Humor

Op een feestje ving ik dit gesprek op: „Maar wat vind jij dan echt belangrijk, in een man?”, vroeg de man. Het meisje antwoordde meteen: „Humor”, zei ze. „Ja, ik ben echt dol op humor.” Ik hoorde het haar zeggen en dacht: ja, ik ben het helemaal met je eens. Maar er ís iets met

Op een feestje ving ik dit gesprek op: „Maar wat vind jij dan echt belangrijk, in een man?”, vroeg de man. Het meisje antwoordde meteen: „Humor”, zei ze. „Ja, ik ben echt dol op humor.” Ik hoorde het haar zeggen en dacht: ja, ik ben het helemaal met je eens. Maar er ís iets met die zin.

Niemand denkt aan lachen als het woord ‘humor’ valt

Het komt door het woord ‘humor’. Er zijn weinig woorden die bloedelozer en meer sfeervermoordend zijn dan ‘humor’. Nu hoeven heus niet alle woorden precies samen te vallen met hun betekenis (of een onomatopee te zijn, zoals een paard in het Indonesisch ‘tjeplok tjeplok’ heet), maar een woord moet je toch bij voorkeur zo min mogelijk verwijderen van de inhoud.

En niemand denkt aan lachen als het woord humor valt. Ik denk aan de eerste date waarbij de ander tijdens het voorgerecht met een uitgestreken gezicht zegt: „Mijn hobby’s zijn leuke humor.” Aan een collega die zegt: „Ach joh, dat is toch humor”, wanneer hij net expres iemands mobieltje onder zijn ergonomische draaistoelpoten heeft verbrijzeld. Aan de boze jongen die je per ongeluk raakte met een sneeuwbal: „Zo? Heb je humor ofzo?”

Het moge duidelijk zijn: humor is een heel naar, deprimerend iets, waar helaas nog steeds geen remedie tegen gevonden is. Voor mijn gevoel had de naam van het digitale kanaal HumorTV ook best cynisch bedoeld kunnen zijn. Dat ze stiekem alleen maar vertraagde zwart-witfilmpjes van verzorgingshuizen en fladderende plastic zakjes uitzenden.

Maar goed – wat zeg je dan? De alternatieven zijn niet bepaald talrijk. Uiteraard denk je eerst aan het woord ‘grappig’, maar zodra iemand zegt: „Ik wil graag een grappige man”, zou je ook kunnen denken dat diegene houdt van mannen die zonder duidelijke reden een sombrero aan de kapstok hebben hangen, of die graag intuïtief dansen in het park. Daarna kom je al snel bij het woord ‘geestig’ – een geschikte optie, ware het niet dat het door chique vrouwen ook gebruikt wordt voor situaties die helemaal niet geestig zijn: „En toen kwam ik Nadine gewoon zomaar tegen op Schiphol, echt té geestig.”

Je zou nog een poging kunnen wagen richting ouderwets of dialect: een gebbetje, bijvoorbeeld, of een grol, maar in beide gevallen lijkt het toch vooral alsof er pas gelachen kan worden als er minstens drie afgezakte broeken, zes rookworsten en een Belg met een enorme hoeveelheid niet-ingedraaide gloeilampen aan te pas komen.

Zelf zeg ik vaak: „Ik hou van grapjes”, waardoor ik inderdaad overkom als een kleuter die er geen genoeg van krijgt als haar ouders weer eens de Koekiemonster-handspreekpop achter de bank laten verdwijnen. Of misschien wel als iemand die ervan houdt als mensen ten afscheid jolig „tot sinas” roepen.

Het maakt helemaal niet uit – alles is beter dan van humor houden.