opereert.

Dit cruciale punt is inmiddels onderwerp van fel debat. Sommige autoriteiten stellen luid en duidelijk dat bij het vinden van Bin Laden dergelijke brute methoden géén rol hebben gespeeld. Maar verschillende onderzoeksjournalisten, waaronder Bowden, trekken de tegenovergestelde conclusie en bevestigen de lezing van Zero Dark Thirty. Bowden tekent daarbij aan dat daarmee niet is gezegd is dat de ‘verzwaarde verhoormethoden’ de enige manier zouden zijn geweest om de informatie te verkrijgen. Duidelijk is dat Bigelow niet over één nacht ijs ging, en dat ze goede gronden had om deze verhaallijn op te nemen. Om daar een pleidooi voor marteling in te zien, doet zowel haar als de film groot onrecht.

Zero Dark Thirty is geen film over de politieke debatten die tijdens deze periode plaatsgevonden, noch over de oorlogen die Amerika uitvocht in Afghanistan en Irak. De film heeft een symbiotische relatie met Bigelows vorige film The Hurt Locker. Die film behandelde de oorlog in Irak, maar uitsluitend door de ogen van een bomexpert. Zero Dark Thirty hanteert dezelfde methode, maar met een CIA-agent. Van triomfantalisme is geen sprake. De prijs die Maya – en impliciet de VS – betaalt voor haar succes is hoog. Toch is de ontknoping ook een moment van ontlading en ontroering. Waarom niet? Je hoeft geen met de Amerikaanse vlag zwaaiende redneck te zijn om blij en opgelucht te zijn als Bin Laden eindelijk is gepakt en gedood.

Peter de Bruijn