Modern veen in het Ilperveld

Groeiend veen hoogde ooit West-Nederland op. Nu is het afgegraven of ingeklonken. Onderzoek in het Ilperveld leert hoe het weer kan groeien.

Omhoog met het veen. Onder die titel begon eind vorige week in natuurgebied Ilperveld, tussen Amsterdam en Purmerend, een onderzoek naar veenherstel.

Het Ilperveld is een uitgestrekt veenweidegebied met honderden eilandjes. Op een voormalig weiland van acht hectare gaat natuurbeheerder Landschap Noord-Holland onderzoeken hoe daar weer veen kan groeien.

„Door het herstel van veengroei op voormalig grasland kunnen we meestijgen met de rijzende zeespiegel”, zegt landschapsecoloog Bas van de Riet van Landschap Noord-Holland.

Terugkeer van het veen heeft meer voordelen dan alleen ophoging van diepe polders. Van de Riet: „Veengebieden leggen CO2 vast en hun sponswerking draagt bij aan een goed waterbeheer. Er leven bijzondere planten en dieren, zoals rietorchis, roerdomp en noordse woelmuis.”

Wat is het probleem in het Nederlandse veenweidegebied? De veenbodem klinkt er door voortdurende ontwatering steeds verder in, in een tempo van 1, soms 2 centimeter per jaar. Om het land droog te houden en erop te kunnen boeren gaan de waterschappen steeds harder pompen.

Tot in de Middeleeuwen was West-Nederland grotendeels bedekt met wilde, woeste veenmoerassen. Het maaiveld lag waarschijnlijk wel twee tot drie meter boven zeeniveau. Naarmate de bevolking groeide, werd steeds meer veen ontwaterd en als landbouwgrond ontgonnen. Zodra zo’n veenpakket droogvalt en aan de lucht wordt blootgesteld, oxideert het veen: de oude plantenresten worden omgezet in koolzuurgas. Naarmate het veen inklinkt, zakt de bodem richting grondwater. In een vicieuze cirkel verlaagt het waterschap dan het waterpeil nog verder. Op veel plekken in het veenweidengebied is het maaiveld door de eeuwen heen gedaald tot twee of drie meter beneden zeeniveau – en op plekken waar turf werd afgegraven zelfs wel vier tot vijf meter.

Dat verhoogt het overstromingsgevaar. „Temeer omdat de zeespiegel stijgt”, zegt Van de Riet. „Het waterbeheer wordt duurder en complexer. Huizen en wegen verzakken, het wegdek scheurt. En treedt verzilting op door het opdringen van zout water. De veengebieden verliezen hun waterregulerend vermogen, in de sloten ontstaat bagger. Dat leidt tot verlies aan biodiversiteit.”

Het is niet makkelijk om zomaar opnieuw veen te laten groeien. Als veen eenmaal ontwaterd is, verandert de bodemstructuur. Het veen raakt ‘veraard’, en heeft geen sponsstructuur meer. Veenvormende plantensoorten zoals veenmossen en riet kunnen zich dan moeilijk vestigen.

In het nu begonnen project wordt daarom eerst de veraarde toplaag afgegraven. Het veld wordt met dijkjes omringd en in vakken verdeeld. Daarin creëren de onderzoekers verschillende omstandigheden om te kijken of veenvorming te sturen valt. Kunnen veenvormende planten bijvoorbeeld groeien met het vele fosfaat dat op deze stevig bemeste weidegrond tot diep in de bodem zit? Wat is de invloed van de nog steeds flinke ‘gratis stikstofbemesting’ die via luchtvervuiling op het proefveld dwarrelt? Om het effect daarvan te onderzoeken worden sommige proefvlakjes met folieschermen afgedekt. Van de Riet: „Veenvorming is een evenwichtsproces tussen nieuwe plantengroei van de veenmossen, en de afbraak van oude plantenresten. De grote vraag is hoe aanwezige meststoffen dat evenwicht beïnvloeden.” Ook wordt bekeken welk waterpeil optimaal is en welke waterkwaliteit vereist is.

De onderzoekers gaan plantentopjes in het Ilperveld verzamelen en uitstrooien. Ook gebruiken ze veenmosparels, een innovatief product (bead-a-moss) van gelomhulde jonge veenmostoppen. De gel beschermt de prille kiemplantjes. In Groot Brittannië hebben deze gelparels succes bij het ecologisch herstel van afgegraven hoogvenen.

Van de Riet. „We willen in de eerste plaats kennis opdoen. Op den duur zou je veen kunnen herstellen in gebieden waar boeren wegtrekken. Daarmee stop je de bodemdaling. We hopen over een eeuw weer een mooi levend veensysteem te hebben.”