Waarom gaan mensen uit?

Dit weekend was ik uit. Met ‘uit’ bedoel ik geen bourgondische dinnerparties waar je je buurman het hemd van het lijf kunt vragen maar het echte werk dat pas na middernacht van start gaat. Ik heb er het volgende van onthouden:

- De correctieslip onderuit de ondergoedlade vissen die rondom mijn buikwand knelde.
- Wassen / strijken / föhnen / scheren etc.
- Mijn blote koude enkels in wiebelende hakjes. Dat het buiten sneeuwde was alleen maar een nostalgisch gegeven.
- Quasi nonchalant voor middernacht in het restaurant twee a drie Bellini’s achterover slaan om te vergeten dat het eigenlijk bedtijd is.
- Nogmaals genieten van dat nostalgische moment met blote enkels in de sneeuw. ‘Het is maar 800 meter, we lopen wel.’
- Aankomen voor een grote zwarte deur (de meest begeerde van het moment, in dit geval club Silencio in Parijs) en uitleggen hoe belangrijk je wel niet bent (het spannendste gedeelte. Alle eerdere punten maakten slechts deel uit van de voorbereiding van dit ultieme moment: hoor ik erbij of niet?)
- Je afvragen waarom mensen ook alweer uitgaan.
- Erbij horen. Euforie.
- Een kwartier wachten aan de bar voor die derde (of vierde?) Bellini die je zo snel mogelijk leeg drinkt om je vrolijk op de muziek meewippende collega niet te verwarren met die jongen van je studie die weleens een epileptische aanval had. (Het probleem met dansen in hippe clubs op hippe muziek is dat dit toch vaker wel dan niet het geval is. Om dit te voorkomen kun je je daarom het beste zo snel mogelijk uit het schemergebied tussen bewustzijn en dronkenschap drinken.)
- Nog een glas.
- Hier moet het ergens mis zijn gegaan. Die collega was in geen velden meer te bekennen en jij maar vrolijk meewippen op de muziek. Dat was waar ook: de nacht kent geen tijd.
- Wakker worden met een kater en geheugenverlies en volgend weekend weer van voren af aan beginnen.

Gelukkig heb ik alle etappes opgeschreven voordat het geheugenverlies toe kon slaan.