‘Duitsland profiteert minder van de euro dan men denkt’

Duitse bedrijven kunnen dankzij de euro gemakkelijk exporteren. Maar dat maakt Duitse bedrijven lui, waarschuwt topeconoom Thomas Mayer. „De structuur van de euro klopt niet. Dat zullen politici merken.”

Dat de euro er kwam na de val van de Berlijnse Muur, is voor de Duitse econoom Thomas Mayer de ironie ten top. „De euro was een politiek project. Een vredesproject: de kroon op de Europese integratie die ervoor moest zorgen dat er nooit meer oorlog kwam.

Maar met de val van de Muur en de verkruimeling van de Sovjet-Unie verdween de oorlogsdreiging. De Fransen zeiden ja tegen de Duitse hereniging die daarop volgde, op voorwaarde dat de Duitsers ja zeiden tegen de euro. Maar op hetzelfde moment raakte de euro zijn politieke betekenis kwijt. Met die paradox zitten wij nu opgezadeld.”

Mayer is één van de meest gerenommeerde economen van Europa. Afgelopen jaren deed hij, eerst als huiseconoom bij Deutsche Bank in Frankfurt en nu vanuit het Center for Financial Studies aan de Goethe Universiteit, vaak van zich spreken met voorstellen om de euro een steviger fundament te geven.

Zo stelde hij in 2010 met collega Daniel Gros voor om een Europees Monetair Fonds op te richten. Nu heeft hij een boek geschreven, Europe’s Unfinished Currency. Uitgangspunt daarin is precies die paradox: we hebben een politieke munt zonder politieke betekenis.

„Om de munt een solide bedding te geven, heb je een politieke unie nodig”, zegt Mayer op de 24ste verdieping bij zijn oude werkgever Deutsche Bank. „Alleen centraal afgedwongen discipline en beleid zorgen ervoor dat de euro geen speelbal meer kan zijn van centrifugale krachten. Maar een politieke unie betekent dat landen soevereiniteit inleveren. Dat ongekozen ambtenaren over hen beslissen. Daar hebben ze geen zin in. Pogingen om tot een politieke unie te komen mislukten al in de jaren zestig, toen de oorlogsdreiging nog reëel was en integratie een existentieel doel diende. Nu is oorlog in Europa ondenkbaar. Een politieke unie vormen, is ondoenlijker dan ooit. Je kunt dat mensen niet door de strot duwen. De vraag waarmee wij worstelen, is dus: wat moeten we met de euro? Ze had een doel. En dat doel is weg.”

Toch zijn de presidenten van vier Europese instellingen onder leiding van Herman Van Rompuy bezig een bankenunie, economische unie en politieke unie op te zetten.

„Dat is de verkeerde weg. Ze willen teveel soevereiniteit naar Brussel overhevelen. Soevereiniteit moet in de lidstaten blijven. Regeringen moeten beslissen over begrotingen, uitgaven, bailouts [financiële reddingsoperaties, red.], en andere zaken waar belastinggeld mee is gemoeid. U zult zeggen: ‘Zo ging het de eerste tien jaar van de euro en de crisis bewijst dat je de munt zo niet stabiel kunt houden’. Maar het kan wél als je zegt: ‘Dit zijn de regels en hou je daaraan. Als je uitglijdt gaan we de regels niet veranderen, en je krijgt ook geen bailout’.”

Wilt u terug naar de regels van Maastricht, en die ditmaal meedogenloos afdwingen?

„Exact. Als een politieke unie onhaalbaar is, is dit de enige weg: terug naar Maastricht. Niet dat gedoe met de spinnenwebben die in nachtelijke sessies in Brussel worden geweven: fiscal compact, risk board, noodfonds, six pack. Daar worden zelfs insiders geen wijs uit. Wie doet wat? Zijn beslissingen strijdig met EU-verdragen, of niet? Door de kleinste sleutelgaatjes in Europese verdragen worden enorme besluiten getrokken, zoals bankentoezicht dat nu bij de Europese Centrale Bank wordt gelegd. Maar strookt dat met de ECB-statuten? Alles is ambigu en betwist.”

Moet een land dat de regels schendt, uit de eurozone?

„Ja. De ECB moet alleen in noodgevallen als lender of last resort kunnen optreden, bij grote economische schokken bijvoorbeeld. Zo werkte het ook in de VS in de negentiende eeuw. Daar was ook geen politieke unie. Omdat de centrale overheid weigerde sommige staten een bailout te geven, moesten ze de regels wel serieus nemen. Anders gingen ze onderuit. Dus dat deden ze.’’

Wilt u dat de ECB ook lender of last resort is voor overheden?

„Ja. Het is bespottelijk dat de ECB enorme bedragen leent aan banken, waar het soms waardeloos onderpand voor terugkrijgt, en niet aan landen. Maar om te voorkomen dat de ECB in de politieke vuurlinie komt, moet je een buffer tussen de ECB en de landen plaatsen: een organisatie die de leningen kan verstrekken, en surveillance en eventuele herstructurering kan doen. Een Europees monetair fonds kan dat doen.”

Er is een andere organisatie die het kan: het euronoodfonds ESM.

