NGDP is het nieuwe monetaire eufemisme

Onbeperkte aankopen van Japanse staatsobligaties, daartoe zei de Bank of Japan (BOJ) vanmorgen over te gaan in een verklaring die, tekenend, was opgesteld samen met het ministerie van Financiën. Premier Shinzo Abe, aan de macht sinds de liberaal-conservatieve LDP in december de verkiezingen won, sprak vanmorgen van een monetaire regime change. De deflatie, een hardnekkig probleem dat Japan al 20 jaar teistert, moet stoppen: 2 procent inflatie is een doel dat zo snel mogelijk moet worden bereikt. Met welke middelen dan ook.

Laat de BOJ zich nu vertellen wat zij moet doen? In Frankfurt zei Jens Weidmann, de topman van de Duitse Bundesbank, dat Stephen King, de econoom van de Britse bank HSBC die op 11 januari schreef dat het tijdperk van onafhankelijkheid van centrale banken ten einde loopt, „misschien wel gelijk heeft”. Dat werd hier al een maand eerder geconcludeerd (‘De centrale bank doet steeds afhankelijker’ van 14-12-2012).

Weidmann zal zich, in de beste Duitse traditie, tot het laatst verzetten tegen elke politieke inbreuk op het beleid van de Bundesbank én de Europese Centrale Bank waar zij deel van uitmaakt. Maar denk niet dat, zoals in Japan, het ‘regime’ zo uitgesproken en openbaar wordt veranderd. Er is altijd het eufemisme. En er is altijd de intellectuele verdediging, waar de economische wetenschap zich als weinig andere voor leent. Beide komen samen in een term die de laatste tijd snel opgeld doet: Nominal GDP targeting, ofwel NGDP. Onthoud deze.

Bij dit beleid richt de centrale bank zich niet langer op prijsstabiliteit, maar op de groei van het nominale bruto binnenlands product (bbp). Dat is de toename van de waarde van alles dat wordt geproduceerd binnen de landsgrenzen. Normaal trek je daar de prijsstijging (de inflatie) van af, en kom je zo op de toename van het volume van het bbp. Dat is de ‘economische groei’.

Door een doel te formuleren voor de groei van het nominale bbp maakt het niet meer uit of die groei wordt bereikt door volumegroei of door inflatie. Overdrachtelijk gezien doet de Amerikaanse centrale bank, de Fed, dat al met haar dubbele mandaat: prijsstabiliteit én het bevorderen van de werkgelegenheid. Maar NGDP is veel explicieter. De Fed maakte al bekend staatsobligaties en hypotheekobligaties op te kopen tot de werkloosheid tot 6,5 procent is gedaald, bij een inflatie van 2,6 procent. We schrijven dan waarschijnlijk 2015. En doel voor de werkloosheid is een verkapt doel voor de economische groei. En 2,6 procent inflatie is al hoog, maar zelfs die is niet in marmer gehouwen. Het bereiken daarvan is enkel een nieuw beslismoment.

Mark Carney, de nieuwe man bij de Bank of England, heeft zich al voorstander van NGDP verklaard. De Japanse premier Abe noemde het vorige maand als doel voor de Bank of Japan. Beide kopen al lang grote hoeveelheden staatsleningen op.

Er komt een moment waarop zoals het VK als de VS als Japan de waarde van hun munt bewust binnenlands uithollen om de economie op gang te krijgen. Zonder beperking. Maar binnenlands uithollen is ook buitenlands uithollen. Nog steeds verbaasd dat de euro zo sterk is? De jaren dertig, met hun concurrerende devaluaties, zijn nog lang niet weg.

De redacteuren Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze wisselcolumn over economische ontwikkelingen.