Samen met Obama op reis

Het is, zeker in Europa, een te zeldzaam verschijnsel geworden. Politieke leiders die hun volk voorgaan in bevlogenheid, het een hoopvolle schets voor de toekomst voorhouden, in alles uitstralen dat ze het algemeen belang optimaal wensen te dienen.

De 51-jarige Barack Obama is niet alleen voor de tweede maal tot president van de Verenigde Staten van Amerika ingezworen; hij ís ook presidentieel. De aanvoerder die de weg wijst, op de af te leggen reis die hij gisteren uitstippelde.

In de achttien minuten durende toespraak die hij hield na zijn inauguratie, combineerde hij zelfvertrouwen en vastberadenheid met het opstellen van een agenda die nog lang niet is uitgevoerd, en waarvan het twijfelachtig is of hij die tot een succesvolle voltooiing zal weten te brengen.

Het is niet moeilijk om daar cynisch over te doen. Om erop te wijzen dat de gebruikelijke goede toespraak nog geen garantie is dat de daad bij het woord kan worden gevoegd. Vier jaar geleden kon de eerste zwarte president van Amerika alleen maar tegenvallen, door de opgeklopte verwachtingen die aan zijn komst voorafgingen. De change die hij beloofde, is er ook niet in alle opzichten gekomen. Al is er, niet het minst belangrijk, sprake van economisch herstel in de VS, ondanks een nog altijd aanzienlijke staatsschuld.

Maar scepsis kan hier beter plaatsmaken voor de hoopvolle constatering dat er een president stond die, sprekend namens „we the people”, stelde dat „onze reis” niet is volbracht voor „ onze homoseksuele broeders en zusters voor de wet als ieder ander worden behandeld”. Dat is, hoe noodzakelijk ook, geen vanzelfsprekend statement in de VS, en elders.

Gelijke rechten voor vrouw en man, zwart en blank, immigranten en anderen, Obama trad met zijn pleidooi in de voetsporen van zijn voorbeelden Abraham Lincoln en Martin Luther King.

Het schept verplichtingen. Net als zijn belofte een antwoord te geven op de dreiging die uitgaat van klimaatverandering en dat Amerika voorop zal gaan op de weg naar duurzame energiebronnen. Amerikaanse presidenten hebben vaker het energievraagstuk, en niet alleen in economische termen, aangestipt als wereldwijd vraagstuk. Waarna de Verenigde Staten op internationale conferenties het initiatief toch weggaven en tot de grote vervuilers van de wereld bleven behoren.

De politieke realiteit luidt dat de ‘machtigste man van de wereld’ in eigen land met recht niet almachtig is. Hij stuit op obstakels en heeft om te gaan met Republikeins verzet. Het doet niet af aan de hoop die menigeen kan putten uit Obama’s tweede inauguratierede.