Qua bewustwordingsproces

De „ludieke flashmob” telde opvallend wat deelnemers van het vrouwelijke type Hagenees. Veel geblondeerd of rossig geverfd haar en donkere, leren jassen. Zaterdagmiddag om twee uur precies formeerden zij, in het Rijswijkse winkelcentrum In de Boogaard, plotseling wat rijen bij de Zeeman en de Perry Sport. Toen klonk Gangnam Style door een versterker en begon de één na de ander glunderend te dansen: hop, hop-hop-hop, hop!

Kinderen deelden bananen en flyers rond die verklaarden dat dit, de „ludieke flashmob” dus, een „positieve activiteit” was van de stichting Een Dier Een Vriend (EDEV). En dit dan weer tégen het Rijswijkse primatencentrum BPRC, waar apen als proefdier worden gebruikt. Voorzitter Geoffrey Deckers (44), door politie en AIVD nog beschouwd als gevaarlijk dierenactivist, schudde me ook al positief de hand.

Op zijn achttiende is Deckers veroordeeld voor een gewelddadige overval op een pelsdierhouder in Nederasselt. Hij leidde daarna de Nederlandse tak van de Amerikaanse dierenrechtenorganisatie PETA. En eind jaren negentig, meteen nadat hij Een Dier Een Vriend had opgericht, plaatste hij foto’s, namen en adressen van BPRC-medewerkers op zijn website. Toen zijn huizen beklad, ramen ingegooid, en de directeur is met de dood bedreigd. Geoffrey Deckers belandde opnieuw in de cel toen hij in 2003 televisiepresentator Willibrord Frequin met een cameraploeg binnensmokkelde in het BPRC.

Maar ach, dat was allemaal overdreven, vond Corrie Harland (62), stralend, toen zij met handtas en al was uitgedanst. Als Rijswijkse voelde Corrie zich verplicht voor de apen op te komen. Haar buren, met een volkstuintje tegenover het proefdierenlaboratorium, horen die dieren iedere zomer krijsen van ellende. Dan kon je toch niet volhouden dat je niets wist? Maar „moordenaars” roepen voor het BPRC, vond Corrie, dat dééd je niet. Een vrolijk dansje werkte tegenwoordig stukken beter. „Qua bewustwordingsproces en voor de gezelligheid”, zei ze.

Geoffrey Deckers zag het ondanks zijn nieuwe imago toch wat anders. We dronken koffie in Harvey’s Inn, waar nog straf wordt gerookt en de eigenaar ruimhartig bokkenpootjes serveerde. Aan de overkant zat Dierenspeciaalzaak ‘Hof van Eeden’. „De rotzaak van meneer Tuig”, gebaarde Geoffrey. Zo nodig zou hij de dieren in die winkel met geweld bevrijden. „Noodweerexces”, noemde hij dat. Geoffrey Deckers zag zichzelf in een traditie staan „Een Gandhi. Een Martin Luther King. Of laten we bij Jezus beginnen.”

Allemaal geweldloze types, maar een kniesoor die daarop lette: „Is geweld toegestaan?”, vervolgde Geoffrey retorisch. „Wel als we opkomen voor het zwakke.” Dat „vonden alle grote filosofen”, alleen: het kon niet meer. De politie zat er bovenop. En het positieve had ook maar overal „de overhand”, tegenwoordig.

Ik vroeg of de tijden dus werkelijk waren veranderd. „Bij mij?”, vroeg Geoffrey. „Bij mij is niks veranderd.”

Margriet Oostveen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Arjen van Veelen.

    • Margriet Oostveen