Twee zoenen op de wang van Jean-Claude Juncker

Jeroen Dijsselbloem is de nieuwe voorzitter van de Eurogroep. Wordt hij niet te streng voor de Zuid-Europeanen?

French Finance Minister Pierre Moscovici (L) and his Dutch counterpart Jeroen Dijsselbloem laught after the group picture prior an Eurogroup meeting on January 21, 2013 at the EU Headquarters in Brussels. Luxembourg premier and Eurogroup president Jean-Claude Juncker chairs his last meeting of Eurogroup finance ministers on monday after years battling the debt crisis, before handing over to Dutch Finance Minister Jeroen Dijsselbloem amid relative eurozone calm. AFP PHOTO GEORGES GOBET AFP

De weg naar de uitgang kan lang zijn in Brussel. Meter voor meter schuift Jeroen Dijsselbloem op in de richting van zijn auto. Het is al rond half twaalf in de avond maar hij neemt alle tijd om vragen van journalisten te beantwoorden. Dacht hij er twee maanden geleden over om voorzitter te worden van de eurogroep? „Absolutely not.” En heeft hij er nu dan wel zin in? „Yes, thank you.”

Dijsselbloem heeft net zijn eerste persconferentie gegeven als voorzitter van de eurogroep, het overleg van zeventien landen die de euro gebruiken. Zijn voorganger Jean-Claude Juncker, de Luxemburgse premier die nog één keer als eerste het woord neemt, bouwt de spanning zorgvuldig op. Hij spreekt over de economische situatie in Cyprus, in Griekenland, in Spanje. Nee, vragen aan zijn opvolger, die naast hem zit, moeten wachten. Want eerst moeten Olli Rehn, de Finse eurocommissaris voor Economische en Monetaire Zaken, en Klaus Regling, het Duitse hoofd van het Europese noodfonds ESM, nog verslag doen van de avond.

Olli Rehn weet zich, zoals velen vanavond, nog geen raad met de naam van de nieuwe voorzitter van de eurogroep: „Je-ro-wen.” Maar hij doet z’n best, de Fin heeft zelfs een paar woorden Nederlands ingestudeerd: „hartelijke gelukwensen”.

In de perszaal van het Brusselse gebouw zitten een paar honderd journalisten, meer dan in menig nationaal parlement op een doordeweekse dag. Maar op het gezicht van Dijsselbloem is niks van spanning zichtbaar. „Zal ik eerst maar een verklaring afleggen”, begint hij na een half uurtje. „Jullie hebben me nog nooit horen spreken.”

Het Engels van Dijsselbloem is bovengemiddeld goed. Voor vragen in het Frans gebruikt hij zijn oortje met simultaanvertaling, alvorens die ook in het Engels te beantwoorden. Maar daarover wordt niet gemopperd – de tijd dat Frans dé voertaal was in Brussel is echt voorbij. Wel hebben veel journalisten nog de neiging zich te gedragen alsof ze zelf politicus zijn. De Zuid-Europeanen willen weten of Dijsselbloem niet te streng gaat zijn, vraagt de correspondent van La Stampa. Een Griekse journalist wil weten: „Heeft u beloofd om onpartijdig te blijven?”

De vragen van de Zuid-Europeanen zijn het spiegelbeeld van de vraag die Dijsselbloem vorige week in Den Haag kreeg: zou hij als voorzitter nog wel in staat zijn om tegenover Zuid-Europa de zuinige lijn van Nederland uit te dragen? In z’n antwoorden doet Dijsselbloem alsof er geen tegenstelling is. „Ik denk niet dat het constructief is om te praten over kampen in Europa.” Maar hij lijkt zich wel te hebben voorgenomen voorzichtig te zijn. Aan uitspraken over individuele landen waagt hij zich niet.

Dijsselbloem wekt de indruk zich al thuis te voelen. Bij vertrek uit de zaal geeft hij Juncker twee zoenen op de wang. Dat zie je een Nederlandse politicus zelden doen.

    • Jeroen van der Kris