Reizen binnen en buiten de zwerm van collega-journalisten

Correspondent Titia Ketelaar was donderdag vanuit haar standplaats Londen onderweg naar Schiphol, toen zij een sms’je kreeg. Downing Street 10, de persdienst van de Britse premier, David Cameron. Hij had zijn rede over de Britse toekomst in Europa, die hij de volgende dag zou houden in Amsterdam, afgelast wegens de gijzeling in Algerije. Om haar heen steeg geroezemoes op. Afgelast... afgelast... Ze was niet de enige die het bericht had ontvangen. Het vliegtuig zat vol journalisten, een hele zwerm onderweg naar Amsterdam voor The Speech.

Een vergelijkbare ‘groepservaring’ had intussen correspondent Koert Lindijer in Bamako. Hij was een dag eerder aangekomen in de hoofdstad van Mali, waar het Franse leger sinds een paar dagen kwartier had gemaakt. En hij niet alleen. De ‘concullega’s’, beschreef hij door de telefoon, kwamen met tientallen, uit Frankrijk en andere landen.

De interventie van de voormalige koloniale macht in de West-Afrikaanse woestijnstaat bracht zo zijn bureaucratische gevolgen met zich mee. Er was een rij voor de persaccreditatie. Het was dringen om afspraken met militairen te maken over een tocht naar het noorden – niet iedereen tegelijk. Het Franse leger stelde grenzen. Het front? Later misschien.

De eerste dagen moesten alle verslaggevers in Bamako aan de slag, waar de Fransen door inwoners een kleine week eerder in euforie waren ontvangen. De buitenlandse journalisten kregen van hun redactie thuis, in Berlijn, Amsterdam, Londen, vragen. De gijzeling in Algerije, hoe reageert Bamako daarop? Hoe gaat het met de uit het noorden gevluchte Malinezen? Die met de afgehakte handen?

Het is druk aan het nieuwsfront, maar je moet er wel zijn – en daar niet ophouden. De correspondent moet ook kunnen zoeken naar wat er achter de schermen gaande is. Kennis over een langere periode hebben – vooruit kunnen kijken, en achteruit.

Koert Lindijer is vertrouwd met Mali. Na de opstand in Libië, die met NAVO-steun leidde tot de val van Moammar Gaddafi, besteedde deze krant vorig jaar uitgebreid aandacht aan de destabilisering in de Sahara, en de risico’s van escalatie. Toenmalig president Amadou Touré waarschuwde in een interview met Koert Lindijer en Afrika-redacteur Toon Beemsterboer voor de invloed van rondzwervende extremisten en smokkelaars, met zware wapens uit Libië. De correspondent bezocht Mali in juni, en tekende van vluchtelingen uit het noorden op dat de Sahara „verandert in een bazaar van illegale activiteit en religieus extremisme”.

In deze De Wereld staat een verhaal over de ratio achter (Westerse) interventies: waarom wel in Mali en niet in Syrië? En een portret van een Franse sleutelspeler, minister van Buitenlandse Zaken Laurent Fabius. Maar nog even geen Koert Lindijer. Na zijn reportage uit Bamako in de krant van zaterdag, reist hij nu door Mali voor een verhaal dat nog komt.

Gisteren kwam hij ten noorden van Bamako trouwens een Britse journalist tegen met een verhaal: die was laatst voor niets naar Amsterdam gereisd. Voor de speech van Cameron.

    • Chef Buitenland
    • René Moerland