Stoere mannen, wijde jassen

Bij de shows voor de mannenmode in Parijs dit weekeinde sprongen vooral de modehuizen Lanvin en Givenchy, met stoere modellen, eruit.

PHOTO © TEAM PETER STIGTER FILENAME IS DESIGNER NAME FALL/WINTER 2013

Geen ontwerper die meer invloed op de moderne mannenmode heeft gehad dan Hedi Slimane, tot 2007 de hoofdontwerper van Dior Homme. Zijn smalle pakken en vooral zijn smalle broeken, en zijn rock-’n-rollstijl, zijn tot op de dag van vandaag in het straatbeeld terug te vinden. Slimane is na een aantal jaren van afwezigheid terug in de mode, nu als hoofdontwerper van Yves Saint Laurent, door hem omgedoopt tot Saint Laurent. Dit najaar liet hij zijn eerste vrouwencollectie zien voor het huis (smalle broekjes, smokingjasjes, hoge hakken), gisteravond waren de mannen aan de beurt. En weer greep hij in zijn collectie, die werd geshowd door onbekende muzikanten, terug op zijn bekende broeken – de gescheurde jeans, zwarte broeken en leren broeken sloten allemaal zeer strak om de benen. Daarbij kwamen geruite overhemden, leren jacks, slobbertruien, zwarte colbertjes en gebreide sjaals, dingen waarvoor je allemaal toch echt niet naar een chic modehuis hoeft.

Bij Dior Homme kwam Slimanes opvolger Kris Van Assche zaterdagmiddag met een gedurfdere collectie. In een glanzend witte ruimte stapten zijn modellen op Anne Clarks newwaveklassieker Our Darkness snel en bijna mechanisch voort in smalle, gestroomlijnde, vaak tweekleurige pakken. De jasjes sloten met ritsen in plaats van knopen en hadden tunnels in de taille waar ceintuurs uitkwamen die op veiligheidsriemen leken. De show eindigde met een serie truien waar een rood, door Van Assche bedacht symbool op stond: een cirkel met een driehoek erin. Het geheel was futuristisch, maar op een wat ouderwetse manier, en daarom ook romantisch.

Pakken ook te over bij Viktor & Rolf, die zeiden zich te hebben laten inspireren door Jules Vernes Reis naar het middelpunt der aarde, waarin zij ‘een nerdsfeer’ hadden ontdekt. Om die te benadrukken hadden alle modellen, net als de ontwerpers zelf, een zwartgerande bril op, en er waren overhemden met een door de Nederlandse illustrator Piet Parra gemaakte print met brillen (en een met letters, een met sportschoenen). In een tijd waarin iedere Nederlandse brildrager met zo’n montuur loopt, kun je daar als internationale modenaam toch eigenlijk niet meer mee aankomen – je vroeg je af of de ontwerpers enig benul hebben van wat zich op straat afspeelt. Naast grijze en zwarte pakken liet het duo motorjacks van stof zien en jeans, soms ook met een print. Een commerciële, maar weinig opmerkelijke collectie.

De beste Nederlandse mannenmodeontwerper van het moment is zonder twijfel Lucas Ossendrijver, de man achter de mannenlijn van het Franse Lanvin. In zeven jaar heeft hij een heel eigen stijl neergezet: zwierig, elegant en chic.

Ossendrijvers nieuwe collectie was niet de sensatie die zijn heldere, wit-met-zwarte voorjaarscollectie was, maar evengoed liet hij weer zien hoe veelzijdig hij is. Bijna elke outfit had een ander silhouet. Er was een oversized colbert met een grote te lange broek, een lang, colbert over een strakke broek, een wijd uitstaande parka over smalle broek, een top die zo lang en wijd was dat het bijna een jurk werd over een in smalle, kuithoge laarsjes gestopte broek, zeer wijde jassen – en nog veel meer. Nooit was het geforceerd; Ossendrijver heeft een feilloos gevoel voor proportie.

Bij Givenchy, een label waar het altijd een beetje méér mag zijn, waren de pakken en jassen ditmaal opmerkelijk sober: ze hadden zelfs geen revers. Drukker werd het bij de truien en hemden: die hadden zwart-witte fotoprints of stoere tribal versieringen.

Opvallend was de modellenkeuze: niet de sprieterige jongens die nu zo in de trek zijn, maar gespierde mannen. Het gaf de show, die was gebaseerd op het werk van Robert Mapplethorpe en de latinocultuur, een broeierige, homo-erotische sfeer.

    • Milou van Rossum