Passie, heel vermoeiend

Even een modewoord voorspellen: hartstocht. Klinkt nu nog een beetje oubollig, een beetje 50 jaar geleden vermengd met 50 tinten grijs, maar wacht maar. Ooit beginnen hippe types het te gebruiken voor het enthousiasme waarmee ze hun werk doen (‘mijn baan is gewoon echt mijn hartstocht’). Vervolgens wordt het in managers- en personeelstrainerskringen opgepikt, totdat het zoveel gebruikt wordt dat iedereen misselijk raakt van softigheid. En op een gegeven moment moet er weer een nieuw modewoord komen, dan is ‘hartstocht’ gewoon op. Maar dat duurt nog wel een tijdje. Want voorlopig zitten we nog met ‘passie’.

Passie! Mensen die hun hobby hun passie noemen, of erger nog, die zeggen dat hun werk hun passie is, of dat ze het met passie doen! Het kost me nog steeds moeite om alle andere associaties die ik met passie heb dan even weg te duwen: intiemromans, het Lijdensverhaal van Christus, passievruchten (en hoe moeilijk je ze leegschraapt), Passie & Adriaan – het komt altijd allemaal even langs. Heel onhandig, want het hebben van een passie en het werken met passie zijn ongemerkt steeds gewoner geworden. Er lijken nog maar weinig mensen te zijn zonder passie. En nu meldt het wetenschappelijk tijdschrift Journal of Personality and Social Psychology deze maand ook nog dat er twéé soorten passie zijn.

De onderzoekers definiëren passie als iets wat iemand leuk en belangrijk vindt en waarin hij of zij regelmatig veel tijd investeert. Ze zeggen dat mensen dat op twee manieren kunnen doen. Ofwel harmonieus: dan is de passie in kwestie goed geïntegreerd in het dagelijks leven en niet in strijd met andere dingen die gedaan moeten worden. Ofwel obsessief: dan zijn ze voortdurend bezig die andere dingen uit hun hoofd te zetten (‘nee, ik moet nu golfen!’). En niet alleen bewust; ook hun onbewuste blijft ermee bezig. Heel vermoeiend.

Die tweede soort passie, die dwangmatige, die is natuurlijk niet goed. Wij Nederlanders zouden het misschien al geen passie meer noemen als er zo’n druk op stond, maar ja, de helft van deze onderzoekers is Franstalig en die weten vast meer van passion dan wij. Wij moeten hier vooral van leren onze passies goed in ons leven te integreren, want dan putten ze ons niet uit. En als je werk je passie is, moet je je werk- en privéleven goed op elkaar afstemmen, zodat je daar niet meer over hoeft na te denken en je onbewuste ook niet.

Ook nog interessant: in een competitieve, winstgerichte bedrijfscultuur werken mensen vaak met passie in de obsessieve, uitputtende variant. Is het daarentegen gezellig op het werk en heeft de baas oog voor mensen, dan werken mensen vaker met harmonieuze passie. Passie zoals passie bedoeld is, zou je bijna zeggen. Bijna.

    • Ellen de Bruin