De gemeente zei dat het veilig was...

De brandweer blééf waarschuwen dat kinderen in Rotterdamse internaten onveilig sliepen. Niemand deed iets. Ook de gemeente niet.

Jonge moslims in gebed in een Rotterdams moskee-internaat. Foto Robin Utrecht

De brandweer stuurt in 2003 alarmerende brieven naar het bestuur van de Fatih-moskee in Rotterdam. Er wonen vijftig meisjes in het gebouw.

De brandweer stuurt de brieven op 6 januari, 7 augustus en 24 september. Ze gaan over gebreken aan onder meer het plafond, vluchtwegen, noodverlichting, ontruimingsplan en brandwerende deuren. De brandweer schrijft in september dat de situatie „een bedreiging vormt voor de veiligheid van de aanwezige personen”. Dan reageert het moskeebestuur en vraagt om uitstel om het zachtboard plafond te vervangen. Later nog eens, wegens Ramadan.

In de andere Rotterdamse moskeeën waar kinderen wonen, was het de afgelopen jaren niet anders. De brandweer, de deelgemeente en controlerende instanties waarschuwden steeds voor onveilige situaties in moskeeën waar kinderen wonen. Aan de waarschuwingen werd door de moskeeën telkens laat of geen gehoor gegeven, blijkt uit documenten die NRC Handelsblad en RTV Rijnmond kregen na een beroep op de Wet openbaarheid bestuur.

De gebreken in de Fatih-moskee van 2003 zijn in februari 2004 verholpen. Maar in oktober 2004 voldoet hij opnieuw niet aan de brandeisen, waardoor de veiligheid van medewerkers en bezoekers volgens een bouwinspecteur „onvoldoende gegarandeerd” is. Ook in de jaren erna blijven instanties waarschuwen.

In 2009 ligt er een inspectierapport van adviserend bouwbedrijf Weba dat deels het internaat op de zolder van de moskee betreft: „Huidige dakconstructie ongeschikt om verblijfsruimten in te creëren.” Houten dakkapellen staan op „bezwijken”.

Wethouder Karakus schrijft in februari 2012 in een brief aan de deelgemeente dat hij „enige zorg omtrent de veiligheidssituatie van het pand” heeft. In de raad beweert hij stellig dat alle internaten altijd brandveilig zijn geweest.

Een meisjesinternaat in de Erasmusstraat moet in 2006 diverse brandveilige maatregelen nemen. Dat neemt een half jaar in beslag, langer dan de brandweer eist. Een internaat aan de Diergaardesingel doet 1,5 jaar over de aanvraag van een brandmeldingsinstallatie.

De Iskender Pasa moskee in Rotterdam-Noord begint in 2004 op de tweede verdieping een jongensinternaat. Als de brandweer eist dat de moskee een gebruiksvergunning aanvraagt, vraagt de moskee uitstel aan. Het is „niet financieel haalbaar, omdat wij een zelforganisatie zijn, die leeft van de donaties en de giften”. Ook aan de eis om gebreken binnen een maand te herstellen, wordt geen gehoor gegeven. In 2008 voldoet de moskee weer niet aan de gestelde termijn als de brandweer een „groot aantal ernstige gebreken” constateert. „I.v.m. vakantie periode was er gebrek aan mankracht bij de bedrijven en bij ons”, schrijft het moskeebestuur. „Voor de veiligheid” worden er maatregelen genomen. De moskee moet ’s nachts twee mensen laten waken over het internaat. Ook de imam overnacht in het gebouw. De Iskender Pasa moskee heeft de vergunning om kinderen te laten slapen nooit aangevraagd. De Fatih- moskee ook niet.

Een deskundige van het Expertisecentrum Regelgeving Bouw, Nico Scholten, stelt op basis van de documenten dat de moskee-internaten „in ieder geval brandonveilig zijn geweest”. De gemeente had eerder moeten ingrijpen. „Het gemeentebestuur heeft signalen gekregen dat het niet goed zit. Daarop had actie ondernomen moeten worden. Er is geen regie genomen, en daarmee sudderde het voort – veel te lang”.

    • Andreas Kouwenhoven
    • Esther Rosenberg