‘Haar woorden gaven mij steun’

Joseph Oubelkas (32) zat vierenhalf jaar onterecht in een Marokkaanse gevangenis. Hij overleefde, op eigen kracht, maar vooral ook door de brieven van zijn moeder Janny Lock.

Elke week geef ik zeker twee lezingen over mijn boek 400 brieven van mijn moeder, over de 1.637 nachten die ik onschuldig in de gevangenis doorbracht. Ik werd beschuldigd van drugssmokkel. Ik had nooit gedacht dat mijn verhaal zoveel mensen zou inspireren. Ik zeg altijd: ik hoop dat jullie ook zo’n moeder hebben. Niet iedereen heeft die, dat weet ik. Misschien is er iemand anders: een liefdevolle vader, een stoere broer, een oom bij wie je altijd terecht kan. Het allerergste wat je kan meemaken in het leven is dat er niemand voor je is. Dat je alleen bent. Al kan dat ook aan jezelf liggen.

Mijn moeder is mijn held. Dat was ze al voordat ik eind 2004 voor werk drie dagen naar Marokko ging. Ik ben een moederskindje. Maar toen ik in de hel van Marokkaanse gevangenissen terechtkwam, heb ik het mede door haar kracht gered.

Zij steunde mij in haar brieven. We denken aan je, we houden van je, we geloven in je, hou vol. Maar tegelijkertijd gaf ze me ook opdrachten. Ze was streng. Focus. Neem verantwoordelijkheid. Maak er wat van. Richt je op het positieve.

Dat klinkt misschien een beetje gek als je opgepropt in een overvolle gevangenis zit. Het hielp mij om niet in een slachtofferrol te kruipen en me op de toekomst te richten.

Mijn moeder heeft de gave van het woord. Af en toe kon ze me bellen. Maar gesproken woorden vervliegen. Brieven blijven. Geschreven woorden zijn voor eeuwig. Ik kon ze herlezen en er troost uit putten.

Toen ik klein was, had mijn moeder me al geleerd dat iedereen gelijk is. Een mens is een mens, of het nu een CEO van een groot bedrijf is, of een bedelaar.

Ze leefde dat voor, maar ze zei het ook expliciet. Daar heb ik in de gevangenis veel aan gehad. Er zaten de grootste criminelen. Maar die hadden ook een verhaal. Ik was daarin geïnteresseerd. Ik ben in ieders verhaal geïnteresseerd. En mensen voelen dat je ze niet veroordeelt. Ik merkte dat ze naar mij luisterden. Het heeft me geholpen met overleven.

In de veilige wereld van Nederland heeft mijn moeder me losgelaten natuurlijk. Maar ik ga elke week bij haar langs. Even lekker een stamppotje eten. Ze kan zo goed koken.