‘Lente’ is feest voor extremisten

Extremisten hebben meer ruimte sinds de val van de Libische leider Gaddafi . Wapens zijn vrij te krijgen. De Algerijnse gijzeling is geen toeval.

Na de val van de Noord-Afrikaanse autocraten Ben Ali (Tunesië), Mubarak (Egypte) en Gaddafi (Libië) kondigden prominente analisten het einde aan van het moslimextremistische terreurnetwerk Al-Qaeda in het gebied. Want democratie ging nu uitbreken en de burgers hoefden geen geweld meer te gebruiken om hun wensen aan hun leiders duidelijk te maken.

De Amerikaans-Jemenitische Al-Qaeda-ideoloog Anwar al-Awlaki was het daarmee bepaald niet eens. Hij schreef in de terreurglossy Inspire dat de verdwijning van de sterke mannen juist in het voordeel was van Al-Qaeda. Hij wees erop dat hun val ook de verzwakking van hun almachtige inlichtingendiensten meebracht. En dat betekende dat moslimextremistische groepen meer ruimte zouden kregen om in het gebied te opereren. „Ik vraag me af of het Westen zich bewust is van de opleving van mujahedeen-activiteit in Egypte, Tunesië, Libië, Jemen, Saoedi-Arabië, Algerije en Marokko?”

Awlaki zelf werd eind september 2011 bij een Amerikaanse raketaanval in Jemen gedood. Maar hij had wel gelijk, zoals de grote gijzeling in een gascomplex in het Algerijnse grensgebied met Libië (ongeveer 800 gijzelaars, uiteindelijk 80 doden) zojuist heeft aangetoond.

Met name de val van de Libische leider Moammar Gaddafi is een feest geworden voor rebellen, terroristen en criminelen, zoals Gaddafi zelf ook had gewaarschuwd. Niet alleen verdwenen een zeer repressieve leider en zijn geheime politie, ook gingen zijn extreem goed gevulde arsenalen met lichte en zware wapens en explosieven open voor wie interesse had. En grenzen bestaan nauwelijks in deze regio.

Corruptie en onderontwikkeling hadden Mali al gedestabiliseerd, maar de stroom wapens en werkloze huursoldaten van Gaddafi gaven het laatste zetje. In Libië zelf heerst nu gewapende anarchie. De Libische regering is niet in staat uit de oorlog overgebleven milities te ontwapenen. De minister van Defensie beschuldigde zijn adjunct gisteren van een aanslag op zijn leven. Een chef van de veiligheidsdienst onder de rebellenregering na Gaddafi, Rami al-Obeidi, zei deze week tegen CNN dat er drie trainingskampen voor terroristen in het zuiden van Libië zijn. De gijzelnemers in het Algerijnse gascomplex zouden vanuit Libië zijn binnengekomen.

De Algerijnse regering moest van meet af aan niets hebben van de opstand in het buurland. Met altijd in het achterhoofd de eigen moslimextremistische opstand van de jaren negentig, die met veel moeite was neergeslagen, vreesde zij gewelddadige chaos in Libië. Zij waarschuwde in april 2011, twee maanden na het begin van de opstand tegen Gaddafi, al dat wapens uit Libië terechtkwamen bij regionale extremisten, met name Al-Qaeda-in-de-Islamitische Maghreb. „Libië is een grote wapenbazaar”, zei Peter Bouckaerts, directeur noodsituaties bij Human Rights Watch in september van dat jaar op bezoek in Libië.

De NAVO, die in 2011 de rebellen aan de overwinning hielp met haar luchtsteun, vierde destijds de val van Gaddafi als een groot succes. Zij weigert nog steeds de proliferatie van wapens mede te zien als resultaat van haar nalaten om wapenvoorraden te beveiligen. Maar de Amerikaanse ex-diplomaat en directeur van de denktank Council on Foreign Relations Richard Haass twitterde deze week: „steeds meer tekenen dat de interventie in #Libya minder dan een succes is. Groot deel van de buurt is nu een onbestuurde ruimte waar terrorisme groeit.”

De raketten en machinegeweren uit Libië komen overigens lang niet alleen bij terroristen en smokkelaars in de Sahara terecht. Wie wil kan ze krijgen. Twee weken geleden nog meldden de Egyptische veiligheidsdienst in de ook al anarchistische Sinaïwoestijn een lading Iraanse raketten uit Libië te hebben onderschept op weg naar de Gazastrook. Ook in Syrië zijn Libische wapens beland.

    • Carolien Roelants