Pest en oorlog, dankzij de kou

Lekker winterweer? Vroeger ging kou samen met ziekte en conflicten, blijkt uit onderzoek naar jaarringen. En nu is iedereen bang voor temperatuurstijging.

Medisch redacteur

Uitbraken van de pest in Oost-Europa gingen vaak samen met politieke conflicten en perioden van koud weer. Dat schreef een internationale groep onderzoekers vorige week in het wetenschappelijk tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences.

Hun onderzoek past in een groeiende reeks van publicaties die een relatie legt tussen klimaatverandering en de stabiliteit van samenlevingen. De redenering is dat een langere periode van temperatuurverandering leidt tot tegenvallende oogsten, stijgende voedselprijzen, een hongerende bevolking met stijgende vatbaarheid voor infecties, opstanden, strooptochten, oorlog en omverwerping van regimes.

Het verband is vaker opgemerkt, maar nog niet in Oost-Europa. Onderzoekers reconstrueerden het klimaat in het noorden van Tsjechië in de periode 1040-2011. Ze deden dat aan de hand van de jaarringen van 545 lariksen. Tot de zestiende eeuw werd larikshout in Oost-Europa veel gebruikt in plafonds – daarna gebruikten de timmerlieden vooral sparrenhout.

Jaarringen verraden hoe het weer was. Bij gunstig weer groeien bomen in de lente hard, en ontstaan brede ringen. Bij slecht weer blijft de bomengroei achter en zijn de jaarringen dun. Door de leeftijd van die oude lariksen te bepalen, en ze aan de hand van jaarringdikten chronologisch te rangschikken, konden de wetenschappers een aaneensluitende reeks van jaarringdiktes opstellen. Zo konden ze over een periode van bijna duizend jaar de perioden van klimaatverslechtering aanwijzen.

Die perioden komen overeen met uitbraken van de pest en met conflicten. Ten opzichte van de referentieperiode (1961-1990) lag de temperatuur in de periode rond 1350 bijvoorbeeld bijna 3 graden Celsius lager. In dezelfde periode roeide de Zwarte Dood de helft van de bevolking in Oost-Europa uit. Zo toonden de onderzoekers een verband aan tussen temperatuurdaling en de vele pestuitbraken in de periode 1624-1679. Eenzelfde verband was er tussen temperatuurdaling en een aantal, in oorlogsgeweld ontaardende politieke Oost-Europese conflicten die bij ons vrij onbekend zijn, zoals de slag bij Tannenberg (1410), de Grote Noordse Oorlog (1700-1721), de Zevenjarige Oorlog (1756-1763) en de Januariopstand (1863-1865).

Uit het onderzoek blijkt verder dat 20 van de 33 warmste jaren in de afgelopen duizend jaar zich hebben voorgedaan na 1960. De warmste aaneengesloten periode van ca. 30 jaar was 1957-1989. De koudste drie decennia lagen tussen 1808 en 1837.

Het afgelopen millennium waren het hoofdzakelijk temperatuurdalingen die leidden tot epidemieën en conflicten. De zorg is dat temperatuurstijgingen in de komende eeuwen tot vergelijkbare oogstverliezen, ziekte-uitbraken, chaos, opstanden en oorlogen zullen leiden.