Waarom roepen uilen als ze 's nachts gaan jagen?

Waarom hoor je juist ’s nachts uilen roepen, vroeg de redactie van nrc.next zich af. Als ze op jacht gaan om muizen te vangen, kunnen ze toch beter zo stil mogelijk doen?

Misverstandje, zegt Chris-Jan van der Heijden van Vogelbescherming Nederland. „Uilen maken geen geluid als ze op jacht gaan. Integendeel, uilen kunnen geluidloos vliegen. De samenstelling van hun vleugels zorgt ervoor dat er echt niets te horen is.”

Uilen roepen ook niet omdat ze gaan jagen. Wat wij horen, zegt Van der Heijden, zijn de lokroep van het mannetje, het antwoord van het vrouwtje of de roep van een mannetje dat zijn territorium afbakent. „Die lokroep hoor je vooral in de eerste drie maanden van het jaar, nu dus. Daarmee maakt het mannetje een potentiële partner duidelijk dat hij een geweldige nestplaats of nestkast heeft gevonden met veel muizen binnen bereik.” Uilen zijn nachtvogels, zegt Pascal Stroeken van steenuilenwerkgroep Stone, dus moeten ze ook ’s avonds hun lokroep laten horen.”

Elk van de zes uilensoorten die in Nederland broeden (ransuil, steenuil, bosuil, kerkuil, oehoe, velduil en soms de zeldzame ruigpootuil in Drenthe), heeft zijn eigen geluid. Het bekendst is het spookachtige geluid van de bosuil en de steenuil is het luidruchtigst, zegt Stroeken.

Man en vrouw kunnen elkaars lokroep van veraf horen. Van der Heijden: „De lokroep van een oehoe bijvoorbeeld reikt voor het menselijk gehoor niet zo ver, maar het gehoor van de oehoe is zo scherp dat ze elkaar op kilometers afstand kunnen horen.”

Als een uilenpaar zich eenmaal heeft genesteld en eieren heeft, worden ze stiller. In het najaar, als de jongen zijn uitgevlogen, hoor je vaak gesettelde mannetjesuilen die hun territorium afbakenen en concurrenten op afstand willen houden. Stroeken: „Uilen beginnen te roepen bij het invallen van de schemer. Als het donker is, gaan ze pas op jacht, al jagen steenuilen ook in de schemer. Wel houden ze het jagen en roepen wijselijk gescheiden. Inderdaad, om muizen niet te alarmeren.”

Ook een vraag voor deze rubriek? Mail naar vraag@nrc.nl

    • Friederike de Raat