Met tijgersprongen naar shorttracktop

Na langebaanschaatsen domineert Nederland nu ook het shorttracken. De Europese titel van Freek van der Wart toont aan dat het beleid aanslaat.

In zijn vrije tijd speurt hij het liefst op internet naar oude shorttrackraces. Dan analyseert hij tot in het kleinste detail waarom de grote jongens in zijn sport, de Koreanen, zo goed zijn. En daarna snel naar de baan om te oefenen, te kopiëren en te schaven – tot hij erbij neervalt.

Gistermiddag betaalden die ontelbare werkuren zich in één klap uit aan Freek van der Wart. In het Malmö Isstadion verraste de 24-jarige Nederlander vriend en vijand door in de laatste ronde de Europese titel weg te kapen voor de neus van zijn ploeggenoot en vriend, Sjinkie Knegt. „Onbeschrijfelijk”, stamelde Van der Wart toen zijn prestatie langzaam tot hem doordrong.

Dat de Nederlandse shorttrackers de EK in Malmö domineerden was geen verrassing. Maar de strijd zou volgens de verwachting vooral gaan tussen het supertalent Knegt en de ervaren rot Niels Kerstholt, de nummers één en twee van vorig jaar.

Maar Van der Wart dacht daar heel anders over. Als enige haalde hij alle vier de finales en won op de slotdag zowel de 1.000 meter als de 3.000 meter. Met een „tijgersprong”, zoals bondscoach Jeroen Otter zijn enorme versnelling omschreef, overviel Van der Wart in de laatste ronde van het toernooi titelverdediger Knegt, die zijn gouden medaille zag worden ‘omgesmolten’ in zilver. En als Kerstholt in de finale niet onderuit was gegaan, was het podium helemaal oranje gekleurd.

Dus opnieuw een schaatshal vol Nederlandse vlaggen – het deed denken aan de EK allround (langebaan) in Heerenveen, een week eerder. Ook in de shorttrackwereld is Nederland bezig met een machtsgreep, die in Europa al bijna is voltooid. Op de WK in het Hongaarse Debrecen, begin maart, zal blijken hoe dicht de mannenploeg van Otter de Koreanen, Amerikanen en Canadezen op de hielen zit.

„We zijn al wereldtop”, is de overtuiging van Wilf O’Reilly, al zes jaar disciplinemanager shorttrack bij schaatsbond KNSB, en voormalig wereldkampioen. „Iedereen begint naar ons te kijken. Als wij trainen zitten alle coaches van de andere landen op de tribunes, met een stopwatch in hun hand. Vroeger keken de Nederlandse jongens in hun races naar wat de Koreanen gingen doen, nu kijken ze allemaal naar Sjinkie. En vanaf vandaag ook naar Freek.”

Volgens O’Reilly zijn de recente Nederlandse successen in het shorttrack geen toeval. „Dit is een gevolg van beleid. De bond heeft in 2006 bewust ingezet op een professioneel shorttrackprogramma. Nergens in de wereld zie je zoveel schaatsers en zoveel interesse voor schaatsen als in Nederland. Kijk om je heen als het vriest in Nederland. Jeroen Otter en ik hebben jaren geleden al tegen elkaar gezegd dat het niet mis kan gaan als we het shorttracken net zo structureel zouden aanpakken als het langebaanschaatsen. Daar zijn we nu mee bezig.”

In cijfers blijft het shorttrack achter bij de langebaan. Nederland telt bijna 1.200 wedstrijdshorttrackers op een totaal bestand van 16.000 schaatsers. Maar kwalitatief maken de shorttrackers reuzensprongen, weet O’Reilly. „In Jong Oranje rijden een paar enorme talenten. Daar gaan we nog veel plezier van beleven.”

Onder leiding van Otter, die werd aangesteld na de Spelen van Vancouver (2010), groeide de Nederlandse ploeg in razend tempo uit tot een verzameling winnaars, getuige een indrukwekkende reeks relaytitels, wereldbekerfinales en Europees eremetaal. „Op de Spelen van Sotsji stellen wij ons ten doel één medaille en drie finaleplaatsen te halen”, zegt O’Reilly. Dat lijkt een bescheiden doelstelling. „Maar je moet het ook kunnen waarmaken.”

In Europa zijn het alleen nog de Russen die weerstand kunnen bieden, maar de plotselinge opleving van het Russische shorttracken gaat niet zonder discussie. Met het oog op de Winterspelen in Sotsji ronselde de Russische bond een aantal topschaatsers in andere landen – ‘foprussen’, zoals Kerstholt ze smalend noemt. De oud-Oekraïner Vladimir Grigorev en Victor An, die als Koreaan vijf keer wereldkampioen werd, eindigden in Malmö als derde en vierde.

„Wij zijn echte Nederlanders, zij zijn neppers”, zegt Knegt over zijn Russische concurrenten. Ook hijzelf werd enkele jaren geleden „meerdere keren benaderd” door een toenmalige functionaris van de Russische bond, net als Kerstholt en jeugdtrainer Dave Versteeg. Voor een zak geld rijden onder de Russische vlag, een ‘beleid’ dat spot met de structurele Nederlandse aanpak. Knegt: „Ze deden alsof ze een grap maakten, maar ze waren bloedserieus. Dan bieden ze gewoon geld, maar ik heb gezegd dat ik dat niet doe. Ik ben een Nederlander, we hebben een goede trainer, ik zit prima op mijn plek. De Russen moeten zelf weten wat ze doen. Ik win gewoon van ze.”

    • Rob Schoof