Dijsselbloem is de enige kandidaat, dus de beste

Minister Dijsselbloem van Financiën mag zich nu ook voorzitter van de eurogroep noemen. Hij stelt begrotingsdiscipline én solidariteit voorop.

De verkiezing van Jeroen Dijsselbloem tot eurogroepvoorzitter verliep gisteravond vlotjes. Alleen zijn Spaanse collega Luís de Guindos stemde niet voor – maar iedereen weet dat Spanje nu tegen élke Europese benoeming stemt, zolang het ‘verlies’ van een Spanjaard bij de Europese Centrale Bank niet is gecompenseerd.

Zelfs Pierre Moscovici, de Franse minister die wekenlang moeilijk deed over Dijsselbloems benoeming, was gecharmeerd toen „Jérôme het eerste stukje van zijn presentatie in het Frans deed. Et bien articulé!„De Nederlander was de enige kandidaat, zei Moscovici, „dus is hij de beste”.

Maar nu moet Dijsselbloem aan de slag. In een brief aan collega’s pleitte hij er zondag voor om begrotingsdiscipline, waarvoor noordelijke triple-A-landen als Nederland hard gevochten hebben, niet te laten varen. Maar hij benadrukte, als evident gebaar naar zuidelijke landen, dat ook „solidariteit voor mij als sociaal-democraat bovenaan mijn lijstje prioriteiten staat”.

Afgezien van deze twee haast theologische stromingen die binnen de eurozone constant om voorrang strijden, krijgt Dijsselbloem meer hoofdpijndossiers op zijn bord. Zo hadden de ministers gisteren fundamentele meningsverschillen over herkapitalisatie van banken door het euronoodfonds ESM en het soort bailout (financiële redding) dat Cyprus moet krijgen.

Ook dreigen er opnieuw problemen met het Internationaal Monetair Fonds (IMF) over Griekenland. Daarbij wil Dijsselbloem de eurogroep efficiënter laten functioneren en extern – bij de G20 bijvoorbeeld – meer gezicht geven. Ga daar maar aan staan, vanuit Den Haag.

Want zo zit het: grotendeels vanuit Den Haag moet Dijsselbloem deze plannen gestalte zien te geven, zoals zijn voorganger Jean-Claude Juncker dat vanuit Luxemburg deed. Het euro-voorzitterschap is een zuiver intergouvernementele bijbaan. Sommige landen wilden dat er een permanente, fulltime voorzitter kwam. Een voormalig minister bijvoorbeeld die, gepokt en gemazeld in de Europese politiek en haute finance, ministers met ferme hand en een adresboek vol Europese nummers uit de gevarenzone kon leiden.

De Fransen wilden wel. Zij opperden dit meteen toen Juncker zijn vertrek aankondigde. Maar Duitsland torpedeerde het idee. „Dit werk moet intergouvernementeel blijven”, zegt een hooggeplaatste in Berlijn op besliste toon.

Vandaar dat Dijsselbloem de klus erbij doet. Hij krijgt geen geld en geen personeel. Juncker had twee, drie mensen op kantoor in Luxemburg die eurozaken ‘deden’ – op de Luxemburgse loonlijst. Dijsselbloem moet het net zo organiseren. Wel kan hij in Brussel op brede technische ondersteuning rekenen.

Hoge ambtenaren van Financiën uit eurolanden, die elkaar constant moeten spreken, vormen de zogeheten eurowerkgroep. Namens Nederland zit thesaurier-generaal Hans Vijlbrief daarin. Deze groep heeft wel een secretariaat, bij de Europese Commissie. Sinds een jaar is er ook een permanente voorzitter – een Oostenrijkse ex-collega. Aan deze Oostenrijker zullen Dijsselbloem en Vijlbrief veel hebben. Wat nu ook handig uitkomt, is dat Vijlbrief voorzitter is van de ‘economic policy committee’, een breder collegiaal overlegorgaan.

Politieke beslissingen over eurozaken nemen de regeringsleiders. Zij bepalen dus ook grotendeels de agenda. Zo moet de eurogroep komende tijd een Europees systeem opzetten om probleembanken gecontroleerd te ontmantelen en een model ontwikkelen om de bestaande nationale depositogarantiesystemen te harmoniseren.

De ambtenaren doen het voorbereidende werk, regeringsleiders het politieke. De eurogroep van ministers is steeds meer een verbindende schakel tussen deze twee niveaus. Dijsselbloem moet ze met elkaar verbinden, als een facilitaire dienst.