Bengaals tribunaal na 42 jaar op gang

Het oorlogstribunaal voor misdaden tijdens de onafhankelijkheidsoorlog van Bangladesh heeft zijn eerste vonnis geveld. Tot nu toe is het een desillusie.

Bengaalse betogers gisteren voor het hof in Dhaka. Foto AP

Het leek een nobele gedachte van de regering van Bangladesh alsnog mensen te berechten die zich tijdens de bloedige afscheidingsoorlog met Pakistan in 1971 hadden bezondigd aan oorlogsmisdaden. Gisteren wees het hiervoor opgerichte tribunaal een eerste vonnis. Abdul Kalam Azad, een presentator van islamitische televisieprogramma’s, werd bij verstek ter dood veroordeeld wegens de moord op zes hindoes en de verkrachting van hindoevrouwen tijdens de oorlog.

„Het vonnis is gewezen en ik ben heel gelukkig”, verklaarde de voormalige onafhankelijkheidsstrijder Aftab Ali tegen persbureau Reuters. „De processen tegen deze oorlogsmisdadigers zijn hard nodig om te laten zien dat we een beschaafde natie zijn”, zei Shahriar Kabir, een Bengaalse journalist en filmmaker, vorige maand al bij een bezoek aan Den Haag. Voor Kabir en veel anderen was het onverdraaglijk dat mensen die vier decennia geleden verantwoordelijk waren voor bloedbaden nog altijd ongestraft rondlopen. Volgens onafhankelijke schattingen doodden Pakistaanse militairen, gesteund door lokale milities, zo’n half miljoen mensen. Tienduizenden vrouwen werden verkracht.

In de praktijk dreigen de processen volgens critici te ontaarden in een afrekening door de regerende Awami League van premier Sheikh Hasina met haar politieke tegenstanders. Dat komt vooral doordat van de tien verdachten die worden vervolgd er ten minste twee lid zijn van de grootste oppositiepartij, de BNP, en zes van de fundamentalistische Jamaat-i-Islami. Ook Azad, die naar Pakistan is gevlucht, was een vooraanstaand lid van Jamaat-i-Islami. Oppositieleider Khaleda Zia van de BNP noemt het tribunaal „een farce”.

Ook onafhankelijke waarnemers hebben kritiek. Volgens Human Rights Watch voldoet het tribunaal niet aan de internationale normen. Een getuige voor een verdachte verdween plotseling op onverklaarbare wijze na aankomst bij de rechtbank en advocaten, getuigen en onderzoekers zeggen bedreigd te zijn.

Schadelijk voor de geloofwaardigheid van het tribunaal, dat zich graag spiegelt aan de Neurenbergprocessen, was ook het aftreden vorige maand van opperrechter, Mohammed Nizamul Huq. Hij had zich – ondanks eerdere ontkenningen – laten adviseren door een Bengaalse advocaat in Brussel, die zich veel met de oorlogsmisdaden heeft beziggehouden en op de lijn van de regering zit.

Het versterkt de indruk dat het tribunaal niet onpartijdig verloopt.

Anders dan sommigen hadden gehoopt, heeft de regering van Sheikh Hasina niets gedaan om nationale verzoening tot stand te brengen of democratische instituties te versterken. „De hoop heeft plaats gemaakt voor een gevoel van diepe desillusie”, stelde de International Crisis Group, een denktank, al vorige zomer.

Hoewel het Bangladesh economisch beter gaat, blijft het politiek kwetsbaar, verlamd als het is door de bittere rivaliteit tussen Sheikh Hasina en Khaleda Zia. Later dit jaar zijn er weer verkiezingen. Meer veroordelingen door het tribunaal kunnen de stabiliteit verder ondermijnen. Van de zuiverende werking van de processen komt zo weinig terecht.

    • Floris van Straaten