Hoe de koraalteenboomkikker in de boom blijft hangen

Wie wel eens een plakbandje of pleister heeft losgetrokken, weet: dat moet je onder een grote hoek doen, dan kost het minder kracht (of pijn). Al in 1975 verklaarde natuurkundige Kevin Kendall waarom de lostrekkracht groeit als de lostrekhoek krimpt. Nu blijken ook boomkikkers Kendalls plakbandwet te gebruiken, maar dan om juist te blijven plakken. Dat beschrijven onderzoekers Thomas Endlein van de universiteit van Glasgow en collega’s deze maand in Journal of the Royal Society Interface.

Boomkikkers blijven hangen tegen steile of overhangende oppervlakken door hun licht beslijmde voetzolen er tegenaan te drukken en zo de aantrekkende kracht te maximaliseren. Om de krachten preciezer te meten, plaatsten de onderzoekers koraalteenboomkikkers (circa 10 cm groot) op een rooster van 3D-krachtmeters. Dat rooster kantelden ze vervolgens.

Bij een hoek rond de 106 graden (licht achteroverhangend), beginnen de kikkers hun voor- en achterpoten breder uit elkaar te zetten. Rond de 131 graden zijn alle poten zo ver mogelijk uitgespreid. Door zijn poten te spreiden, stellen de onderzoekers, verkleint de kikker de contacthoek tussen voetzool en het oppervlak, en vergroot hij dus de kleefkracht à la Kendall. Pas rond de 155 graden, bijna ondersteboven, houden de kikkers het niet langer en vallen ze achterover.