Spreekkoren met de billen

Nergens in gastland Zuid-Afrika wordt de Afrika Cup zo intens bekeken als in de immigrantenwijk van Johannesburg. „Hier vechten we als buren tegen elkaar.”

Correspondent Zuid-Afrika

JOHANNESBURG. Het is een kakofonie van talen op de drukke stoep van Rockey Street in de immigrantenwijk Yeoville in Johannesburg. Aan winkels en cafés hangen vlaggen van Ivoorkust, Nigeria, Angola en Ghana. Een kapper verkoopt Congolese voetbalshirts en een Zambiaanse kleermaker loopt naar een bookmakerkantoor. Hij gaat tien euro inzetten op zijn nationale team.

Rijd je door andere wijken van Johannesburg, dan heb je eigenlijk nauwelijks in de gaten dat het land sinds dit weekend gastland is van de Afrika Cup. De straten hangen niet vol met vlaggen en posters zoals tijdens het WK voetbal drie jaar geleden en er lopen geen buitenlandse fans rond in voetbalshirts. In het grootste deel van Zuid-Afrika lijkt het toernooi niet te bestaan.

Hoe anders is het in Yeoville. Hier is de voetbalstrijd het evenement van het jaar. Op de open groentemarkt vol cassave uit Mozambique en bakbananen uit Zimbabwe staan de radio’s op vol volume. Iedere winkel heeft ergens tussen kledingrekken of levensmiddelen een televisie aangesloten.

De Nigerianen kijken in een bar die Greenhouse heet, de Ghanezen in de ‘African Corner’ en de Ivorianen hebben hun thuishonk nabij een Fish & Chips. Voor de wedstrijden vinden ze elkaar op straat waar ze duelleren met zang en dans.

De wedstrijd Ghana-Congo, afgelopen zondag. Aan de ene kant van de straat staan Ghanezen, aan de andere kant supporters van de tegenpartij. De Ghanezen drijven zichzelf voorwaarts richting de Congolezen, hun benen schoppend in de lucht. „Ik ben getrouwd met Ghana, waar is mijn bruidsschat”, zingen ze. Een groep Congolese vrouwen keert het achterwerk naar ze toe en slaat zichzelf op de ronde billen. „We gaan jullie straffen”, dagen ze uit in het Frans.

„Juist omdat we hier buiten ons eigen land wonen is ons patriottisme misschien wel groter”, zegt een van de supporters. „Weer even voelen we ons extra verbonden met thuis.”

Ghana is een van de grote favorieten. Het West-Afrikaanse land won de titel al vier keer. Ook Ivoorkust, één keer winnaar, wordt getipt. Maar de 44-jarige Congolees Frans Gabriel denkt dat zijn land voor een verrassing kan gaan zorgen. „We hebben Ghana al vaker verslagen.”

Gabriel is gevlucht naar Zuid-Afrika omdat hij tegen het regime van president Joseph Kabila is. „Maar als het om voetbal gaat dan ben ik trots op mijn land. Dan zet ik mijn frustratie even opzij.”

De immigranten volgen niet alleen de wedstrijden van hun eigen team. In een mobiele telefoonwinkel staart een groep Nigerianen op een klein tv-scherm naar de wedstrijd Ghana-Congo. De televisie stoort zo erg dat de spelers amper zijn te onderscheiden van de ruis. De Nigeriaanse handelaar Paul Adebayo blijft geïnteresseerd kijken. „Ook onze buurlanden moedigen wij aan.”

De Afrika Cup staat bekend om lege stadions. Westerse bezoekers zijn er amper en voor Afrikaanse fans is het te duur om naar Zuid-Afrika te reizen. Vlak voor het weekend maakte de organisatie van de Afrika Cup bekend dat 563.000 van de 850.000 kaarten zijn verkocht.

Congo mag in de wedstrijd tegen Ghana een strafschop nemen. In een Congolese kapsalon worden de hairsprays weggezet en gaan de droogkappen uit. Ze hebben kans op gelijkspel. De kapsters en klanten zakken op hun knieën en heffen hun armen in de lucht in gebed. Dit is belangrijker dan een goed kapsel.

Als het eindsignaal klinkt, vieren de Congolezen de 2-2 zo uitbundig dat het lijkt alsof ze de titel hebben gewonnen. „Dit toernooi is voor ons veel groter dan het WK voetbal”, zegt de 40-jarige Congolees Cephas. „Hier vechten we als buurman tegen buurman.” Hij valt zijn Ghanese buur om de nek.