Column

Inauguratie

Joe Biden was de gelukkigste man op de inauguratiedag in Washington. De vicepresident maakte er zijn eigen feestje van toen de presidentiële stoet aan het einde van de middag naar het Witte Huis reed. Terwijl Obama en zijn vrouw vriendelijk zwaaiend, maar toch altijd ietwat vormelijk, bij hun limousine over Pennsylvania Avenue liepen, swingde Biden over het plaveisel, zijn vrouw verloren naast zich.

Biden had de dag van zijn leven. Hij schudde handen, kuste kinderen, liet zich fotograferen en sprintte weer de weg over om het publiek aan de overzijde te vermaken. Een veiligheidsman beduidde dat hij beter terug kon naar zijn auto, maar Biden liet zich niet beteugelen. Dit was de laatste keer dat hij op Pennsylvania Avenue kon worden toegejuicht – dat liet hij zich niet afnemen.

Wás het trouwens wel zijn laatste keer? Misschien heeft hij de smaak wel zozeer te pakken gekregen dat hij over vier jaar zelf een gooi doet naar het Witte Huis.

Naar zo’n inauguratie kan ik urenlang met plezier kijken. Dat moest weer op CNN, want onze publieke omroep – waar hadden we die ook weer voor? – toonde weinig interesse: ach Obama, is de Fyra niet veel belangrijker?

Die inauguratie is in grote trekken een voorspelbaar evenement, maar er gebeuren desondanks altijd dingen die de moeite van het observeren waard zijn.

Van de vorige keer herinner ik me de consternatie toen tijdens de lunch – voor een deel ook nu weer live te volgen – senator Byrd boven zijn bordje begon te braken en senator Ted Kennedy een verontrustende stuiptrekking kreeg, ruim een half jaar vóór zijn allerlaatste stuiptrekking. Niemand repte daar gisteren meer van, Amerikanen kijken liever vooruit.

Veel aandacht ging uit naar Michelle en de kids. Michelle had een nieuwe coupe en eindelijk designkleding, de kinderen – vooral Sasha, de jongste – verveelden zich kapot tijdens de lange ceremonie. Ik heb dochters in dezelfde leeftijdsfase gehad en constateerde dan ook met voldoening dat er niets nieuws onder de winterzon was: kinderen haten plechtigheden.

Al die saaie toespraken en gebeden, daar keken ze thuis op tv toch ook nooit naar? En de muziek was ook niet bepaald chill. Malia beheerste zich nog, maar Sasha wist niet meer waar ze moest kijken – hoe lang zou deze flauwekul nog duren? Wat zag hun vader in die ouwe, kale man die James Taylor heette? Vroeger had-ie misschien wel aardig gezongen, maar hij kon nu geen wijs meer houden terwijl hij America the Beautiful zong, het leek wel een straatmuzikant voor de deur van het Leger des Heils. En Beyoncé? Mwa. Ze begon zwak aan de ‘national anthem’, maar nadat ze haar ‘oortje’ had uitgerukt – kennelijk was ze zelf ook niet tevreden – ging het wel.

Toen begon hun vader te speechen. Dat kan hij nog altijd goed, al is hij geen Martin Luther King – daar is hij net even te geremd voor.

Wil je de massa’s in vervoering krijgen, dan moet de retoriek onbeschaamd uit haar voegen barsten. Obama komt soms in de buurt, maar hij is meer een intellectueel die zich bewust blijft van zichzelf. Dominee King kon zo wellustig meedeinen op de golven van zijn frases, hij raakte in trance van zijn eigen charisma. Obama blijft koel, kalm en keurig. Hij droomt niet, hij denkt.

Nog vier jaar te gaan. Hij zal nog veel fouten maken, maar ik weet nu al dat ik hem bij de volgende inauguratie zal missen. Altijd als ik hem zie, denk ik even: nette man.