Filmfestival van Rotterdam rekte het elastiek te ver op

Rotterdam trok in 2012 eenvijfde minder bezoek. Het festival werd te duur. Kan het de schade herstellen?

Het leek rustiger, vorig jaar op het International Film Festival Rotterdam (IFFR). En dat klopte. Toen zakelijk directeur Janneke Staarink aan het eind de balans opmaakte, was het bezoekeraantal gekelderd met eenvijfde, van 341.000 naar 274.000. Bijna 70.000 mensen, anderhalf maal een volle Kuip.

De crisis, speculeerde Staarink na afloop. Of een logische terugslag na de jubileumeditie van 2011, toen het IFFR meer films vertoonde in meer zalen. Ook de Raad van Cultuur zag later in zijn Advies 2013-2016 „geen intrinsiek probleem” maar een „logische correctie na jaren van groei”.

Toch is het vreemd. De jubileumeditie van 2011 was niet extra druk: in dat jaar daalde het bezoek ook al met 10.000. En het IDFA in Amsterdam of Film by the Sea in Vlissingen hebben weinig last van de crisis: hun bezoekersaantal blijft stabiel, al zag het Nederlands Film Festival een teruggang van bijna 10.000 bezoeken.

Luister je naar trouwe festivalgangers, dan is het simpel: het IFFR werd vorig jaar gewoon te duur. En het onderzoek dat IFFR door EMC Publieksonderzoek liet verrichten, bevstigt dat volgens zakelijk directeur Staarink ook. „De grens van de prijselasticiteit” is misschien bereikt, speculeerde ze vorig jaar. De achterban, ‘veelbezoekers’ die wel een gokje willen wagen op Litouwse avant-garde of een Iraans filmschoolexperiment, kon zich dat met een ticketprijs van 11 euro niet langer veroorloven. Staarink: „Ze kwamen nog wel, maar bezochten veel minder films.”

Hoewel bezoekers volgens Staarink door de crisis bezuinigen op luxes als festivalbezoek, verhoogde Rotterdam jaarlijks de prijzen. In 2008 ging de prijs van een filmkaartje omhoog van 7 naar 8 euro, met kortingspas resteerde toen 6 euro. De prijzen stegen elk jaar zo’n halve euro, en vorig jaar tot 11 euro. Tegelijk verdween de kortingspas. Diehards konden zich voor 360 euro ongelimiteerd onderdompelen, sympathisanten met een Tiger Friendpas van 50 euro kregen 3 euro korting per kaartje. Wel was elk tiende kaartje gratis.

Ook elders gingen de prijzen omhoog. Zo kostte bezoek aan een Big Talk, een Q & A met regisseur of acteur voor de vertoning van hun film in theater Corso, nu 13 euro – waarvoor je dan Steve McQueen en Anna Tilroe in pijnlijke verstarring tegenover elkaar zag zitten, of boe kon roepen naar de beschonken Aki Kaurismäki die een kwartier te laat de zaal binnen waggelde.

Staarink noemt het haar plicht „te onderzoeken hoe ver het elastiek financieel kan worden opgerekt, maar het plafond is vorig jaar bereikt”. Een ander zou het wellicht tot zijn plicht rekenen het IFFR enigszins begaanbaar te houden voor mensen met een smalle beurs. 11 euro voor een kaartje vindt ze niet exorbitant: incidentele bezoekers van het IFFR betalen dat graag. „Het IFFR is natuurlijk wel een bijzonder evenement”. Toch lijkt dat een forse prijs voor doorgewinterde filmliefhebbers in de Randstad, zo’n 90 procent van de vaste achterban van het IFFR. Dat is gewend aan de Cinevillepas, die voor 18 euro een hele maand ongelimiteerd toegang biedt aan filmtheaters. Een tienstrippenkaart van het Rotterdamse filmtheater Lantaren/Venster kost 65 euro. Die films zijn een veel veiliger gok dan het aanbod van het IFFR.

Dat doet dit jaar de prijzen wel weer omlaag. De kortingskaart keert terug onder de naam Tiger Discountpas van 18 euro, die recht geeft op 3 euro korting per kaartje. En echt voordelig zijn de last minute-kaartjes, die vanaf een uur voor de voorstelling voor 5,50 euro te koop zijn. De lastminuteshop liep vorig jaar nog geen storm, maar nu die kaartjes ook online te koop zijn, kan dat veranderen.

Staarink heeft goede moed dat met de kortingskaart ook de trouwe aanhang terugkeert: per e-mail zegt ze opbeurende reacties te krijgen. Over tien dagen zal blijken of het IFFR het elastiek vorig jaar niet te ver heeft opgerekt. Of we Staarink ergens op mogen afrekenen? „Als we het aantal bezoekers van vorig jaar handhaven, ben ik tevreden. Als we weer groeien ben ik blij.”

    • Coen van Zwol