Nuttige seks met Neanderthalers

De Homo sapiens profiteerde van het goede afweersysteem van de Neanderthaler. Maar is de afweer té goed, dan krijg je geen kinderen.

Medisch redacteur

Europeanen hebben één tot vier procent Neanderthaler-DNA in hun genen. Maar de genen waarmee een deel van ons afweersysteem werkt, bestaan voor meer dan de helft uit DNA van die door Homo sapiens verdrongen mensachtige. Hoe komt dat?

Natuurlijke selectie. Dat afweersysteem van de Neanderthalers had Homo sapiens nodig om alle nieuwe parasieten, virussen en bacteriën te overleven die hij tegenkwam toen hij ruim 65.000 jaar geleden vanuit Afrika naar Eurazië trok. Dat schrijven de Britse moleculair biologen Peter Parham en Ashley Moffett in een verrassend perspective – een opinie-artikel – dat maandag in Nature Reviews Immunology stond. Het gaat hier om de aangeboren afweer (zie kader).

De voorouders van de Neanderthalers waren 300.000 jaar geleden al uit Afrika vertrokken. Zij hadden hun afweersysteem al lang aangepast aan hun omgeving. En de nieuwkomers die seks hadden met de Neanderthalers profiteerden daarvan, althans hun nakomelingen.

Seks met Neanderthalers was veel efficiënter dan een geleidelijke evolutie van het afweersysteem, schrijven Parham en Moffett, want „één paring kon al een volledige set afweergenen introduceren die hun waarde al bewezen hadden in een menselijke populatie in de Eurazische omgeving”. Zelfs de snelle evolutie van het afweersysteem doet daar eeuwen over.

Omgekeerd kun je ook speculeren, en Parham en Moffett doen dat, dat groepen Homo sapiens die géén seks hadden met Neanderthalers het niet hebben overleefd.

Het is een opinie-artikel dat Parham en Moffett schreven, maar ze baseren zich op een stroom genetische feiten, en op detailinformatie over het afweersysteem. Veel is pas een paar jaar bekend, zoals de erfelijke codes van de Neanderthaler en zijn oostelijker levende tijdgenoot, de Denusova-mens. Parham en Moffett beperken zich in tijd en plaats niet tot dat gedoe met de Neanderthalers, tussen de 30.000 en 65.000 geleden. Ze bekijken ook de bijzondere afweer van Zuid-Amerikaanse Indianen.

Het staat wel vast dat alle dieren onder selectiedruk staan van parasieten, maar de afweer moet ook weer niet té goed worden, want dan kunnen vrouwen geen kinderen meer krijgen. Ook daarover schrijven Parham en Moffett.

Het afweersysteem van een zwangere vrouw bedreigt de foetus die in haar groeit. Dat komt doordat een foetus cellen heeft waarin de helft van de eiwitten van vader-DNA komt. Een te goed afweersysteem valt dat aan en veroorzaakt miskramen, groeivertraging, of zwangerschapsvergifting (pre-eclampsie).

Een te slappe afweer is echter ook niet goed, want dan groeit de foetus, niet gehinderd door afweercellen in de baarmoederwand, tot een te grote baby waarvan het hoofd niet meer door het geboortekanaal past. Toen de keizersnee nog niet bestond, betekende dat de dood in het kraambed.

Dat grote hoofd en het nauwe geboortekanaal ontstond pas toen onze voorouders rechtop gingen lopen, 3,5 miljoen jaar geleden, en steeds grotere hersenen kregen. Om dat probleem te beheersen, verschilt onze aangeboren afweer nu van die van de chimpansee. De verandering zit moleculair zo in elkaar dat de babygroei binnen nauwe grenzen mogelijk is.

Het is de voortdurende balans tussen baren en beschermen die de aangeboren menselijke afweer heeft gevormd, vinden Parham en Moffett.