Drijf uit, die middagduivel!

Veel kantoorwerkers hebben er last van: de middagdip. Een dagelijkse power nap zou helpen. „De mediterrane landen hebben de siësta niet voor niets.”

Je kunt je aandacht niet bij je beeldscherm houden. Je moet nog mensen bellen, maar hebt geen fut. Je gaapt. Wilt slapen. Je handen trillen van die ene koffie van net, dat kopje te veel dat je tegen beter weten haalde op zoek naar wat extra werklust, maar die je nu juist verraderlijk je laatste krachten ontneemt. En je moet nog zo lang!

Het is drie uur. Bijna iedereen met een kantoorbaan kent en vreest het moment. De energievortex die je werkdag in tweeën splijt tot vóór en na: de middagdip.

Het goede nieuws? Het ligt niet aan jou.

Middeleeuwse monniken fluisterden al over de ‘middagduivel’, een soort confessioneel Cup-a-Soupmomentje: op het midden van de dag waren ze het minst bestand tegen de veelsoortige aardse verleidingen.

Tegenwoordig noemen we het meestal de post-lunch dip, zegt Wouter van Marken Lichtenbelt, humaan bioloog aan de Universiteit van Maastricht. Het is een dieptepunt in je energieniveau dat typisch na lunchtijd inzet. De meeste mensen hebben er last van, in meer of mindere mate. Maar de naam is misleidend.

Met de lunch heeft het niet zoveel van doen, zegt Van Marken Lichtenbelt. „Of je moet wel héél erg zwaar lunchen, met heel veel koolhydraten.” In het natuurlijke biologische ritme van de mens zit eigenlijk een extra slaapmoment ingebouwd dat wij tegenwoordig onderdrukken: het middagdutje. Van Marken Lichtenbelt: „Dat zie je ook terug bij de meeste zoogdieren. Die zijn vaak rond schemertijd het actiefst: ’s ochtends en tegen het einde van de middag, terwijl ze juist rust houden op het midden van de dag.”

Dat dit ook voor die andere diersoort, de mens, geldt, bevestigde Amerikaans onderzoek van de Universiteit van Berkely in 2011. Mensen die tussen de middag een uurtje de ogen laten rusten, presteren aanzienlijk beter dan mensen die dat niet doen. Het effect van dat ene middagdutje op het geheugen zou zelfs net zo groot zijn als dat van een complete nachtrust.

Waarom doen we dat dan niet?

Idealiter zou elke werkomgeving moeten zijn uitgerust met een ruimte waar werknemers na de lunch kortstondig hun matrasje kunnen uitrollen voor een power nap. Een stiltemomentje met de lichten uit zou hierbij ook al in de buurt komen.

Maar in onze samenleving is daar meestal geen ruimte voor, tenzij je een kleuter of bejaarde bent – en dus geen werkomgeving hébt. „De mediterrane landen hebben het een stuk beter begrepen”, zegt Van Marken Lichtenbelt. „Hun siësta hebben ze daar niet voor niets.”

Er zijn meer factoren die de middagdip teweegbrengen dan alleen het ontkennen van ons bioritme. Wat dacht je van luchtkwaliteit? Het CO2-gehalte in de lucht stijgt langzaam tijdens een lange dag op kantoor – een nadelig bijeffect van het feit dat je collega’s ademen. „Ook daar kan je slaperig van worden”, zegt Van Marken Lichtenbelt. „Met name als je veel tijd doorbrengt in slecht geventileerde, besloten vergaderruimtes.”

Ook een hoge, en vooral constante, temperatuur jaagt de middagdip aan – zoals in kantoren bij uitstek het geval is. Een psychologische grondslag voor de post-lunchdip is ook niet uitgesloten. Als je onder veel druk staat, gestrest bent, dan slaap je minder goed – en dan slaat de middagdip het venijnigst toe.

Chronobioloog Marijke Gordijn, van de Rijksuniversiteit Groningen, werkt aan een oplossing om het ontbreken van het middagdutje enigszins te bestrijden. Ze zoekt andere manieren om de middagdip wat te verlichten. Een mogelijk antwoord: licht.

„Kantoorverlichting kan onderdeel van het probleem zijn”, zegt Gordijn. „Licht is heel belangrijk voor onze energievoorziening. Het kunstlicht op de meeste kantoren is niet toereikend.”

Gordijn experimenteert met licht op de werkvloer. De computerschermen van haar proefpersonen worden uitgerust met een strip die op vaste momenten een helder blauw licht afgeeft. „Met name het blauwe deel van het lichtspectrum maakt je alerter”, zegt Gordijn. Dat blauwe licht is rijkelijk aanwezig in zonlicht, maar een stuk minder in het ijle tl-schijnsel dat de gemiddelde kantoorruimte illumineert.

Gordijns proefpersonen dragen wekenlang een ketting met daaraan een lichtsensor. Aan hun pols hebben ze een bandje dat hun hartritme en temperatuur meet. Met regelmatige testen moet de invloed van licht op het energieniveau duidelijk worden.

Met de proeven is Gordijn pas net begonnen. Of het werkt moet nog blijken. Dus, voorlopig, als je ooglid begint te trillen en je niet meer kunt scherpstellen op de tekst op je beeldscherm: trek je toch maar even terug voor een stiekem middagdutje om die vieruursduivel uit te drijven.