„Ja. Maar het ESM krijgt geld van eurolanden, niet van de ECB. Duitsland heeft dat verboden. Onbegrijpelijk. Nu vraagt iedereen zich constant af of het ESM wel genoeg geld heeft. Vandaar de turbulentie op de markten. Het ESM moet een banklicentie krijgen, zodat het toegang heeft tot ECB-geld, voor-het-geval-dat.´´

Nu is het toch rustig?

„Ja: de ECB kondigde afgelopen zomer aan dat ze staatsobligaties van landen zal opkopen in bepaalde omstandigheden. Die landen moeten zich aan alle regels houden, onder surveillance van het noodfonds staan, enzovoort. Het is een virtuele maatregel: alleen ermee zwaaien was voorlopig genoeg. ECB-president Mario Draghi kon niet anders. Als hij niets had gedaan, was de euro in een negatieve stroomversnelling geraakt. Maar de ECB is hiermee de Rubicon overgestoken. Ze begon als kopie van de Bundesbank, een typisch Duitse centrale bank. Nu is ze, door dit opkoopprogramma en het bankentoezicht dat ze gaat doen, een Latijnse centrale bank geworden. Naar Frans, Spaans, Italiaans voorbeeld. Ze is deel geworden van het spinnenweb. Dat is verkeerd.”

U lijkt pessimistischer dan anderen, die zeggen dat ergste voorbij is.

„Dit is maar een pauze. De structuur van de euro klopt niet. Daar zullen politici op worden afgerekend.”

U bekritiseert in uw boek een McKinsey-rapport, waarin staat dat Duitsland veel verdient aan de euro. Waarom?

„Duitsland verdient aan het feit dat er geen wisselkoersen meer zijn. Verder is de euro een enorme exportmachine voor Duitse bedrijven. Mijn punt is: dit heeft ook negatieve kanten. Allereerst kunnen Duitse bedrijven hun producten dankzij de euro goedkoper in het buitenland verkopen dan als er nog een Duitse mark geweest was. Dat maakt Duitse bedrijven lui: zelfs met een middelmatig product kun je competitief blijven. Dat remt innovatie, weert nieuwkomers van de markt. Je benadeelt jezelf op termijn. Bovendien liepen Duitse bedrijven de eerste tien jaar met hun euro’s makkelijker naar Zuid-Europa om te investeren dan ze daarvoor deden met hun marken. Iedereen had nu immers de euro, ook dáár. Het leek veilig. Nu, door de Griekse problemen, beseft iedereen dat dit een risico is. Komen die ‘Duitse’ euro’s ooit terug?”

Vecht kanselier Merkel voor de euro, omdat Duitsland anders financieel het schip in gaat?

„Nee, dat denk ik niet, al zijn de claims van Duitse banken op Griekse of Spaanse banken zolangzamerhand torenhoog. Er speelt iets anders. Tot 2011 had ze het alsmaar over de Duitse portemonnee. Toen bekritiseerde oud-bondskanselier Kohl haar slappe Europese inzet. Sindsdien heeft ze het over Europees belang. Politiek belang, niet zozeer financieel. Ze is een van de weinige Europese leiders, op Mario Monti na, die een Europees verhaal houdt en niet puur een nationaal verhaal.”

Zei u net niet dat de euro geen verhaal meer heeft?

„Het oude verhaal, ‘nooit meer oorlog’, is achterhaald. Maar er is wel degelijk een nieuw verhaal. We krijgen, denk ik, monetaire turbulentie in de toekomst. Daar kan de euro ons tegen beschermen.”

Waarom?

„Ik voorzie problemen met de dollar. De Fed [het Amerikaanse stelsel van centrale banken, red.] heeft de financiële crisis bezworen, maar dat heeft de staat gigantisch veel gekost. Er is geld bijgedrukt. Dat leidt tot inflatie. Zolang mensen de dollar vertrouwen, gaat alles goed. Maar er groeit twijfel. De Amerikaanse schulden worden onhoudbaar. Door politiek geruzie dreigt er zelfs een faillissement. Nog even en er ontstaat een geldcrisis met enorme valutaschommelingen. Door de globalisering blijft niemand daarvan gevrijwaard. Als alle Europese landen hun eigen munt hebben, moeten ze individueel in dat springtij stand zien te houden. Good luck: je raakt de greep op je eigen lot meteen kwijt. Je wordt overspoeld. Met de euro ben je veel minder kwetsbaar. Dan weeg je zwaarder en heb je kracht om zelf beslissingen te nemen. De voorwaarde is natuurlijk wel dat de politici ervoor zorgen dat de euro een solide opzet krijgt.”

Wordt elk land zonder euro een beetje zoals Zwitserland tijdens de eurocrisis?

„Dat is een goede vergelijking. Toen de euro ging schommelen, schoot de Zwitserse frank omhoog. De Zwitsers wilden vechten, in hun eentje. Ze vonden een koppeling van de frank aan de euro, zoals Denemarken heeft, vernederend. Uiteindelijk hebben de Zwitsers de strijd verloren. Ze werden te veel in de europroblemen gezogen. Nu hebben ze de frank toch aan de euro gekoppeld.”

En de Denen hadden nauwelijks last?

„Ja. Denemarken kan volhouden dat het soeverein is, want het heeft zijn eigen plaatjes op zijn bankbiljetten. In de praktijk heeft het niets over zijn eigen munt te zeggen en dankt het zijn stabiliteit aan de euro. Zo zie je maar weer hoe politiek een munt is.”