Overdag schaatsen de kinderen, 's avonds is de ijsbaan voor de vaders

Rotterdam 20-1-2013 Walhallalaan, Feijenoord, Rotterdam park met ijsbaan opgespoten door de bewoners. Multiculti op de ijsbaan. Linker jongetje heet Owen en is 7, de rechter vemoedelijk Joey en is 6. Foto Floren van Olden

Drie vrijwilligers staan op de ijsbaan. Het zijn vaders uit de buurt. Zij hebben de baan gemaakt door er ‘s avonds water op te spuiten. In laagjes, een paar avonden op rij. Ze doen het niet alleen, ze zijn met z’n tienen. Het asfalt schemert door de ijslaag heen. De rest van het jaar wordt er gevoetbald en geskatet. Het ijs is een paar centimeter dik.

Katendrecht, Rotterdam-Zuid. Gistermiddag. Gemengde buurt. Gemengd publiek op de ijsbaan. Gerben Vos, een van de vaders, vindt het mooi dat hij niet alleen autochtone maar ook Marokkaanse, Turkse, Surinaamse en Kaapverdiaanse kinderen op het ijs ziet. Ze hebben niet altijd schaatsen. Dan glijden ze op schoenen. Of ze lenen een slee.

Als er iemand loopt te kloten, dan krijgen ze een bezem of een sneeuwschuiver in hun handen. Dan vegen ze alsof hun leven ervan afhangt. Het is ook hún ijsbaan.

Gerben Vos staat zelf op hockeyschaatsen op het ijs. Hij groeide op in een dorp in de Alblasserwaard. „Als het een paar dagen vroor, ging ik het ijs met vriendjes uitproberen. Ontelbare keren zakten we er door. Dan gingen we droge kleren halen en weer naar buiten. Tot mijn moeder zei: ‘Nu stoppen, er liggen geen kleren meer in de kast’.”

Alberto Pinheiro staat op schoenen op het ijs. Met een metalen krabber aan een lange steel krabt hij bobbels ijs van de baan. Hij komt uit Kaapverdië en wist de eerste tien jaar van zijn leven niet hoe ijs en sneeuw eruit zagen. Nu helpt hij mee om de ijsbaan te onderhouden.

Zelf leren schaatsen, trekt hem niet. Je moet het als kind geleerd hebben, vindt hij. „Ik heb weer andere dingen geleerd in mijn jeugd. Zwemmen en vissen.”

Zijn zoon van zeven heeft het schaatsen dus niet van zijn pa, maar hij kan het wel. Hij draait soepel rondjes op zijn met sinterklaas gekregen hockeyschaatsen. Samen met de zoon van Gerben Vos doet hij een wedstrijdje.

Even verderop trekt Isabella (12) haar schaatsen aan. Zij komt uit Ridderkerk maar haar ouders gaan op Katendrecht naar de kerk. Na de dienst kunnen ze even schaatsen. Ze staat nog een beetje wiebelig. Vorige winter schaatste ze voor het eerst. Haar ouders komen uit China en daar is geen ijs, zegt ze. Haar moeder durft niet. Maar zij dus wel.

Maikel (10) heeft geen schaatsen. Zijn ouders komen ook uit China, maar dat is niet de reden dat hij niet schaatst. Zijn moeder vindt schaatsen te duur.

Als kinderen willen schaatsen, lukt het meestal wel om aan schaatsen te komen, zegt Gerben Vos. Voor dertig euro heb je al een paar schaatsen bij de Action, zegt Brian Arnhem, ook vrijwilliger en vader . En als de schaatsen te klein zijn, worden ze doorgegeven aan andere kinderen in de buurt.

De drie mannen kijken bezorgd naar de lucht. Het blijft maar sneeuwen. Alberto Pinheiro: „Sneeuw isoleert. Dat is niet goed voor de ijslaag”. Gerben Vos schiet in de lach: „We staan hier te lullen alsof we ijsmeesters zijn.”

Ze gaan naar huis. Een ijzige wind blaast over het pleintje en het wordt ze te koud. Maar straks als het gaat schemeren, zien ze elkaar weer. En is het tijd voor een potje ijshockey. Dan is de ijsbaan voor de vaders.

    • Sheila Kamerman