Column

Het bedrogen volk

Van alle Nederlanders denkt 94 procent dat onze politici van tijd tot tijd of habitueel tegen het volk liegen, en 90 procent gelooft dat bedrijfsbestuurders (CEO’s) hetzelfde doen. Dit is vastgesteld door het grootste communicatiebureau ter wereld, Edelman. Het rapport is deze week gepubliceerd in Davos, waar het World Economic Forum deze week zijn jaarlijkse vergadering houdt. De tekst is te vinden via Google.

Onwillekeurig vraag je je af of het onderzoek van dit respectabele bureau betrouwbaar is. Op grond van veel dagelijkse ervaringen ben je in elk geval geneigd te geloven dat het een grond van waarheid bevat. Ik noem een paar recente ervaringen. De Fyra, de magnifieke hogesnelheidstrein die ons nog dichter bij België zou brengen, heeft kennelijk zoveel ongeneselijke kinderziekten dat we overwegen om dit wonder af te bestellen. Ook de Joint Strike Fighter, de straaljager die een ongelofelijke werkgelegenheid met zich brengt en waarmee we de volgende oorlog zullen winnen, heeft onverwachte kinderziekten. Als de NoordZuidlijn van de Amsterdamse metro zal rijden, zal dit misschien te danken zijn aan de tussenkomst van een opperwezen.

Ter verontschuldiging van degenen die voor deze gigantische echecs verantwoordelijk zijn, zouden we kunnen zeggen dat we hier te maken hebben met vergissingen, kapitale vergissingen weliswaar, maar vergissen is menselijk. Dit is een dooddoener. De verantwoordelijken zijn nooit verplicht geweest om in het openbaar tekst en uitleg van hun fouten te geven, wat nog iets anders is dan dat ze in staat van beschuldiging werden gesteld. En nog zo’n voorbeeld – nog altijd weten we niet hoe we tien jaar geleden in de oorlog tegen Saddam Hoessein zijn terechtgekomen, hoewel er veel sterke aanwijzingen zijn dat het volk toen stevig is misleid. Na jaren kregen we de commissie-Davids. Die concludeerde dat het kabinet volgens de regels van de internationale rechtsorde had gehandeld, en dat was dat.

In dit land wordt vrijwel niets nog voor 100 procent vertrouwd. De media wekken diepe achterdocht. Alleen de kranten kunnen er nog mee door. Ook organisaties zonder winstoogmerk – het Rode Kruis, Greenpeace, Amnesty International – delen volgens het rapport van Edelman mee in het grote wantrouwen. En raadpleeg de digitale stem des volks, op de websites. Het weerbericht van het KNMI bevat allerlei onzin. Code Oranje, laat me niet lachen! De nationale opinieonderzoeker Maurice de Hond is een prutser, een fröbelaar. Met grote sportlui hoef je zeker sinds Lance Armstrong helemaal niet meer aan te komen. Ze zijn allemaal verdacht tot ze hun onschuld hebben bewezen.

Nederland is terechtgekomen in een crisis van de openbare geloofwaardigheid. Hoe komt dit?

In de eerste plaats zijn we in politiek opzicht nog altijd een coalitieland. Elke partij belooft in de verkiezingscampagne te veel en moet dus, om in de regering te komen, water in de wijn doen. Zo gaat het al sinds we een moderne democratie zijn. Elk kabinet is hier gebouwd op een fundament van redelijke compromissen – althans, zo hoort het, maar in deze tijd van absoluut gewaande openbaarheid zien trouwe kiezers hoe de partijleiders programmapunten van hun voorkeur prijsgegeven, liefst lachend. Lachen moet op de televisie. Het is begrijpelijk dat dit hun woede en wantrouwen wekt. Ze voelen zich verraden. Sinds de opkomst van internet hebben ze het medium om hieraan uitdrukking te geven.

Intussen is de fundamentele volkscultuur veranderd. Ook door internet heeft iedereen die online is toegang tot de hele wereld, zonder dat hij door wie dan ook ter verantwoording kan worden geroepen voor zijn mening, zijn boodschap, zijn verwensing. Voor alle zekerheid gebruiken bijna alle vrije burgers een schuilnaam. Dit is in de loop van ongeveer de afgelopen tien jaar tot een subcultuur geworden – niet alleen in Nederland, maar overal in de westerse wereld.

Onder deze omstandigheden zijn we een paar jaar geleden overvallen door de crisis. Intussen is gebleken dat de wetenschap van de gezamelijke economen niet toereikend is voor een oplossing. De politiek belooft veel, maar de dagelijkse praktijk bewijst dat alle partijen in één opzicht verenigd zijn: ze staan machteloos tegenover dit probleem, dat iedereen raakt. De werkloosheid blijft groeien. De inflatie neemt toe. De kosten van het levensonderhoud stijgen. Europa is in een staat van permanente verwarring. Alleen de directies van sommige banken hebben over de bonussen niets te klagen. Onder deze omstandigheden is onder het volk de overtuiging ontstaan dat het door de elite habitueel wordt voorgelogen.

De opkomst van Pim Fortuyn heeft de miskende, verontwaardigde burger een identiteit gegeven. Dit heeft toen, meer dan tien jaar geleden, een stembusrevolutie veroorzaakt.

Deze crisis is veel ernstiger. De permanent benadeelde burger ervaart hoe zijn verontwaardiging en miskenning worden gesmoord in een labyrint van halve ontkenningen en hele leugens – een moeras waarvan niemand iets begrijpt. Een enkele keer wil een politicus een parlementaire enquête. De onderste steen moet boven! Hier komt niets van. Tien jaar geleden liep het plotseling mis. Met de dag groeit de kans dat de geschiedenis zich herhaalt. Het volk wil niet bedrogen worden.

H.J.A. Hofland is journalist en columnist.