Na de Tour Down Under nog een dagje strand

Omloop Het Nieuwsblad, dit jaar op 23 februari, werd vroeger gezien als de opening van het wielerseizoen. Morgen begint echter ook al de Tour Down Under (tot en met 27 januari). Rond de Australische stad Adelaide zijn de eerste punten te verdienen voor de World Tour. Maarten Tjallingii rijdt de koers voor Blanco Pro Cycling, de voormalige Raboploeg.

1 Is de koers een training of het begin van het seizoen?

„Het is een beetje dubbel. Het is zeker voorbereiding, maar we willen ook presteren en laten zien dat we dit jaar een sterke ploeg hebben. Het is altijd afwachten hoe de puzzelstukjes in elkaar vallen, maar het doel is om een etappe te winnen.”

2De ronde is het debuut van Blanco Pro Cycling. Maakt dat de wedstrijd speciaal?

„De belangrijkste motivatie komt bij renners van binnen, dus externe factoren zijn niet zo belangrijk. Iedereen is wel erg gemotiveerd. Het voelt als een nieuwe start. Bij Rabo zaten we op een voortkabbelende rivier, nu is iedereen wakker geschud. Ik ga ervan uit dat we dit jaar resultaten halen.”

3Met wat voor ploeg rijden jullie en welke rol heb jij hierin?

„We zijn in Australië met zeven man, vier Australiërs en drie Nederlanders. Met sprinter Mark Renshaw en de talenten Tom-Jelte Slagter en Wilco Kelderman die goed bergop kunnen rijden hebben we kans op een etappezege. Verder doen Jack Bobridge, Graeme Brown en David Tanner mee. Ik zie mezelf vooral als het cement van de ploeg. Ik moet de jongens op het goede moment afzetten.”

4Is zo’n koers in Australië ook een beetje vakantie?

„De eerste dagen moet je acclimatiseren, ook vanwege het tijdsverschil van tien uur. Dan is het ideaal om even door de stad te lopen. In de dagen voor de koers gaan de oogkleppen op en trainen we keihard om de puntjes op de i te zetten, zoals het afzetten van Renshaw voor een sprint. De laatste dag, na de koers, hebben we misschien nog even tijd om naar het strand te gaan. Want het is wel mooi hier. Strakblauwe hemel, lekker warm, leuke stad. Het is een eind vliegen, maar ik kan het iedereen aanraden.”

    • Matthijs Keuning