Gewoon de stipjes goed blijven volgen

Regels voor geluidhinder blokkeren soms de veiligste keuze, zeggen luchtverkeersleiders. Toch is het luchtruim veilig rond Schiphol.

Nederland, Amsterdam, 20080225 Luchtverkeersleiding Schiphol Foto: Kick Smeets / Hollandse Hoogte Kick Smeets / HH/Hollandse Hoo>

Als trage insecten schuiven enkele tientallen stipjes over het scherm. Op de radar volgen luchtverkeersleiders de startende en landende vliegtuigen rond Schiphol. „Elk stipje staat voor zo’n 300 mensen, passagiers en personeel”, zegt luchtverkeersleider Ruben van Staveren. „Daar voelen we ons verantwoordelijk voor, maar daar moet je als luchtverkeersleider nooit over nadenken. Je moet rustig blijven en de stipjes goed volgen.”

Jaarlijks zijn er tienduizend ‘voorvallen’ in het Nederlandse civiele luchtruim die luchtverkeersleiders, luchtvaartmaatschappijen, piloten, technici en luchthavens de moeite waard vinden om te melden aan de autoriteiten, in dit geval het Analysebureau Luchtvaartvoorvallen van de Inspectie Leefomgeving en Transport. Meldingen van ernstige voorvallen gaan ook naar de Onderzoeksraad voor Veiligheid. Gevallen van „grove nalatigheid en opzet” worden aan justitie gemeld. Dat is de afgelopen vijf jaar één keer voorgekomen. Het betrof een dronken purser. In november kwam in het nieuws dat twee toestellen boven Uitgeest bijna op elkaar zouden zijn gebotst.

Als luchtverkeersleider moet je kunnen samenwerken, ruimtelijk inzicht hebben, stressbestendig zijn en kunnen multitasken. Niet in verwarring raken als je vier toestellen netjes achter elkaar laat vliegen om soepel te landen en er ineens, zoals deze ochtend, ook nog een traumahelikopter opstijgt en een vliegtuig van de kustwacht besluit te vertrekken. Wat je vooral niet moet doen: in paniek raken als iets anders loopt dan gedacht.

De regels voor geluidhinder beperken het aantal mogelijke vliegroutes en het gebruik van beschikbare start- en landingsbanen, zeggen luchtverkeersleiders. Van Staveren: „Wij kiezen het liefst de twee banen die het minst met elkaar conflicteren. Maar regels voor geluidhinder stellen dat je een van die banen niet mag gebruiken.” Hij geeft als voorbeeld het gebruik van de Polderbaan bij een stevige westenwind. „Dan zouden wij liever de Buitenveldertbaan gebruiken. Veilig is het wel, hoor, want vliegtuigen moeten een crosswind van twintig knopen aan kunnen. Maar het risico is groter.”

Meldingen van voorvallen op Schiphol gaan vaak over vogels die in de motor van toestellen terecht dreigen te komen. En over technische kwesties als rookontwikkeling, een vreemd luchtje, een klapband, of een toestel dat door het landingsgestel is gezakt. Er zijn veel lichte meldingen: een deur die klemt, een deukje, een lampje dat niet brandt in een oud Fokkertoestel waarvoor in andere landen geen onderdelen beschikbaar zijn. Dan moet zo’n toestel terug naar Schiphol. Luchtverkeersleiders melden elke onregelmatigheid in een elektronisch wachtrapport.

In de ochtend van 13 november vlogen twee passagiersvliegtuigen van KLM en Garuda op min of meer dezelfde hoogte, nadat ze waren gedraaid om te kunnen landen. Inderdaad vlogen zij te dicht op elkaar, zeggen ze bij Luchtverkeersleiding Nederland op Schiphol. Ze hadden de separatienormen overschreden: de minimale afstand die vliegtuigen horizontaal en verticaal tot elkaar in acht moeten nemen. Vliegtuigen met een snelheid van 140 knopen ofwel ruim 250 kilometer per uur moeten drie mijl (vijf kilometer) uit elkaars buurt blijven, en duizend voet (driehonderd meter) verschil in hoogte hebben.

Dat vliegtuigen elkaar dichter naderen dan wettelijk mag, komt ongeveer twaalf keer per jaar voor. Een levensgevaarlijke situatie is het nooit geweest, zeggen experts. Eén van de toestellen heeft weliswaar vermoedelijk een te ruime bocht genomen, en is van de route afgeweken. Maar de toestellen zijn elkaar nooit zó genaderd dat het alarmeringssysteem in werking is getreden.

Dit Traffic Collision Avoidance System waarschuwt de vlieger voor objecten in de buurt zoals een parkeersensor dat doet in auto’s. Ook hebben de toestellen geen noodsignalen uitgezonden. Geen mayday mayday voor levensbedreigende situaties en zelfs geen pan-pan voor vereiste actie. Van Staveren: „De media en het publiek denken al gauw dat er iets helemaal mis is. In werkelijkheid valt het meestal mee. Als er iets misgaat, zijn er vrijwel altijd voldoende andere mogelijkheden om een oplossing te zoeken.”

    • Arjen Schreuder