IND heeft zitten slapen in zaak-Dolmatov

In een detentiecentrum bij Rotterdam overleed de Russische asielzoeker Dolmatov. De IND wilde hem terugsturen, ook al had hij veel te vrezen, betoogt Laura Starink.

Er is nog veel onduidelijk over de zelfmoord van de Russische asielzoeker Aleksandr Dolmatov (35) in het detentiecentrum bij het vliegveld van Rotterdam Airport, in de nacht van woensdag op donderdag. De ingenieur, deelnemer aan de demonstraties van 6 mei vorig jaar tegen de herverkiezing van Poetin, voelde zich bedreigd door de Russische geheime dienst FSB en vroeg vorig jaar juni asiel aan in Nederland. In november wees de Immigratie- en Naturalisatiedienst zijn asielverzoek af. De dienst achtte de kans op vervolging klein. Hij moest niet kinderachtig zijn: hem zou in Rusland slechts een boete van 12,50 euro te wachten staan.

Ook raar: zijn advocaat Marq Wijngaarden tekende beroep aan tegen zijn afwijzing, maar toch werd Dolmatov woensdag tegen de regels in opgesloten in het terugkeercentrum. Nog verontrustender: de Rus had vorige week zondag in het asielzoekerscentrum ’s Gravendeel al een zelfmoordpoging gedaan, maar zijn advocaat en zijn familie werden daarvan niet op de hoogte gesteld. Zijn advocaat had sowieso al wekenlang geen contact meer met hem: Dolmatov nam zijn telefoon niet op en antwoordde niet op mails. Het is onduidelijk of Dolmatov überhaupt wist dat zijn advocaat beroep had aangetekend tegen zijn uitwijzing.

Dan is er de raadselachtige afscheidsbrief. Het ministerie van Justitie en de Nederlandse ambassade in Moskou concludeerden op grond van die brief snel dat zijn zelfmoord persoonlijke motieven had. Als je de brief leest, lijkt dat een vreemde constatering, zo niet een leugentje om het eigen straatje schoon te vegen. (Iemand die een zelfmoordpoging heeft gedaan, moet immers worden behandeld en niet opgesloten in een detentiecentrum.) Dolmatov schrijft dat hij niet terug wil keren naar zijn land als „verrader” en zijn familie niet te schande te wil maken. Hij zegt „een eerlijk man en de veiligheid van het vaderland” te hebben verraden. Hoe raadselachtig die frasen ook zijn, het is duidelijk dat de spionnenjacht van president Poetin hem behoorlijk op de zenuwen werkte. De moeder van Dolmatov zei tegen de correspondent van deze krant dat zij denkt dat hij onder druk is gezet. Ook advocaat Wijngaarden constateerde een plotselinge gedragsverandering bij Dolmatov nadat hij in november door de IND was afgewezen. Dolmatov was bang.

Wat had Dolmatov te vrezen? Hij werkte bij een constructiebureau voor raketwapens in het stadje Koroljov, ten noordoosten van Moskou. Na de meidemonstraties werd hij opgepakt en de FSB deed huiszoeking bij zijn moeder, bij wie hij inwoonde. Hij werd gevolgd. In zijn afscheidsbrief staat een intrigerende zin. Hij zegt dat hij „uit luiheid en slordigheid” verzuimd heeft de nieuwe wetgeving in Rusland te bestuderen vóór hij het land ontvluchtte.

Het kan niet anders of Dolmatov duidt hiermee op de veiligheidswetten die vanaf de zomer in Rusland door het parlement zijn gejaagd en waar mensenrechtenorganisaties als Human Rights Watch al maandenlang vergeefs tegen protesteren. Die wetgeving riekt naar stalinistische vervolgingspraktijken. Deelnemers aan demonstraties kunnen veroordeeld worden tot zware boetes, kranten voelen de dreiging van smaadprocessen, mensenrechtenorganisaties die gefinancierd worden vanuit het buitenland worden geacht zichzelf op hun websites te afficheren als ‘buitenlandse agenten’.

En dan is er nog de door de FSB ingeblazen nieuwe wettelijke definitie van ‘verraad’. Volgens de in oktober door het parlement aangenomen wetswijziging omvat verraad nu ook „het verstrekken van financiële, technische, adviserende of andere ondersteuning aan een buitenlandse staat of internationale organisatie”. Voor verraders dreigt een gevangenisstraf van tussen de twaalf en twintig jaar. Volgens Human Rights Watch in Moskou is het „in het huidige politieke klimaat in Rusland redelijk aan te nemen dat de drempel die de overheid hanteert bij de interpretatie van ‘het schaden van Ruslands veiligheid’ heel laag zal zijn”.

Lees met deze ogen nog eens de zinsnede van Dolmatov over luiheid en slordigheid. Dolmatov, die werkte op een raketfabriek, was bang bij terugkeer naar Rusland wegens verraad te worden opgepakt en daarmee zijn familie in het verderf te storten. Dat was bepaald geen paranoia: Human Rights Watch schreef al tien jaar geleden het rapport Russia’s ‘Spy Mania’, over de zaak tegen wetenschapper Igor Soetjagin, die in 2004 tot vijftien jaar strafkamp werd veroordeeld wegens ‘wetenschappelijke spionage’. Als de Ko Colijn van Rusland schreef Soetjagin talloze artikelen over militaire onderwerpen, die volgens HRW uitsluitend op open bronnen waren gebaseerd. Af en toe schreef hij voor een Brits consultancybedrijf. Dat werd hem fataal. Volgens HRW was er ook destijds al geen snipper van bewijs van spionage. Soetjagin zit nog steeds vast, in een strafkamp in de provincie Archangelsk.

Volgens de nieuwe wet, zegt Human Rights Watch, is het doorgeven van informatie aan buitenlandse mogendheden en internationale organisaties een misdrijf als zij die willen gebruiken om „de veiligheid van Rusland te schaden”. Zie Dolmatovs brief. Zijn advocaat merkte na de afwijzing van zijn asielaanvraag dat zijn cliënt opeens niets meer wilde zeggen over zijn vervolging in Rusland. Hij wilde geen antwoord geven op de vraag of de FSB mogelijk druk op hem had uitgeoefend. Daarmee zou hij zichzelf volgens de nieuwe wet immers tot verrader bestempelen. Als ze willen, besefte hij, kunnen ze me na terugkomst in Rusland voor jaren achter de tralies smijten, met alle verdriet voor mijn familie die daarbij hoort.

De IND dacht daar anders over: naar de inschatting van de dienst hing Dolmatov een boete van 12,50 euro boven het hoofd.

Laura Starink is oud-redacteur en oud-correspondent in Moskou van NRC Handelsblad.

    • Laura Starink