Het grootste rituele bad op aarde

In India is op dit moment de Kumbh Mela: de grootste samenkomst ter wereld. De sadhu’s, ascetische heiligmannen, zijn de sterren van dit mega hindoefestival.

Joeri Boom

Correspondent India

Hindu devotees take a dip at Sangam, the confluence of the Rivers Ganges, Yamuna and mythical Saraswati as others cross a make shift bridge, on one of the most auspicious day Makar Sankranti, the first day of the Maha Kumbh Mela, in Allahabad, India, Monday, Jan. 14, 2013. Millions of Hindu pilgrims are expected to take part in the large religious congregation of a period of over a month on the banks of Sangam during the Maha Kumbh Mela in January 2013, which falls every 12th year, where devotees wash themselves in the waters of the Ganges believing that it washes away their sins and ends the process of reincarnation. (AP Photo /Rajesh Kumar Singh) AP

Op enkele honderden meters van de plek waar de Ganges en de Yamuna samenkomen, de twee heiligste rivieren van het hindoeïsme, houdt een agent een auto tegen. Voertuigen zijn verboden, zo dicht bij de oevers waar duizenden gelovigen zich gereedmaken om te baden in het heilige water dat de zonden weg wast. In de auto zitten vier halfnaakte mannen. Ze zijn met as ingesmeerd en hebben lange baarden en dreadlocks. Het zijn sadhu’s: rondzwervende heiligmannen die hun leven in dienst van god hebben gesteld. Ze leven van aalmoezen en gaan doorgaans te voet. Maar blijkbaar vonden deze sadhu’s de twee kilometer die hun kamp van de rivieren verwijderd is, te ver om te lopen.

Vorige week begon de Kumbh Mela, de grootste samenkomst op aarde. Naar verwachting zullen ruim 100 miljoen mensen het festival bezoeken, dat 55 dagen duurt. De massale pelgrimage wordt elke 12 jaar gehouden. Wie tijdens het festival baadt in Sangam, de plek waar de twee heilige rivieren samenvloeien, heeft gerede kans dat hij er enkele zonden lichter uitkomt. Dat geldt vooral op een van de zes dagen waarop de planeten bijzonder gunstig staan. 10 februari geldt als de gunstigste dag. Dan worden 35 miljoen baders verwacht.

Het lijkt een onmogelijke taak, maar de organisatie is uitstekend. Er zijn mobiele toiletten en grote eettenten. Speciale ploegen ruimen de hele dag door afval op. Waar nodig worden extra rioleringsbuizen ingegraven. Door speakers klinken oproepen: een jongetje zoekt zijn ouders; een oudere vrouw is haar man kwijt.

Nu op het enorme, zanderige terrein langs de rivieren geen miljoenen maar ‘slechts’ honderdduizenden pelgrims rondlopen, is de sfeer gemoedelijk. Er klinken belletjes en heilige gezangen, maar ook Indiase dance, aan elkaar gemixt door een dj op een geluidswagen vol speakers. Er wordt vroom gepreekt over het loslaten van al het aardse en onthouding op zo’n beetje elk gebied, maar er is ook een kraampje van de overheid waar tegen een spotprijs condooms worden verkocht. „Ze zijn wel wat dik”, waarschuwt de verkoper.

Een groep studenten van de universiteit van Allahabad is bezig met een groot onderzoek onder de bezoekers. Het overgrote deel van de ondervraagden komt van het platteland. „De moderne middenklasse vind je hier niet”, zegt Pankaj Gozwami (22). „Hier zijn de mensen die nooit op vakantie gaan. Hun vertier bestaat uit het bezoeken van huwelijken, die hier vaak dagen duren, en religieuze festivals. Maar dat wil niet zeggen dat ze fanatieke hindoes zijn.”

In het kamp van de sadhu’s zit Dharangiri in kleermakerszit voor zijn tent. Zijn huid is getaand, zijn lichaam ziet er pezig en taai uit. Op zijn voorhoofd staan strepen van witte, rode en gouden kleurstof: het is een tilaka, een teken van zijn vroomheid. Hij neemt een flinke teug van zijn chalon, een metalen pijpje met marihuana. Dat houdt zijn organen in bedwang, zegt hij, en het onderdrukt zijn seksuele lusten.

Dharangiri is 74. Op zijn 32ste besloot hij zijn leven te wijden aan het geloof en keerde hij niet terug van zijn werk. Hij denkt dat zijn ouders wel begrepen dat hem niets was overkomen. Maar dat weet hij niet zeker, want een sadhu mag geen contact meer hebben met zijn familie. „Om sadhu te worden onderga je het ritueel dat normale hindoes ontvangen als ze dood zijn”, vertelt hij. „Al het aardse leg je af, dierbaren heb je niet meer. Voor de wereld ben je gestorven.”

Dharangiri leidt een groep van zeven sadhu’s. Ook Najender, een jongen van 14, behoort ertoe. Toen hij anderhalf was, gaven zijn ouders hem aan Dharangiri, als dank voor zijn zegeningen. Hij was hun eerstgeborene. „Hij mag zijn ouders zien wanneer hij wil, maar hij gaat nooit op hun uitnodigingen in.” De jongen hoort het onbewogen aan. „Ik ken die mensen niet”, zegt hij. Hij heeft maar één doel in het leven: sadhu worden.

Najender speelt met de vlijmscherpe dolk die Dharangiri bij zich draagt als hij alleen in het oerwoud gaat mediteren, soms weken lang. Buiten de tent klinkt rumoer. Een sadhu deelt rake klappen uit aan een verkoper. „Je verkoopt ons bedorven melk, ik zou je moeten neersteken”, schreeuwt hij. Het is een zwaar leven, zegt Najender. „We vechten met elkaar om de tenten en de aalmoezen.”

Dharangiri ziet zich als een „soldaat die het geloof beschermt tegen wereldse invloeden”. Maar hij heeft een visitekaartje met vier mobiele nummers en hij vindt het vandaag te koud om de heilige rivier in te gaan. „Eigenlijk zouden we in deze periode elke dag moeten baden. Op 10 februari gaan we echt, dan zijn de omstandigheden dwingend.”