Loonmatiging, dat is zó de vorige crisis

Ach leefde Anton Dreesmann (1923-2000) nog maar, de charismatische bouwer van het detailhandels- en dienstconglomeraat Vendex International (warenhuizen, Vedior, supermarkten). Dat concern is jaren geleden opgebroken, maar in V&D leeft ook zijn naam voort.

Of Jaap Blokker (1942-2011), die eveneens een imposant detailhandelsconcern (Blokker, Bart Smit, Leen Bakker, Xenos) opbouwde, maar het in familiehanden hield. Wel zo verstandig.

Zij waren mannen van de straat: zij zagen dagelijks in hun winkels wat abstracte begrippen als consumentenvertrouwen en koopkracht in harde guldens en euro’s betekenden. Ha die massa was voor hen: ha die kassa. Of niet.

Sinds de ‘uitvinding’ van de loonmatiging in 1982 hekelde Dreesmann het fenomeen. Natuurlijk, loonmatiging drukte bedrijfskosten, maar loonmatiging beet vooral lelijk in de koopkracht van de massa. Kritiek van ondernemers als Dreesmann bleef echter uitzondering. Vakbonden zijn loonmatiging gaan zien als vanzelfsprekende plicht in CAO-onderhandelingen.

Daarom komen de uitspraken van minister Lodewijk Asscher (PvdA) van Sociale Zaken vorige week in het FD als geroepen. De inhoud was nogal gratuit: meer koopkracht komt uit hogere lonen of meer groei.

Het gaat erom wat hij níet zegt. Geen lofzang op loonmatiging. Zoals minister Henk Kamp (Economische Zaken, VVD) het woord loonmatiging níet noemde in een recent interview met de regionale Persgroepkranten. En diens topambtenaar Chris Buijink het woord ook níet opschreef in zijn nieuwjaarsartikel in vakblad ESB.

Loonmatiging is de vorige crisis, ja die van begin jaren tachtig. De prijs van arbeid is nu niet de essentie van onze malheur. De essentie nu is vermogensverlies en de dreiging van verder verlies op huizen en pensioenen. Dreigende schade voedt vertrouwensverlies, beschadigt consumptie en ondermijnt de binnenlandse ‘banenmachines’, zoals de detailhandel, horeca, recreatie en de bouwnijverheid.

Uitzicht op vertrouwensherstel is er niet. De verliezen op de waarde van pensioenen en huizen zijn bedreigingen voor de kernbezittingen en verworvenheden van de middenklasse van de laatste veertig jaar. Dat is de politieke economie van deze crisis: de middenklasse heeft massaal de linker- of de rechterflank genegeerd en heeft gestemd op VVD en PvdA.

Maar hun kabinet rekent af met rechten die juist die middenklasse als vanzelfsprekend is gaan ervaren, voor zichzelf, voor haar ouders, voor haar kinderen. De kosten van de gezondheids- en ouderenzorg komen straks niet meer zo veel mogelijk voor rekening van de publieke kas. Nee, ze worden steeds meer direct bij u en mij in rekening gebracht.

Ook andere rechten moeten eraan geloven: het spectaculaire einde van het recht op eerder stoppen met werken, de korting van het recht op hypotheekrenteaftrek. Demotie dringt de arbeidsverhoudingen en het arbeidsrecht binnen. Wie wil doorleren in het hoger onderwijs, moet binnenkort zelf geld lenen.

Het kabinet velt rechten én plichten. Zo gaat dat in crisistijd. Heilige huisjes worden gesloopt. Ook die ‘heilige’ plicht tot loonmatiging. Lodewijk, bedankt!

De redacteuren Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze wisselcolumn over economische ontwikkelingen.

    • Menno Tamminga