‘Darko’s drugsgeld ging via Nederland’

Honderden miljoenen euro’s Servisch drugsgeld zouden via Nederlandse brievenbusbedrijven zijn witgewassen. Betrokken Nederlandse bedrijven ontkennen.

Boedapest. - Een van de grootste drugsbazen van de Balkan zou de opbrengsten van cocaïnehandel via brievenbusbedrijven in Nederland hebben witgewassen.

Het Servische dagblad Blic beschrijft hoe honderden miljoenen euro’s met een tussenstop in onder meer Liechtenstein en Nederland terug in Servië belandden. De krant baseert zich voor een groot deel op anonieme bronnen bij de Servische politie en het openbaar ministerie. Die doen al een paar jaar onderzoek naar verdachte Darko Saric.

Saric wordt gezien als spil in de cocaïnehandel tussen Latijns-Amerika en West-Europa. De opbrengsten van zijn activiteiten, in totaal 1,7 miljard euro, zouden via twee bv’s in Amsterdam aan bedrijven elders in Europa zijn uitgeleend. Het dagblad noemt twee investeringsfondsen, RI Eastern European Finance (RIEEF) en Hypo Group Netherlands Corporate Finance. Beide zijn in respectievelijk 2005 en 2007 opgericht door Oostenrijkse banken, die ook de enige aandeelhouder zijn. Ze hebben een adres in Amsterdam Zuidoost.

De grootste van de twee, RIEEF, wordt vertegenwoordigd door trustkantoor TMF. De directeur van de Nederlandse tak van de TMF, Jan Reint de Vos van Steenwijk, is voorzitter van de lobbyorganisatie van trustkantoren in Nederland. Hij gaf gisteren een interview in deze krant waarin hij zegt dat trustkantoren ten onrechte een slecht imago hebben en in verband worden gebracht met witwassen.

Gevraagd om een reactie op de beschuldigingen in het Servische dagblad verwijst TMF in een verklaring naar de Oostenrijkse aandeelhouder Raiffeisen Bank International (RBI). „Wij zijn er door RBI van verzekerd dat de beschuldigingen volledig ongefundeerd zijn.” Raiffeisen ontkent de inhoud van de berichtgeving in dagblad Blic categorisch en noemt deze „misleidend”. RIEEF, de vennootschap in Nederland, is volgens de verklaring van de bank exclusief vanuit fondsen van de Raiffeisen Group gefinancierd. „Er kwamen in het geheel geen fondsen uit Luxemburg of Liechtenstein.”

Volgens het Servische dagblad wordt voor de vervolging van Saric samengewerkt met Oostenrijkse en Nederlandse autoriteiten. De woordvoerder van het landelijk parket van het openbaar ministerie wil dat bevestigen noch ontkennen.

Justitie in Servië probeert sinds een paar jaar criminelen aan te pakken met Pluk-ze-wetgeving, waarbij de opbrengsten uit criminele activiteiten terugvallen aan de gemeenschap. Dat blijkt uiterst moeilijk. Juist de schijnbaar rijkste criminelen blijken op papier niets te bezitten.

Landen als Nederland en Luxemburg zijn een obstakel voor financiële rechercheurs, vertelt Stevan Dojcinovic, journalist van het Organized Crime and Corruption Reporting Project, een groep journalisten op de Balkan die georganiseerde misdaad onderzoekt. Verhalen over geld van Saric en een tweede grote Servische verdachte dat via Oostenrijk en Nederland loopt doen al zo’n 1,5 jaar de ronde zegt hij. Bewezen is het vooralsnog niet. „Mijn bronnen bij de politie zeggen dat het extreem moeilijk is geld naar Nederland te volgen. Ze noemen Nederland, Oostenrijk en Luxemburg ‘de ergste off shore zone’ waarmee ze te maken hebben.”

    • Marloes de Koning