Meer veiligheid is niet met geld alleen te koop

Oliemaatschappijen kunnen niet veel méér doen om hun werknemers te beschermen. Dat blijkt wel uit de bloedige confrontatie tussen Algerijnse veiligheidstroepen en gewapende gijzelnemers bij het gasveld In Amenas. Managers zouden het probleem graag met geld oplossen, maar dit soort veiligheid kunnen bedrijven niet zomaar kopen.

Er is niet gesuggereerd dat Statoil en BP, die het beheer voerden over In Amenas, laks zijn geweest met hun inspanningen om hun werknemers te beschermen. Het Britse en het Noorse bedrijf hadden misschien meer bescherming gewild, maar de Algerijnse regering bepaalde de regels. Ze konden niets anders doen dan lobbyen en dreigen met een vertrek als de veiligheid niet zou worden verbeterd.

In ieder geval lijkt de Algerijnse regering de verantwoordelijkheid serieus te hebben genomen om deze economisch essentiële bezitting te beschermen. Hoewel de details nog onduidelijk zijn, duiden de eerste berichten erop dat het gascomplex werd beschermd door een garnizoen Algerijnse gendarmes.

Toen de faciliteit feitelijk onder de voet werd gelopen, konden de oliemaatschappijen weinig doen. De nationale overheid besloot een bloedig einde aan de bezetting te maken, waarbij volgens de jongste schattingen minstens tachtig gijzelaars en gijzelnemers de dood vonden.

De Algerijnse overheid is niet de enige die grip wil hebben op de veiligheid. Commerciële beveiligingsbedrijven liggen politiek vaak gevoelig, zelfs wanneer ze het hardst nodig zijn. Irak heeft heel lang geprotesteerd tegen de aanwezigheid van buitenlandse veiligheidsfirma’s op zijn grondgebied, ondanks de overduidelijke tekortkomingen van de eigen veiligheidskrachten.

Oliemaatschappijen zouden het zich makkelijk kunnen veroorloven meer geld uit te geven aan veiligheidsarrangementen. Neem Shell, dat te maken heeft gehad met een ernstige dreiging van militanten in de Niger-delta. Volgens gegevens van de mensenrechtenorganisatie Platform heeft het Brits-Nederlandse concern tussen 2007 en 2009 ruim 1 miljard dollar aan veiligheid uitgegeven, grofweg 1 procent van zijn kapitaaluitgaven. Als een extra dollar voor de veiligheid een makkelijker manier zou zijn om de productie veilig te stellen dan bijvoorbeeld een investering in een lastige en dure booroperatie in arctische omstandigheden, zou een bedrijf als Shell zo’n mogelijkheid waarschijnlijk met beide handen aangrijpen.

De harde werkelijkheid is echter dat de industrie – en beleggers – op overheden zullen moeten vertrouwen ter bescherming van hun mensen en bezittingen. Helaas zijn die overheden niet altijd in staat deze bescherming te bieden.

Breakingviews is een dagelijks commentaar vanuit de City in Londen. Vertaling door Menno Grootveld.