In Diabaly wordt de vijand onzichtbaar zodra de Fransen komen

Terwijl het Franse leger opstoomt, heerst angst in de heroverde stadjes. Reportage uit het strijdgebied: voor deze oorlog zijn woestijnratten nodig.

De oude man Lamine Traoré komt aantuffen op een kleine tractor, zestig kilometer van de westelijke frontlinie bij de stad Diabaly. Bij de wegversperring kijken Malinese militairen naar een Franse televisiezender om het laatste nieuws over de oorlog te vernemen. Traoré overhandigt „un petit cadeau”, smeergeld, aan de militairen om te passeren. Het is oorlogstijd, maar oude gewoontes houden stand.

„Vrijwel iedereen heeft Diabaly verlaten”, vertelt de oude man. „Wij vrezen de extremistische moslimstrijders, maar ik blijf ook liever uit de buurt als het Malinese leger terugkeert. De opstandelingen trokken de rijstvelden in. Of ze versmolten in de omliggende dorpjes met de bevolking. Ze zijn onzichtbaar geworden.”

De regeringssoldaat houdt journalisten tegen. „We weten niet waar de islamitische extremisten zich bevinden”, zegt hij. „Het is te gevaarlijk voor u om verder te rijden, ze kunnen u in gijzeling nemen.” Heeft hij een idee wanneer zijn leger naar Diabaly zal oprukken? „Wanneer het Franse leger ons dat opdraagt”.

Tegen het einde van de middag wordt de stilte bij de wegversperring verscheurd. Aangevoerd door twee simpele terreinwagens van het Malinese leger passeert een colonne Franse pantservoertuigen met een honderdtal militairen. Een in de Franse vlag gewikkelde inwoner juicht „Vive la France”. Een ander scandeert „Vive Mali”. Ze rijden door naar Diabaly.

Er was weinig van de oorlog te merken op weg naar het front bij Diabaly. Kinderen en geiten staken onverwachts de weg over, mannen en vrouwen stonden tot hun enkels in het water van de rijstvelden. De irrigatieprojecten langs de rivier de Niger maken dit gebied tot een deel van het economische hart van Mali. In een conventionele oorlog zou de streek van het hoogste belang zijn. Maar de vijanden van de Fransen voeren een guerrilla. Ze hebben zich door de Franse interventie even uit hun tent laten lokken, maar ze gaan een grote confrontatie uit de weg en nemen de benen wanneer de beter bewapende Fransen eraan komen.

De volgende dag hebben de Fransen Diabaly ingenomen, na zware beschietingen en luchtaanvallen op de basis waar de extremisten kwartier hadden gemaakt. Journalisten mogen nu in hun kielzog mee. Uitgebrande auto’s en barakken tonen de voltreffers van de Franse gevechtsvliegtuigen. De extremisten moesten stapels munitie, raketten en ander modern wapentuig achterlaten. Ze zijn goed bewapend na de plundering van wapenopslagplaatsen in Libië na de val van Gaddafi.

Van het katholieke kerkje in Diabaly is het kruis op de gevel af geschoten, binnen ligt een beeld van Maria aan gruzelementen. François, een lid van de gemeente, kijkt bedroefd naar de vernielingen. „De opstandelingen vertelden het islamitisch recht, de shari’a, te willen invoeren. Ze hadden een lichtgekleurde huid.” De actie in Diabaly werd uitgevoerd door Al-Qaeda-in-de-Islamitische-Maghreb en geleid door Abdel Hamid Abou Zeid, een Algerijnse commandant. „Ze kregen steun van wahabieten in Diabaly, de vijand is nog onder ons”.

Bij de kleine moskee van de wahabieten, aanhangers van een ultraconservatieve vorm van de islam, zit imam Seida Keita met zijn vele kinderen onder de mangoboom. Hij is boos. „Inwoners van Diabaly zeggen dat we samenwerkten met de opstandelingen. Maar dat is niet waar”, tiert hij. „Ze zeggen dat we een kameel voor hen slachtten en dat ze in onze moskee kwamen bidden. Ik woon hier al dertig jaar en we leven in harmonie met alle dorpelingen, maar nu ben ik bang voor wraak.”

Het Malinese leger heeft weer zijn positie van twee weken geleden ingenomen rond Diabaly. Veel vertrouwen hebben de bewoners niet in hun eigen militairen. Het beste regiment, de Rode Baretten, bleef trouw aan de vorig jaar afgezette president Amadou Touré en is ontwapend. Dat geldt ook voor een bataljon Toearegstrijders die na de rebellie van een jaar geleden niet meer wordt vertrouwd door de legerleiding. Juist de Toeareg kennen de woestijn van Noord-Mali op hun duimpje.

Deze oorlog zal niet in de steden worden gewonnen. De Fransen, straks versterkt met honderden West-Afrikaanse militairen, zullen vermoedelijk redelijk makkelijk de drie belangrijke steden Timboektoe, Kidal en Gao in het door extremisten bezette noorden veroveren. Misschien krijgen ze daarbij zelfs steun van binnenuit. In Gao is de bevolking de laatste maanden al een paar keer in opstand gekomen en mogelijk zullen de Toeareg bij Kidal een handje helpen. Maar wat dan?

Gebied innemen is niet de grootste uitdaging in de strijd tegen de geschatte 3.000 opstandelingen, zoals de strijd bij Diabaly laat zien. Om hen te verslaan moet de interventiemacht ze tot op de laatste zandduinen, grotten en bergen achtervolgen, en niet alleen in Mali maar ook in buurlanden. Voor die strijd zijn woestijnratten nodig, strijders met een grondige kennis van de Sahara, die hun weg vinden door naar de sterren te kijken, die de waterbronnen weten te vinden en de plaatselijke heersers kennen.

De militairen die hiervoor het beste zijn uitgerust, komen uit Tsjaad. Dat land heeft 2.000 militairen aangeboden. Het Tsjadische leger versloeg in 1987 het Islamitische Legioen van Gaddafi in een dergelijk ruig terrein. Alleen dan heeft de strijd in het zand tegen de onzichtbare vijand een kans van slagen.

De meerderheid van de Franse militairen die Diabaly innamen is alweer vertrokken naar het front verder oostwaarts, voorbij Mopti en de stadjes Konna en Douentza. De reis gaat verder over een eindeloze boomsavanne waarop de apenbroodbomen over de kale akkers waken. Kinderen spelen in de kwijnende vijvers van het regenseizoen, een half jaar geleden. Mannen bakken stenen van modder voor hun aarden huizen. Paardenkarren met stapels brandhout trekken een wegversperring voorbij en werpen twee stukken brandhout van de kar als tolgeld. Boven het vergeelde land hangt een lucht zonder wolken. Die komen pas over zes maanden weer terug. Een schraal land waarin een ieder oplost, oncontroleerbaar.

Bij Mopti houdt een militair opnieuw journalisten tegen. Maar voor een „petit cadeau” wil hij wel de andere kant uitkijken. Per telefoon vertelt een hoge commandant in Mopti echter dat hij geen enkele buitenlander in de stad zal tolereren. „Het gebied is geïnfiltreerd door terroristen”, meldt hij. Een inwoner van de stad vertelt over wraakacties tegen vermeende aanhangers van de extremisten, over huiszoekingen, over gedemoraliseerde regeringsmilitairen die zich al wekenlang misdragen tegen burgers en mensen vermoorden.

Het vergif van de aangewakkerde tegenstellingen in Mali verspreidt zich snel en zal de oorlog nog moeilijker maken.

    • Koert Lindijer