Pensioenkortingen niet beperkt tot 2013

Minstens zeventig pensioenfondsen moeten per 1 april een korting op de pensioenen doorvoeren van gemiddeld 1,9 procent. Een tweede verlaging in 2014 dreigt voor meer dan de helft daarvan.

Dat blijkt uit voorlopige cijfers van toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB). Een jaar geleden zag het er nog naar uit dat 103 pensioenfondsen de pensioenen met gemiddeld 2,3 procent zouden moeten verlagen. Dat de ingreep uiteindelijk iets meevalt is vooral te danken aan soepeler rekenregels die DNB de pensioenfondsen oplegt. Hierdoor is de dekkingsgraad van pensioenfondsen, die de verhouding tussen vermogen en verplichtingen uitdrukt, iets verbeterd. Pensioenfondsen hadden eind vorig jaar op papier voor iedere euro aan toegezegde pensioenen gemiddeld twee cent aan buffer beschikbaar. Een jaar daarvoor kwamen zij op papier nog twee cent te kort.

Toch zijn de meeste fondsen er nog niet. DNB eist een minimale dekkingsgraad van 105 procent waaraan de fondsen eind van het jaar moeten voldoen. Circa 40 van de fondsen die nu in onderdekking zijn verwachten die minimumgrens van DNB aan het eind van het jaar niet te halen. Zij moeten naar verwachting in 2014 de pensioenen nog eens met gemiddeld 1,6 procent verlagen. Afhankelijk van de prestaties van de fondsen het komende jaar kan dat percentage nog mee of tegenvallen.

Enkele van de minstens 70 fondsen hebben de pensioenkorting al aan hun deelnemers meegedeeld. Daaronder is het pensioenfonds van A&O Services dat de pensioenen verwacht te moeten verlagen met een ongekende 19 procent verspreid over drie jaar.

De twee grootste pensioenfondsen ABP en Zorg en Welzijn, die samen de pensioenen beheren van circa 5 miljoen Nederlanders, maken 1 februari bekend of zij een korting moeten doorvoeren. ABP heeft al aangegeven dat een verlaging van 0,5 procent zeer waarschijnlijk is. Pensioenfondsen hebben nog tot 1 maart de tijd om hun deelnemers te informeren.