Hoe kan Den Haag ingrijpen bij SNS ?

SNS Reaal kan niet zelfstandig voortbestaan en Nederlandse banken mogen niet helpen. De oplossing moet uit Den Haag komen. Maar wat kunnen en mogen de financiële toezichthouders eigenlijk?

De problemen voor SNS stapelen zich op en in politiek Den Haag glijden de gedachten terug naar vijf jaar geleden. Wapens om de acute kredietcrisis in 2008 te bestrijden had toenmalig minister Wouter Bos van Financiën nauwelijks. Hij kocht het Nederlandse deel van Fortis (ABN Amro) op, maar voor deze feitelijke onteigening ontbrak de wettelijke basis. En voor het geval ING verder in gevaar zou komen, had de bewindsman een noodwetje in zijn bureaula liggen dat in het diepste geheim door de Raad van State van commentaar was voorzien. Alleen met die wet zou nationalisatie zonder groen licht van de aandeelhouders mogelijk worden.

Dat nooit meer, was de gedachte na de bankencrisis. Toezichthouder De Nederlandsche Bank en de minister van Financiën zouden veel meer middelen moeten krijgen om in te grijpen. De rust rond de twee grootbanken is weergekeerd, maar een nieuwe crisis dient zich aan. SNS Reaal, de vierde bank en verzekeraar van Nederland en bestempeld als een cruciale bank binnen het financiële systeem, dreigt door zijn vastgoedpoot Property Finance te worden omgetrokken. Voor het eerst lijkt de nog splinternieuwe Interventiewet zijn waarde te gaan bewijzen.

De wet komt eigenlijk voort uit de tijdelijke Commissie Onderzoek Financieel Stelsel die in 2010 naar aanleiding van de kredietcrisis met een duidelijke conclusie kwam. „Tussen de zogeheten norm-overdragende gesprekken die De Nederlandsche Bank met een bank kon voeren en het aanvragen van een faillissement zat een heel groot gat”, zegt Tweede Kamerlid Jan de Wit (SP) die voorzitter was van die tijdelijke Commissie en later ook van de enquêtecommissie Financieel Stelsel. Tot voor kort had toezichthouder DNB vooral bevoegdheden die een crisis zou moeten voorkomen, zoals de verplichting om grotere buffers aan te houden. Of een stille curator aan te stellen. Maar dat bleek bij een uitslaande brand te weinig.

Begin volgende maand praat de Kamer met het kabinet over de aanbevelingen die uit de enquête kwamen. Dan is misschien al meer bekend over een eventuele reddingsactie voor SNS, maar op dat debat hoeft Financiën te wachten. De Interventiewet met zijn vele crisismaatregelen is vorig jaar al door het parlement goedgekeurd. In tegenstelling tot zijn partijgenoot Bos heeft de huidige minister Jeroen Dijsselbloem – samen met DNB – wel veel middelen om in te grijpen.

De vorig jaar aangenomen wet bevat een zogeheten interventieladder. De bovenste sport van die ladder is onteigening door de minister van Financiën; daaronder de minder drastische maatregelen die genomen kunnen worden. Zoals het overdragen van spaardeposito’s aan een andere, gezonde bank. Of juist de schulden naar een ‘bad bank’. En naar het zittende management hoeft niet meer worden te geluisterd.

Voorwaarde voor zulke vergaande maatregelen is wel dat de instelling in nood het financiële systeem van Nederland in gevaar brengt. En daarbij hoeft het niet alleen om banken te gaan; ook bij verzekeraars en beleggingstellingen kan hard worden ingegrepen.

Aandeelhouders van zo’n bank in problemen hebben het nakijken. De rechter geeft na een marginale toetsing – beoordeelt of de procedures zijn nageleefd – groen licht: aandeelhouders met meer dan 5 procent kunnen door de rechter worden gehoord, maar de kans is groot dat daar in crisissituaties helemaal geen tijd voor is. Ook de rol van het parlement is niet groot. Dat is volgens De Wit een direct gevolg van „serieus toezicht met tanden”. De Kamer heeft die bevoegdheden immers via de Interventiewet overgedragen. „En als de stabiliteit van het systeem in het geding is, vind ik het logisch dat de minister de leidende partij is. Ook ten opzichte van DNB. Na afloop legt die minister dan verantwoording aan de Kamer af.”

Zijn De Wit en zijn Commissie gelukkig met de Interventiewet? Dat lijkt erop, maar in elk geval komt één gewenste aanpassing begin februari aan de orde in het Kamerdebat. In haar aanbevelingen stelt de commissie voor om met een zogeheten bindend sanctieregime te komen. Zo’n regime legt van te voren vast welke maatregelen er bij specifieke situaties genomen moeten worden.

„Dat voorkomt de sfeer van oude-jongens-krentenbrood dat we tussen de banken en de toezichthouder in 2008 tegenkwamen. Juist de risico’s zitten in het ontstaan van dit soort relaties en daarom moet de ruimte voor een toezichthouder beperkt zijn”, zegt De Wit. Vooralsnog zal SNS zonder dit bindend sanctieregime op het droge worden getrokken.

    • Erik van der Walle