Zeven retorische trucs om vanavond op te letten bij de speech van Obama

Obama en vicepresident Biden na hun herverkiezing op dinsdagavond 6 november. Foto AFP / Robyn Beck

In zijn tweede inaugurele rede gaat Obama retorische geschiedenis schrijven, voorspelde presentatiecoach Huib Hudig vanochtend in nrc.next. De vraag is alleen nog: wat zal de oneliner worden die we ons na vanavond voor altijd zullen herinneren?

Vanavond om iets na zes uur Nederlandse tijd, houdt president Obama op de trappen van het Capitool in Washington zijn tweede inaugurele rede. De inaugurele rede markeert het moment dat een president duidelijk maakt wat hem bezielt en hoe hij een bevlogen leider voor het zijn land wil zijn. John F. Kennedy vroeg de Amerikanen in zijn inaugurele rede van 1961 niet langer te vragen wat hun land voor hen kan betekenen, maar wat zij konden betekenen voor hun land. Franklin D. Roosevelt zei in 1933: “Het enige dat we moeten vrezen, is de vrees zelf.” Memorabel was ook de tweede inauguratiespeech van Abraham Lincoln, in 1865. Terwijl de burgeroorlog bijna beslist was, riep hij in een korte speech op tot eenheid en rouw.

Obama’s eerste inaugurele rede in 2009, hoe indrukwekkend ook, viel volgens Hudig een beetje tegen na zijn klinkende campagnespeeches (“Fired up, Ready to Go!” en “Yes we can!”) en zijn Victory speech met het prachtige verhaal van de 106-jarige Ann Nixon Cooper, door wiens ogen we een eeuw Amerikaanse geschiedenis voorbij zagen trekken.

Maar alles wijst erop dat hij van zijn tweede inaugurele rede een onvergetelijk verhaal gaat maken. Sinds zijn herverkiezing is Obama in vorm, schrijft Hudig, zijn recente speech bij de herdenking van de slachtoffers van de schietpartij in Connecticut werd door sommigen zelfs vergeleken met de Gettysburg-speech van Abraham Lincoln, de toetssteen van de moderne speeches.

Maar hoe gaat Obama ervoor zorgen dat we z’n verhaal niet gaan vergeten? Hudig somt zeven retorische trucs op die de president straks kan gebruiken:

1. Persoonlijke verhalen
Obama vertelt vaak verhalen over mensen die hij heeft ontmoet. Zoals in zijn ‘Fired Up, Ready To Go’-speech een oud dametje dat hem inspireerde.
2. Historisch perspectief
Bij veel grote speeches begint de spreker door zijn verhaal in een historische context te plaatsen. (‘Ich Bin ein Berliner’: „Two thousand years ago”)
3. Crescendo’s
Obama zweept graag het publiek op door gebruik van claptraps, met opsommingen van klein naar groot, specifiek naar algemeen. Daarbij gaat hij steeds harder en sneller praten, geeft het publiek geen kans om te reageren, tot hij op het allerlaatst loslaat. Resultaat: applaus.
4. ‘Moving the crowd from A to B’
Aan het begin van zijn speech zal Obama een feilloze analyse van de huidige situatie geven: de Waarheid, de plek waar we nu niet willen zijn (A). Vervolgens zal hij betogen hoe het anders, beter kan en ons leiden naar zijn visie op de top van de heuvel (B).
5. Humor
Obama is een te goede redenaar om zelfs in deze lastige setting (buiten, voor tienduizenden mensen op de Mall in Washington) geen gebruik te maken van humor. (Weer een grap over de hond die hij had beloofd aan zijn dochters?)
6. Waarden
Om een gevoel van verbinding te creëren zal Obama de gedeelde waarden van het Amerikaanse volk benoemen: vrijheid, verantwoordelijkheid, christelijke waarden, saamhorigheid, eerlijkheid. (“Everybody gets a fair shot, a fair share and plays by the same rules.”)
7. Woorden
Obama zal veel woorden gebruiken die we kennen uit zijn champagnes: Forward, Together, Change. Of woorden uit speeches van bijvoorbeeld Lincoln, Kennedy, Martin Luther King.

    • Pim van den Dool