Nederland kan best eerder vertrekken uit Kunduz

Hoe verder met de Nederlandse inzet in Afghanistan? Op deze vraag zal het kabinet de komende maanden een antwoord moeten geven. Officieel loopt de twee jaar geleden begonnen, veelbesproken Nederlandse politietrainingsmissie in de noordelijke provincie Kunduz tot volgend jaar. In hun regeerakkoord hebben VVD en PvdA deze afspraak het afgelopen najaar bevestigd.

De einddatum in 2014 is in lijn met de totale NAVO-missie in Afghanistan die volgens plan dat jaar moet worden beëindigd. Vanaf dan zijn de Afghanen zelf verantwoordelijk voor hun veiligheid. De betrokkenheid van de internationale gemeenschap zal daarna gebaseerd zijn op training, advisering en (financiële) bijstand.

Voor de Nederlandse missie in Kunduz dreigt een complicerende factor. De Nederlanders zijn in Kunduz voor hun bescherming in belangrijke mate afhankelijk van Duitse militairen. Maar Duitsland heeft aangekondigd in de loop van dit jaar een deel van zijn troepenmacht te willen terugtrekken. Waarmee Nederland voor de keuze staat of de door de Duitsers geleverde veiligheid op een andere manier te regelen, of samen met de Duitsers ook reeds dit jaar vertrekken.

Getuige de periodieke tussenrapportage over de Nederlandse activiteiten in Afghanistan die de vier meest betrokken ministers vorige week naar de Tweede Kamer stuurden, lijkt de keuze eenvoudig: eerder vertrekken. Het werk in Kunduz is inmiddels wel zo’n beetje gedaan. De basisopleiding aan agenten wordt nu volledig gegeven door Afghaanse trainers. Aangezien er minder agenten aan deze training meedoen dan voorzien, is er ook minder behoefte aan Nederlandse begeleiders van de trainers (de zogeheten mentoring).

Eerder werd de Nederlandse betrokkenheid bij de onderofficiersopleiding al opgeschort, nadat was gebleken dat in weerwil van de afspraken door Nederland opgeleide Afghaanse onderofficieren buiten de provincie Kunduz actief waren.

Natuurlijk valt er op het gebied van het opleiden van veiligheidstroepen in Afghanistan nog heel veel te doen. Zeker nu het vertrek van de internationale gemeenschap aanstaande is. De Nederlandse trainingscapaciteit zou nu al doelmatiger en breder kunnen worden ingezet. Het probleem is alleen dat de missie in Kunduz twee jaar geleden door toedoen van de Tweede Kamer aan zodanig stringente en soms ook bizarre voorwaarden is gebonden, dat de manoeuvreerruimte nihil is.

Zo bezien is het nauwelijks meer een vraag of Nederland allerlei kunstgrepen moet gaan uithalen om het door de Duitsers ontstane veiligheidsgat te dichten. De missie is volbracht.