Winnaars van de Zilveren Camera: blik naar buiten

Winnaar ‘binnenlands documentair’: Allard de Witte met een serie over Mila, een zesjarig meisje met het foetaal alcoholsyndroom (FAS).

„Dat zal je altijd hebben”, zegt fotograaf Eddy van Wessel aan de telefoon. „Besluit je een keer niet naar de uitreiking te komen, word je de winnaar.” Van Wessel, die op dit moment in Zweden aan het werk is, werd gistermiddag in het Fotomuseum Den Haag uitgeroepen tot de winnaar van de Zilveren Camera 2012 voor zijn buitenlandserie die hij maakte in Aleppo, het zwaar getroffen epicentrum van de Syrische burgeroorlog. „Meestal krijgt een fotograaf de Zilveren Camera voor een enkel beeld”, zegt Van Wessel. „Ik heb hem gekregen voor een serie. Ik heb gewonnen als verhalenverteller, daar ben ik enorm blij mee.”

Van Wessel ging vorig jaar op eigen initiatief naar Syrië en maakte, ondermeer in opdracht van dagblad Trouw, een reportage in zwart-wit over het dagelijks leven in Aleppo. „Het is een eigen productie waarvoor ik ook bij kranten als Stern en een Zweedse krant moest aankloppen. Vroeger kreeg ik mijn opdrachten voornamelijk van Nederlandse kranten en tijdschriften. Nu richt ik mij voor financiële ondersteuning vooral op het buitenland. Ik moet uitwijken naar Le Monde of The Washington Post Magazine om mijn werk te kunnen maken.”

Ruud Visschedijk, directeur van het Nederlands Fotomuseum en voorzitter van de Zilveren Camera, noemde Van Wessel de ‘onomstreden winnaar’ van de prijs voor de beste nieuwsfoto van het jaar. „We hadden in de slotfase twee kandidaten over. De serie van Van Wessel en de foto die Elmer van der Marel maakte van uitgeprocedeerde asielzoekers in een bushokje in Amsterdam. Maar er is met overtuiging gekozen voor Van Wessel. Met deze huiveringwekkende reportage uit Aleppo toont hij de chaos van de burgeroorlog: burgers en militairen, vrienden en vijanden; alles en iedereen strijdt door elkaar heen. En de gewone burger is het slachtoffer.”

Na zes jaar wint een fotograaf voor het eerst weer de Zilveren Camera voor een buitenlands nieuwsonderwerp. De keuze voor de serie van Aleppo plaatste Visschedijk in een bredere context. „De jury wil hiermee benadrukken hoe belangrijk het is dat fotojournalisten nog altijd op eigen initiatief op reportage gaan.” Volgens de voorzitter kreeg de jury de afgelopen vijf jaar beduidend minder inzendingen binnen voor de categorie Buitenland Documentair. „Van Wessel krijgt deze prijs ook voor zijn onafhankelijke geest en doorzettingsvermogen. Iets wat volgens de jury ook opgaat voor de winnaars van de Canon Prijs.” Deze nieuwe prijs voor vernieuwende journalistiek ging naar het journalistenduo Robert Knoth en Antoinette de Jong voor hun project Poppy, Trails of Afghan Heroin. Zij werkten met tussenpozen twintig jaar aan een multimediaal project waarbij zij heroïne volgden vanaf de Afghaanse papavervelden naar de Westerse gebruikers.

Tijdens de prijsuitreiking werd fotojournalist Jeroen Oerlemans als ‘speciale gast’ op het podium geroepen. Hij vertelde presentator Wilfried de Jong over zijn gijzeling in Syrië afgelopen jaar waarbij hij in zijn heup werd geschoten. Oerlemans vroeg aandacht voor de Amerikaanse fotograaf James Foley, die dit jaar opnieuw werd gegijzeld in Syrië.

Zo werd de uitreiking een feestje waarbij de blik eens niet was gericht op het eigen land, maar waarin vooral de aandacht werd gevestigd op de grote conflicten in het buitenland.

Winnaars zijn t/m 3 maart te zien in het Fotomuseum Den Haag.

    • Rosan Hollak